Laatste van drie inleidingen van ‘Niet te geloven! De Linji Lu’. Vanaf morgen iedere werkdag om 17:17 in het Boeddhistisch Dagblad: de preken van Meester Linji.

 

Duizend jaar jong

 

Stilzitten is geen kunst – op eigen benen staan, daar komt het op aan.

 

Linji mag dan een mythe zijn, de Linji Lu is een uitzonderlijk werk, schokkend en hilarisch tegelijk. Het is mijn favoriet onder de zenklassiekers. Duizend jaar oud en toch fris, vitaal en eigentijds – om niet te zeggen postmodern en absurdistisch.

Mijn vertaling, Niet te geloven! De Linji Lu, is een loflied op de historische Linji, op de mythische Linji, op de school die naar de beide Linji’s is vernoemd, op het chanboeddhisme waaruit deze school is voortgekomen en op de subversieve weetnietgeest die nog altijd in zen rondwaart. Of is dat slechts een nabeeld?

 

Wie autoriseert wie en waar is de autonomie?

 

Waart de weetnietgeest nog steeds in zen rond? Heeft hij er ooit rondgewaard? Dan is het wel ironisch dat de patriarch die autonomie pre-dikt en voor-leeft voor zijn ontstaan en voortbestaan afhankelijk is van de school die hem schiep en van de traditie die zijn valse nagedachtenis naleeft. Het is dubbel ironisch dat die traditie zich daarvoor op het gezag van haar eigen schepping beroept. Wie autoriseert hier wie en waar is de autonomie?

Wanneer een leer van meer dan duizend jaar oud terug moet grijpen op een gepimpte patriarch van meer dan duizend jaar oud, vraag je je onwillekeurig af of chan/zen ooit ook maar één Linji van vlees en bloed heeft voortgebracht van de statuur van de legendarische Linji.

Hoe effectief is het zenboeddhisme eigenlijk wanneer het erom gaat de geest te bevrijden uit zijn zelfbedachte gevangenis? Worden er alleen illusies weggenomen of komen er nieuwe voor in de plaats? Al die studie, al dat zitten, al die aandachtigheid, al die geloften, al die oefeningen – waar is het allemaal goed voor?

Als je niets gelooft is er geen situatie om meester van te worden, geen plek om heen te gaan. Zelfs je oude waandenkbeelden en je zogenaamde karma hebben geen substantie meer.

(Linji Lu, Preek 8)

 

Op eigen benen staan, daar komt het op aan

 

Het moet maar eens gezegd worden: (zen)boeddhisme is taaie kost. Maar niet voor Pseudo-Linji, de ras-apofaticus die Pseudo-Dionysius, de meester van de negatieve theologie, moeiteloos naar de kroon steekt.

Onze held maakt overal gehakt van, ook van het heldendom. Van heiligen moet hij niets hebben en geleerdheid is hem algauw te geleerd.

Je niets laten wijsmaken en niemand iets wijsmaken, dat is de kern van zijn leer. Stilzitten is geen kunst – op eigen benen staan, daar komt het op aan.

 

Vanaf volgende week iedere zaterdag en zondag om 04:04 in het Boeddhistisch Dagblad: de preken van Meester Linji. Lees je mee?

 

De tweede herziene en uitgebreide editie van Niet te geloven! De Linji Lu is ook te koop als paperback, ISBN 9789402182484, 186 pagina’s. BESTEL

 

 

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu