De Linji Lu

 

Integrale vertaling door Hans van Dam

 

De Linji-lu (Linji-yulu, Rinzai-roku) is een verzameling van zestig monologen en zestig dialogen toegeschreven aan chanmeester Linji Yixuan (Linji Huizhao, Lin-chi I-hsüan, Rinzai Gigen). De Linji-lu is van grote invloed geweest op de verdere ontwikkeling van chan in China en ligt ten grondslag aan een van de twee grote zentradities van Japan (rinzai).

Van de Linji Lu bestaan twee edities. De eerste editie is alleen nog dit jaar te lezen in deze krant, zie onder.

Van de tweede editie zijn er drie versies.

 

1. De Linji Lu als paperback

 

Niet te geloven! De Linji Lu als paperback, tweede herziene en uitgebreide editie ISBN 9789402182484, november 2018, 186 pagina’s, 21 x 14,8 x 1,7 cm, € 20,50.

Nu overal te koop, bijvoorbeeld bij Athenaeum Boekhandel en bij Boekhandel De Omslag voor € 20,50 inclusief verzendkosten.
Boekcover 2e editie Niet te geloven! de LINJI LU

Voorplat van het boek ‘Niet te geloven! De Linji Lu, tweede herziene editie, Hans van Dam

 

2. De Linji Lu als webpagina

 

Niet te geloven! De Linji Lu als webpagina op niet-weten.nl

 

3. De Linji Lu als serie in het Boeddhistisch Dagblad

 

Vanaf november 2018 verschijnt de tweede editie als serie in de krant, de 8 inleidende artikelen op achtereenvolgende zondagen, de 60 preken en de 60 koans op achtereenvolgende weekdagen en de 4 uitleidende artikelen weer op zondag. Looptijd ongeveer een half jaar. Inhoudsopgave:

Links worden gaandeweg actief

Totstandkoming

Zen is geen leer
Hoe ik mijn voet verloor aan Portugal
Hoe ik bijna mijn rechten verkwanselde aan Asoka
Brand! Wat de Linji Lu doet met je verstand

Inleiding

Woord vooraf
Wat is de Linji Lu?
Wie is Linji?
Waarom je de Linji Lu gelezen moet hebben

Preken

Preek 1 – Je hoeft nergens heen
Preek 2 – De trikaya is drie keer niks
Preek 3 – Geloof niets en je doorziet alles
Preek 4 – Verlichting en nirwana zijn stalpalen voor ezels
Preek 5 – Doe niet zo moeilijk
Preek 6 – Boeddha is een woord
Preek 7 – Kijk overal doorheen
Preek 8 – Wijzen weten niet beter
Preek 9 – Geen Boeddha zonder Mara
Preek 10 – Allemaal hersenspinsels
Preek 11 – Doorzie de dharma’s
Preek 12 – Uitzicht komt vanzelf naar je toe
Preek 13 – Boeddha’s ontstaan uit wantrouwen
Preek 14 – De ware mens is zonder rang
Preek 15 – Zie in dat de leer leeg is
Preek 16 – De vier elementen zijn illusies
Preek 17 – Er is geen Manjushri en geen berg Wutai
Preek 18 – De leer is geen beroep
Preek 19 – De ware wegloper staat voor niets
Preek 20 – Laat lopen en alles marcheert
Preek 21 – Voorouderlijke verzinsels
Preek 22 – Oefening baart karma
Preek 23 – Laat je niets wijsmaken
Preek 24 – Schijt aan het verleden
Preek 25 – Je zoekt een doel voor je zoektocht
Preek 26 – De geest en de Geest zijn illusies
Preek 27 – De Boeddha is dood
Preek 28 – Een boeddha is zonder kenmerken
Preek 29 – Een boeddha laat zich niet beetnemen
Preek 30 – Hemel en hel zijn maar namen
Preek 31 – Een boeddha is Oost-Indisch blind
Preek 32 – Maak er meteen een einde aan
Preek 33 – Hoed je voor de weetal
Preek 34 – Dood de Boeddha
Preek 35 – Op eigen benen
Preek 36 – Niet vasthouden aan gedachten
Preek 37 – Woorden zijn lijmstokken
Preek 38 – Bomen groeien niet tot in de hemel
Preek 39 – Kijken, niet aankomen
Preek 40 – Mijd de bluffers en de knoeiers
Preek 41 – Verlichting is een kwestie van doorzien
Preek 42 – De weg is geen parkeerplaats
Preek 43 – De buitencategorie is geen categorie
Preek 44 – Spiegelbeelden, luchtkastelen
Preek 45 – Ontbinding is de weg
Preek 46 – Blij zonder titel of pij
Preek 47 – De leer is geen verkleedpartij
Preek 48 – Letterknechten leven van lijken
Preek 49 – Geen leraar kan je erheen brengen
Preek 50 – Al je streven is zinloos
Preek 51 – Alle perfecties en oefeningen zijn leeg
Preek 52 – Nooit zag de Boeddha het licht
Preek 53 – Laat de Boeddha geen fopspeen zijn
Preek 54 – Vijf meesterlijke misdaden
Preek 55 – Geloof niets van wat ik zeg
Preek 56 – De Boeddha is een blok aan je been
Preek 57 – Maak er geen werk van
Preek 58 – Maak dat je wegkomt
Preek 59 – Grootspraak van kleinkunstenaars
Preek 60 – Je moet het zelf doorzien

