Koan 9 – De boeddha die vergeefs mediteerde
Een monnik vroeg: De Boeddha van de alles doordringende wijsheid voorbij alle wijsheid mediteerde als geen ander, maar slaagde er niet in een boeddha te worden. Hoe kan dat?
Meester Xiangyan antwoordde: Je zegt het.
De monnik drong aan: Al dat mediteren, en dan niets bereiken.
Vanzelfsprekend, zei de meester.

9.1 Antwoordapparaat
Monnik: De Boeddha van de alles doordringende wijsheid voorbij alle wijsheid mediteerde als geen ander, maar slaagde er niet in een boeddha te worden. Hoe kan dat?
Meester: Dat spreekt toch vanzelf?
Monnik: Een hint alstublieft.
Meester: Doordat hij het al was. Doordat iedereen het al is. Doordat niemand het is. Doordat verlichting een illusie is. Doordat ‘boeddha’ slechts een wijze van spreken is. Doordat hij geen alles doordringende wijsheid had. Door zijn alles doordringende wijsheid. Doordat zijn alles doordringende wijsheid niet voorbij alle wijsheid ging. Doordat zijn alles doordringende wijsheid zelfs voorbij zijn alles doordringende wijsheid ging. Door al dat mediteren. Doordat hij niet genoeg mediteerde. Doordat hij niet de perfecte houding had. Doordat hij vasthield aan een perfecte houding. Doordat mediteren niet de weg is. Doordat mediteren niet genoeg is. Doordat er geen weg is. Doordat hij nog gehecht was. Doordat hij te onthecht was. Doordat een boeddha voorbij worden is. Doordat een boeddha voorbij zijn en niet-zijn is. Doordat hij een toekomstige boeddha was. Doordat hij alleen bestond in de geest van zijn bedenker. Doordat zijn bedenker ook alleen…
Monnik: Ja, laat maar.
Meester: Ik was er al bang voor.
Monnik: Ik ga wel weer mediteren.
9.2 Het streven voorbij
Monnik: De Boeddha van de alles doordringende wijsheid voorbij alle wijsheid mediteerde als geen ander, maar slaagde er niet in een boeddha te worden. Hoe kan dat?
Meester: Doordat hij een boeddha wilde worden.
Monnik: Wat had hij dan moeten doen?
Meester: Onderzoeken wat een boeddha is.
Monnik: Wat is een boeddha?
Meester: Iemand die geen boeddha meer wil worden.
9.3 De definitie voorbij
Monnik: De Boeddha van de alles doordringende wijsheid voorbij alle wijsheid mediteerde als geen ander, maar slaagde er niet in een boeddha te worden. Hoe kan dat?
Meester: Kan jou de Boeddha van de alles doordringende wijsheid voorbij alle wijsheid schelen.
Monnik: Ik mediteer als geen ander, maar slaag er niet in een boeddha te worden. Hoe kan dat?
Meester: Wat is een boeddha volgens jou?
Monnik: Iemand die weet dat hij het al is.
Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.
Monnik: Wat is een boeddha volgens u?
Meester: Iemand die niet meer weet wat dat is.
9.4 De wijsheid voorbij
Monnik: De Boeddha van de alles doordringende wijsheid voorbij alle wijsheid mediteerde als geen ander, maar slaagde er niet in een boeddha te worden.
Meester: Ik ook niet.
Monnik: U ook al niet?
Meester: En evenmin om een niet-boeddha te worden.
Monnik: Hoe komt dat?
Meester: Doordat ik het verschil niet zie?
Monnik: Waartussen niet?
Meester: Tussen een boeddha en een niet-boeddha.
Monnik: Bedoelt u dat ze identiek zijn?
Meester: Ik zie de overeenkomst niet.
Monnik: Bedoelt u dat ze één zijn?
Meester: Laat staan dat ik ze kan tellen.
Monnik: Noem dat maar alles doordringende wijsheid.
Meester: Noem het dan maar de wijsheid voorbij.