Koans

Koan 1 – Van wie heb jij het?
Koan 2 – Welk oog is het ware?
Koan 3 – Waar is de mens die zich nooit laat kennen?
Koan 4 – Wat heb je ontdekt?
Koan 5 – Wat is de kern van de leer?
Koan 6 – Wie durft?
Koan 7 – Waar vind je het zwaard?
Koan 8 – Wat vind jij van dat geschreeuw?
Koan 9 – Wie is de gastheer, wie de gast?
Koan 10 – Wie komt het verst?
Koan 11 – Wie is het eerste thuis?
Koan 12 – Wie trekt er aan de touwtjes?
Koan 13 – Subject of object?
Koan 14 – Wat is de dharma ontvangen?
Koan 15 – Waarom tot morgen wachten?
Koan 16 – Waar kom jij vandaan?
Koan 17 – Bovennatuurlijk of oorspronkelijk?
Koan 18 – Dwaas of wijs?
Koan 19 – Wie is hier de ezel?
Koan 20 – Wat als het niet komt?
Koan 21 – Wanneer hoor je te buigen?
Koan 22 – Werelds of heilig?
Koan 23 – Snap jij het?
Koan 24 – Maakt het wat uit?
Koan 25 – Waarom dertig stokslagen?
Koan 26 – Lezen monniken soetra’s?
Koan 27 – Wat is een witte stier op een kale vlakte?
Koan 28 – Schreeuwen of slaan?
Koan 29 – Wat zoek je?
Koan 30 – Hoe groet je een meester?
Koan 31 – Waarom kwam Bodhidharma uit het westen?
Koan 32 – Waarom buig je niet?
Koan 33 – Wat is het ware gezicht van Guanyin?
Koan 34 – Wat is een schreeuw?
Koan 35 – Welkom of nietkom?
Koan 36 – Kwam Bodhidharma daarvoor uit het westen?
Koan 37 – Wat ben jij van plan?
Koan 38 – Heb jij een pij uit één stuk?
Koan 39 – Hoe lang gaat dit nog door?
Koan 40 – Waarom al die moeite?
Koan 41 – Wie is de wakkerste?
Koan 42 – Ben je nou al moe?
Koan 43 – Wie speelt hier toneel?
Koan 44 – Wat haal jij je allemaal in het hoofd?
Koan 45 – Wat is ontilbaar al weegt het niets?
Koan 46 – Hoeveel leerlingen heb jij?
Koan 47 – Ben jij al uitgeleerd?
Koan 48 – Waar ga jij heen?
Koan 49 – Wat wil jij bewijzen?
Koan 50 – Hoe sla je een slag zonder stok?
Koan 51 – Heb jij al wat opgestoken?
Koan 52 – Wat zit je nou te kniezen op je kussentje?
Koan 53 – Wat sta je daar te suffen?
Koan 54 – Heb jij nog wat te melden?
Koan 55 – Wat doen al die kaalkoppen hier?
Koan 56 – Waar is dat rondreizen goed voor?
Koan 57 – Wat moet dat hier?
Koan 58 – Waarvoor dient de tong?
Koan 59 – Wie denk jij dat je bent?
Koan 60 – Wat zou jij zeggen?

Verantwoording

‘Niet te geloven! De Linji Lu’ is een vrije hertaling
Interpretaties van de Linji Lu
Linji als lege filosoof
De indeling van de Linji Lu

 

Eerste editie van de Linji Lu in het Boeddhistisch Dagblad

 

 

Boeddhistisch Dagblad over de eerste editie

Linji Lu- Het boek dat niet te bespreken is
Na 35 jaar weer een nieuwe Nederlandse hertaling van de Linji Lu
Winnaar bekend van verloting boek Hans van Dam
Het spook dat Linji heet
Nieuwe bulderaar in het BD

 

Monologen

  • 01: Bekijk het maar Het enige verschil tussen jou en de Boeddha is je rusteloos zoekende grijpgeest.
  • 02: Drie keer niks Deze wereld biedt evenveel rust als een brandend huis.
  • 03: De weetnietgeest Waar kennis heerst, is wijsheid ver te zoeken. Denkbeelden zijn de bouwstenen van het lot.
  • 04: Stalpalen voor ezels De weetnietgeest kent geen verschil en houdt overal huis. In de onverdeelde weetnietgeest ben je altijd thuis.
  • 05: Spoken en spikken Zoek het niet buiten jezelf. Zoek niet de stok in je hand.  Zoek het niet in jezelf. Zoek niet. Keer in tot het licht dat alles doorziet.
  • 06: Uitgeleerd Je blijft maar naar de boeddha zoeken, maar de boeddha is een woord.
  • 07: Ongekend De weetnietgeest – dat is kijken zonder kopen; denken zonder geloven; proeven zonder slikken; voelen zonder vatten. Meer komt er niet bij kijken.
  • 08: Heer noch meester Voor wie niets gelooft, is er geen situatie om meester van te worden, geen plek om heen te gaan.
  • 09: Melkmuilen Nestvlieders wonen nergens. Niet in de Boeddha, niet in Mara, niet in onthechting, niet in gehechtheid, niet in de vorm, niet in de leegte, niet in het goede, niet in het kwade, niet in het ware, niet in het valse, niet in het wereldse, niet in het heilige.
  • 10: Een roze wolk Er valt niets te beoefenen, niets te realiseren, niets te winnen en niets te verliezen. Ook dit niet. Meer heeft mijn leer niet om het lijf.
  • 11: Verluchting Doordat zijn geest nooit vol raakt, brengt hij overal verluchting. Hij is nergens op uit en zijn duisternis straalt ongehinderd in alle richtingen.
  • 12: Kop noch staart Wie de weg kent, is hem kwijt. Maar wie de weg kwijt is, kent hem.
  • 13: De Boeddha doorzien Zo simpel is het: boeddha’s ontstaan uit ongeloof. Geloof niets, dit ook niet, en je hoeft geen boeddha meer te worden.
  • 14: Het mysterie Hij valt, maar nooit te pletter. Hij stinkt, maar nergens in. Hij spoort, maar laat geen sporen na.
  • 15: Gedachtevlucht Je propt je vol met eten en besteedt je kostbare tijd aan het oplappen van je gewaden. Zoek liever een lege leraar.
  • 16: Elementair Heb je dit eenmaal door dan zul je nooit meer een speelbal van je gedachten zijn. Je zult vrijelijk van oost naar west springen, van zuid naar noord, van onder naar boven, van de rand naar het midden en vice versa.
  • 17: Heilloos Wie het heilige aanbidt, aanbidt namen. Wie het aardse minacht, minacht namen.