9.5 Het oordeel voorbij
Monnik: De Boeddha van de alles doordringende wijsheid voorbij alle wijsheid mediteerde als geen ander, maar slaagde er niet in een boeddha te worden.
Meester: Precies.
Monnik: Hoezo?
Meester: Een boeddha is iemand die nergens meer in slaagt.
Monnik: Bedoelt u dat hij overal in faalt?
Meester: Een boeddha is iemand die nergens meer in faalt.
Monnik: Doordat een boeddha nergens meer over oordeelt?
Meester: Zelfs niet over zijn eigen oordelen.
Monnik: Ja, oordeelt hij nu wel of oordeelt hij nu niet?
Meester: Precies.
9.6 Het worden voorbij
Monnik: De Boeddha van de alles doordringende wijsheid voorbij alle wijsheid mediteerde als geen ander, maar slaagde er niet in een boeddha te worden.
Meester: Boeddhaschap is geen kwestie van worden.
Monnik: Is het dan een kwestie van zijn?
Meester: Voor jou misschien.
Monnik: Waarvan is het voor u een kwestie?
Meester: Voor mij is het helemaal geen kwestie.
Monnik: En als het toch een kwestie was?
Meester: Een kwestie van ontworden.
Monnik: Wat moet er dan ontworden?
Meester: Ja, wat niet.
Monnik: Want alles moet ontworden?
Meester: Waaronder het ontworden.
Monnik: Ai, een dubbele ontkenning.
Meester: Niet te verwarren met een enkele bevestiging.
Monnik: En dat zou het boeddhaschap zijn?
Meester: Natuurlijk niet.
Monnik: Waarom niet?
Meester: Ook dat is dan ontworden.
Monnik: Noem dat maar boeddhaschap.
Meester: Noem het dan maar ontwoorden.
9.7 De meditatie voorbij
Monnik: De Boeddha van de alles doordringende wijsheid voorbij alle wijsheid mediteerde als geen ander, maar slaagde er niet in een boeddha te worden. Hoe kan dat?
Meester: Door al dat mediteren.
Monnik: Wat had hij dan moeten doen?
Meester: Onderzoeken wat mediteren is.
Monnik: Wat is mediteren?
Meester: Het is maar net aan wie je het vraagt.
Monnik: Als je het u vraagt?
Meester: Tja.
Monnik: Misschien is alles wel meditatie.
Meester: Wie zal het zeggen.
Monnik: Als alles meditatie is, wat valt er dan nog te mediteren?
Meester: Als koeien kippen waren…
Monnik: Wat?
Meester: Zouden ze dan ook op stok gaan?
Monnik: Of misschien is niets wel meditatie.
Meester: Het is maar net aan wie je het vraagt.
Monnik: Als niets meditatie is, wat valt er dan nog te mediteren?
Meester: Ga daar maar over mediteren.
Monnik: Of niet-mediteren natuurlijk.
Meester: Dat komt dan op hetzelfde neer.
9.8 Het voorbijgaan voorbij
Monnik: De Boeddha van de alles doordringende wijsheid voorbij alle wijsheid mediteerde als geen ander, maar slaagde er niet in een boeddha te worden. Hoe kan dat?
Meester: Misschien zat al die wijsheid hem wel in de weg.
Monnik: Die is hij toch voorbijgegaan?
Meester: Misschien zat al die wijsheid voorbij alle wijsheid hem wel in de weg.
Monnik: Wat had hij dan moeten doen?
Meester: Eraan voorbijgaan natuurlijk.
Monnik: Wat is er voorbij de wijsheid voorbij alle wijsheid?
Meester: Dat wil je niet weten.
9.9 Klein beginnen
Monnik: Ik mediteer nu al dertig jaar, waarom kan ik de hoogste waarheid niet vinden?
Meester: Zie eerst de laagste maar eens te vinden.
9.10 De aannames voorbij
Monnik: Ik mediteer nu al dertig jaar, waarom kan ik de hoogste waarheid niet vinden?
Meester: Wie zegt dat er een hoogste waarheid is?
Monnik: Dat zeggen ze.
Meester: Ze zeggen zoveel.
Monnik: Wat zou u zeggen?
Meester: Je mediteert nu al dertig jaar in de veronderstelling dat er een hoogste waarheid is.
Monnik: In elk geval hoop ik hem door meditatie te vinden, als hij bestaat.
Meester: Wie zegt dat hij door meditatie gevonden kan worden, als hij bestaat?
Monnik: Wat zou u zeggen?
Meester: Je mediteert nu al dertig jaar in de veronderstelling dat er een hoogste waarheid is, in de veronderstelling dat hij door meditatie gevonden kan worden.
Monnik: In elk geval hoop ik hem door meditatie te vinden, als hij door meditatie gevonden kan worden, als hij bestaat.
Meester: Wie zegt dat ook jij hem door meditatie kan vinden?
Monnik: Wat zou u zeggen?
Meester: Je mediteert nu al dertig jaar in de veronderstelling dat er een hoogste waarheid is, in de veronderstelling dat hij door meditatie gevonden kan worden, ook door jou.
Monnik: In elk geval hoop ik hem door meditatie te vinden, als hij door meditatie te vinden is, ook door mij, als hij bestaat.
Meester: Wie zegt dat het een kwestie van vinden is?
Monnik: Wat zou u zeggen?
Meester: Je mediteert nu al dertig jaar in de veronderstelling dat er een hoogste waarheid is, in de veronderstelling dat hij door meditatie gevonden kan worden, ook door jou, in de veronderstelling dat het een kwestie van vinden is.
Monnik: Waarvan zou het anders een kwestie zijn?
Meester: Van je aannames onderzoeken, bijvoorbeeld.
Monnik: In dat geval kun je mediteren tot je een ons weegt zonder dat er iets gebeurt.
Meester: Anders misschien ook.
Monnik: Is het inderdaad een kwestie van je aannames onderzoeken?
Meester: Als ik ja zeg neem je dat meteen weer aan zonder het zelf te onderzoeken.
Monnik: Waarvan zou het anders een kwestie kunnen zijn?
Meester: Van niet vinden bijvoorbeeld.
Monnik: Is het inderdaad een kwestie van niet vinden?
Meester: Als ik ja zeg neem je dat meteen weer aan zonder het te onderzoeken.
Monnik: En zo voort.
Meester: Het zand gaat voort maar Zandvoort niet.
Monnik: Hoe onderzoek je dit soort zaken eigenlijk?
Meester: Wat denk je dat we aan het doen zijn?
Monnik: Nu weet ik het helemaal niet meer.
Meester: Dan maar hopen dat het een kwestie van niet-weten is.
9.11 De waarheid voorbij
Monnik: Ik mediteer nu al dertig jaar, waarom kan ik de hoogste waarheid niet vinden?
Meester: Misschien is dat de hoogste waarheid al.
Monnik: Misschien is wat de hoogste waarheid al?
Meester: ‘Ik mediteer nu al dertig jaar, waarom kan ik de hoogste waarheid niet vinden.’
Monnik: Wat een onzin.
Meester: Of anders dit.
Monnik: Wat?
Meester: Dat het onzin is dat ‘Ik mediteer nu al dertig jaar, waarom kan ik de hoogste waarheid niet vinden’ al de hoogste waarheid is.
Monnik: En dat zou de hoogste waarheid zijn?
Meester: Voor zolang het duurt.
Monnik: Hoe komt u erop.
Meester: Moet jij zeggen.
Monnik: O, ik snap het al.
Meester: Houdt het dan nooit op?
Monnik: ‘Alleen maar dit’, is dat waar u naar verwijst?
Meester: Hoe kom je erop.
Monnik: Dat er verder geen hoogste waarheid is, bedoel ik.
Meester: Dan had ik dat wel gezegd.
Monnik: Bedoelt u dat er toch een hoogste waarheid is?
Meester: Jij met je bedoelingen.
Monnik: Ik snap er niets meer van.
Meester: Dan noem je dat toch de hoogste waarheid?
Monnik: Maar is het dat ook?
Meester: Ga dan maar weer mediteren.