  • 18: Beroepsgeheim De leer is geen beroep. Je nergens op beroepen, dat is de leer.
  • 19: Rimpelingen Alleen wie geen speelbal meer is van zijn gedachten, belichaamt het mysterie.
  • 20: Tegenlicht Vanzelf zie je alles, vanzelf doorzie je alles, vanzelf zie je overal alleen nog maar lege namen.
  • 21: Staar Buiten de geest om is er geen leer. Erbinnen valt niets te winnen. Wat nu?
  • 22: Dharmakarma Wat is het dat de boeddha’s en de patriarchen onderscheidt? Ze hebben niets meer te doen. Ze hebben niets meer te laten. Ze zijn van god los en van onthechting onthecht.
  • 23: Stille hoop Wat valt er te blussen aan bluswater? Wat valt er te verlichten aan het licht dat alles doorziet?
  • 24: Vallende sterren Trillend van ontzag kus je hun voeten en lik je hun hielen. Je houdt angstvallig je stomme kop, en als je je mond toch een keer voelt opengaan, smoor je hem subiet in zo’n boeddhistische ster uit het bruine verleden.
  • 25: Het duistere licht Doelzoeker, je zoekt een doel voor je zoektocht. Je zoekt de bril op je neus.
  • 26: Papkindjes Broedgasten, opgelet. Alle dingen in deze wereld en in alle volgende zijn leeg. Het zijn windeieren.
  • 27: Al te menselijk Lichtgelovigen, zelfs de struisvogels onder ons kan het niet zijn ontgaan dat de Boeddha net zo sterfelijk was als u en ik.
  • 28: Beeldspraak Goeroelopers menen een boeddha te herkennen aan de tweeëndertig primaire en de tachtig secundaire kenmerken.
  • 29: De kracht van het ongeloof Wegdromers, maak jezelf niets wijs. Goden, duivels, engelen, feeën en tovenaars hebben allemaal bovennatuurlijke krachten. Zijn zij daarom boeddha’s?
  • 30: Schijngestalten Een ware boeddha wil niets te maken hebben met boeddha’s. Hij wil niets te maken hebben met bodhisattva’s.
  • 31: Geen weg te gaan Wegwerkers, zolang je tot inzicht probeert te komen, zul je een speelbal van je gedachten blijven.
  • 32: Korte metten Wie kent het verschil tussen goed en slecht?
  • 33: Die de minste tanden hebben kauwen het meest Er zijn nou eenmaal van die sullen die hun kop niet van hun kont weten, die de ene dag naar het oosten wijzen, de andere dag naar het westen; die van lekker weer houden of van vies; die de tempel vereren en de beelden aanzien voor de Boeddha.
  • 34: Dood de Boeddha Thuisverlaters, als je de dharma wilt doorzien, laat je dan niet misleiden. Geloof niemand. Kom je de Boeddha tegen, dood de Boeddha.
  • 35: Smoeshanen Niet te geloven zeg. In al die vijf, nee tien jaar heb ik niet één onafhankelijke geest gezien. Niet één. Alleen maar angsthazen die zich verstoppen in holen en gaten.
  • 36: Laat toch gaan Meester Linji zei: Goudzoekers, er is geen boeddha en er is geen dharma.
  • 37: En dan? Wegsluipers, de wereld waaruit je wilt ontsnappen is de wereld waarnaar je zult ontsnappen.
  • 38: Ontworteld De plaats waar je geest tot rust komt, wordt de boom der verlichting genoemd. Maar alleen door boomklevers. Wanneer je geen gedachten koestert, woon je nergens.
  • 39: Doorzien, niet inzien Zien, niet geloven; meer heeft het ‘mysterieuze principe’ niet om het lijf.
  • 40: Medisch Centrum Oost Omlopers, ik geef deze voorbeelden opdat je de bluffers en de knoeiers kunt herkennen.
  • 41: Clair-obscur Hoeveel doodlopende wegen wou je nog afstruinen?
  • 42: Een mens zonder weg Wie stilte en onbeweeglijkheid aanziet voor de weg, loopt aan de leiband van de dood.
  • 43: Buiten mededinging Maar de mens zonder categorie ziet het met zijn ogen dicht. Hij doorziet het duister én het licht.
  • 44: Gebakken licht Spiegelbeelden, luchtkastelen: Ga er niet in wonen. Goed en kwaad, winst en verlies: Boek ze af, voorgoed.
  • 45: Erfzonde Eerwaarde Shigong sondeerde zijn leerlingen met een lijkenprikker, en elk ontbond van angst.
  • 46: Uitgehold Wanneer iemand mij zoekt, houd ik niets achter. Toch ziet hij mij over het hoofd. Dan trek ik mijn gewaad aan en ineens ziet hij een meester.
  • 47: Uit de kast Zolang je de verpakking aanziet voor de inhoud zul je ook na ontelbare eeuwigheden niet meer zijn dan een kleerhanger voor een grauwe pij. Zelf sta ik liever in mijn hemd. Wat jij?
  • 48: Vliegen op een koeienvlaai En als je ook maar even doorvraagt, staan ze meteen met hun mond vol tanden. Hè hè, eindelijk rust.
  • 49: Steunzolen voor moederzielen Jacobsgangers, de ware boeddha heeft geen vorm, de ware weg heeft geen richting, de ware leer heeft geen inhoud.
  • 50: Eén ei is geen ei Sinds Bodhidharma uit het westen kwam, zocht hij onophoudelijk naar iemand die op eigen benen kon staan. Iemand die niets of niemand geloofde. Een leeg mens onderweg naar nergens.
  • 51: Van de letter naar de geest Perfecties en oefeningen zijn bijzaak. Glimmertjes om mensen uit hun tent te lokken. Sfeerkaarsjes om ze in de juiste stemming te brengen. Met de leer als zodanig hebben ze niets van doen.
  • 52: Alles voor niets ‘Opperste Wijsheid’ betekent niets of niemand geloven omdat de tienduizend dingen leeg zijn.
  • 53: Fopspenen Noch in deze wereld, noch in de volgende, is er ook maar één boeddha of dharma te vinden.
  • 54: Vijf Meesterlijke Misdaden Ontdekken dat je redeneringen gebaseerd zijn op lege woorden, waardoor er niets valt te verhelderen en overal inktzwarte duisternis heerst, heet ‘het bloed van de boeddha vergieten’.
  • 55: Bal masqué Slaven van de weg, geloof niets van wat ik zeg.
  • 56: Instinkers Zowel het bodhisattvaschap als het arhatschap zijn kluisters die je boeien.
  • 57: Vergeet het maar Hoogvliegers, zoek het niet in woorden. Daar word je alleen maar winderig van.
  • 58: Hoeders van de porseleinkast Nu sta ik hier voor jullie mijn zelfgebakken lucht te verkopen.
  • 59: Vertegenwoordigers Woordenkramers, gebruik je geest zoals hij bedoeld is. Overal worden de doden begraven, maar jouw hoofd zit vol lijken.
  • 60: Genoeg Wegwerker, je moet het zelf zien – maar wat? Je moet het zelf doorzien. Het wat?

Dialogen

  • 01: Fratsen en strapatsen Een schriftgeleerde zei: “De Drie Voertuigen en de Twaalf Afdelingen van het Onderricht spreken boekdelen.” “U moet uw tuintje nog wieden”, antwoordde meester Linji.
  • 02: Oog om oog De meester ging vlak voor hem staan en vroeg: “Wat ziet het ware oog nu?”
  • 03: De mens die zich liet kennen Meester Linji greep de monnik in zijn kraag en riep: “Hebbes!”
  • 04: Weinig wol “Hoe vond je mijn schreeuw?” zei de meester. “Nogal schreeuwerig”, antwoordde de monnik.
  • 05: Rare kwast Een monnik vroeg: “Wat is de kern van de boeddhistische leer?” Meester Linji stak zijn vliegenkwast omhoog.
  • 06: Vlieg er eens in ‘Wat zou ik er graag weer eens van langs krijgen’, zei Meester Linji.
  • 07: Wie naar het zwaard grijpt Een monnik vroeg: “Waar vind ik het zwaard dat alle gedachten bij de wortel afsnijdt?”
  • 08: Geen half werk Een monnik zei: “Waar vind ik de stamper die alle gedachten fijnstampt?”
  • 09: Tussen neus en lippen Weten is een wassen neus en niet weten is een wassen neus. Gewoon je neus achterna lopen, is dat nou zo moeilijk?
  • 10: Hardlopers Wie komt het verst?
  • 11: Doodlopers Wie is het eerste thuis?
  • 12: Poppenkast De meester zei: “Als de poppen sjansen, heb je de poppenspeler aan het dansen. Wie trekt hier aan de touwtjes?”
  • 13: Grensgevallen De meester zei: “De koning is zijn rijk te rijk en ieder zingt zijn lied.”
  • 14: Stokblind Meester Linji zei: “Het is omdat jullie voortdurend je neus achterna lopen dat een patriarch uitriep: ‘Wat een kneuzen; met je stok in je hand naar je stok zoeken!'”
  • 15: Een koekje van eigen deeg “Hier heeft u uw portie vast!” riep Linji en gaf meester Huangbo een draai om zijn oren.
  • 16: Uit de school geklapt De monnik maakte een buiging en kreeg een klap.
  • 17: Vrolijke keuken Puhua riep: “Grof en fijn, waar denkt u wel dat we zijn!” “Puritein!” riep de meester.
  • 18: Een dwijze “Zeg eens, ben jij een dwaas of een wijze?” vroeg de meester.
  • 19: Broeder ezel Broeder Puhua stond stiekem rauwe groenten naar binnen te proppen.
  • 20: Feest Puhua liep dikwijls de markten af, rinkelend met zijn belletje en luidkeels roepend: “Komt het als licht dan sluit ik mijn ogen.”
  • 21: Hengstenbal De meester zei: “Wie ging hier over de schreef, de gastheer of de gast?” “Servies hoort in de kast”, zei de hoofdmonnik.
  • 22: Voor paal De meester legde zijn hand op de pilaar en zei: “Wat je ook ten antwoord geeft, het blijft een houten paal.”
  • 23: Een streep door de rekening De chef-kok, die net was binnengekomen, zei: “Hij snapt het niet.” “Jij wel soms?” vroeg de meester.
  • 24: Uitgemaakte zaak De meester vroeg: “Stel dat iemand volledig inzicht had gekregen in de Twaalf Afdelingen van de Drie Voertuigen, en iemand anders niet; zou dat wat uitmaken?” “Voor degene met volledig inzicht zou het hetzelfde zijn; voor degene zonder inzicht anders”, zei de schriftgeleerde.
  • 25: Stokdoof Meester Deshan de Tweede zei dikwijls: “Dertig stokslagen als je spreekt, dertig als je zwijgt!”
  • 26: Voor geen goud “Goudstof is mooi, maar in je ogen geeft het staar”, bevestigde de gouverneur.
  • 27: Kalfsleer voor koeienkoppen Meester Linji zei: “Wat is een witte stier op een kale vlakte? “Boe!” deed Xingshan.
  • 28: Dichterbij Meester Linji vroeg: “Sommigen schreeuwen het uit, anderen slaan erop los. Wat komt dichterbij?”
  • 29: Weg versperring Meester Linji zag een monnik aankomen, ging in de weg staan en stak zijn armen uit.
  • 30: Een kleine correctie “De anderen klagen dat je mij niet correct begroet hebt”, zei meester Linji. “Hoi”, zei Dajue, en keerde terug naar de meditatiezaal.
  • 31: Voetlicht Zhaozhou zei: “Waarom kwam Bodhidharma uit het westen?” “Ik zit net mijn voeten te wassen”, zei de meester.
  • 32: Voor niks gaat de zon op Broeder Ding zei: “Wat is de kern van de boeddhistische leer?” De meester greep hem in zijn kraag en duwde hem ruw van zich af.
  • 33: Gezichtsverlies Mayu vroeg: “Welke van de twaalf gezichten van Guanyin is het ware?” De meester vroeg: “Welke Guanyin?”
  • 34: Kretologie Soms is een schreeuw als een zwaard dat alles afhakt.
  • 35: Kommer Welkom of nietkom?
  • 36: Buiten westen Longya zei: “Moest Bodhidharma daarvoor uit het westen komen?”
  • 37: Groot onderhoud In het klooster op Mount Jing zaten vijfhonderd monniken, maar bijna niemand vroeg meer om een onderhoud.
  • 38: De laatste ronde Puhua riep: “Ik ga nu naar de Oostpoort om een einde aan mijn leven te maken!” Zijn stadsgenoten liepen massaal uit; dit wilden ze weleens meemaken.
  • 39: Goedzakken “Goh, de leer van Huangbo stelt ook niets voor!” riep Linji uit.
  • 40: Profetie van het meesterschap van Linji “Heb ik je daarvoor dertig stokslagen gegeven”, zei de meester. “Had u maar een houweel moeten gebruiken”, zei Linji.
  • 41: Stom “Zelfs als hij slaapt houdt hij zijn mond niet”, zei Linji.
  • 42: Het betere werk Terwijl hij weer begon te schoffelen, zei Linji: “Overal cremeren ze de doden, maar ik begraaf ze levend!”
  • 43: Zo mond, zo kont “Eerwaarde, u weet zelf niet waar de klepel hangt, maar u luidt wel de klok voor deze jongeling.”
  • 44: Wakkere lieden “Die jongeman daarginds zit tenminste te mediteren, maar wat u zich allemaal in het hoofd haalt!”
  • 45: Een slag in de lucht Linji riep: “U kan me nog meer vertellen!” “Ik denk het niet”, zei de meester en keerde terug naar de tempel.
  • 46: Klare jonge “Hoeveel leerlingen heeft u, eerwaarde?” “Vijftienhonderd”, zei de meester. “Klaar bent u ermee”, zei Linji.
  • 47: Letterknechten Toen hij meester Huangbo een soetra zag lezen, zei Linji: “En ik maar denken dat u uitgeleerd was. Wat een veelvraat!”
  • 48: Brand meester Lachend riep meester Huangbo zijn bediende: “Breng me de priestertekenen van wijlen mijn meester Baizhang!” “De brand erin!” riep Linji.
  • 49: Gedenk te doden De beheerder vroeg: “Priester, wilt u eerst eer bewijzen aan de Boeddha of aan Bodhidharma?” “Ik wil helemaal niets bewijzen”, zei Linji.
  • 50: Woordenstrijd Hoe sla je een slag zonder je wapen te trekken?
  • 51: Vrijspraak “Het schaap heeft hier een wolf gebaard / Die breekt zelfs uit de hemel!” jubelde Linji. “Kom nou maar gewoon binnen,” zuchtte meester Ping. “Dan drinken we een kopje thee.”
  • 52: Nijd kent geen reden “Wat zit u nou te sippen in uw kamertje”, zei Linji. “Wat zit je nou te sippen op je kussentje”, zei meester Daci.
  • 53: Stafbespreking “Eerwaarde, wat staat u hier te suffen!” riep Linji. “Eindelijk iemand die van wanten weet!” riep de meester.
  • 54: Uitgesproken “Ik heb u niets te zeggen”, zei Linji.
  • 55: Schijnheiligen Wat doen al die kaalkoppen?
  • 56: Halve zolen “Waar is al dat rondreizen goed voor?” vroeg Minghua. “Voor mijn zolen,” zei Linji, “dan slijten ze nog een beetje.”
  • 57: Ver gezocht “Ik zoek meester Fenglin”, zei Linji. “Kan je lang zoeken”, zei het vrouwtje.
  • 58: Tong of bot “Ontmoet je een zwaardvechter, reik hem je zwaard,” zei Linji, “maar dicht niet met wie geen dichter is.”
  • 59: Tussen de regels De meester verloor zijn evenwicht, en Linji gaf hem nog een klap na.
  • 60: Dooddoener “Ik was er al bang voor”, zuchtte de meester. Het waren zijn laatste woorden.

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

 

Reageren is niet meer mogelijk

Menu