Koan 8 – Wat is een kar zonder onderdelen?
‘Xizongh, de wielmeester, maakte een kar waarvan de wielen wel honderd spaken hadden’, zei meester Yuean. ‘Wat blijft er over als je alle onderdelen verwijdert?’

8.1 Het wiel uitvinden
Nadat hij de monniken bijeen geroepen had, vroeg de meester: ‘Wat is het belangrijkste aan een wiel?’
De monniken begonnen meteen door elkaar heen te roepen: ‘Het loopvlak dat de voorwaartse beweging mogelijk maakt!’ ‘De spaken die de last overbrengen op de naaf!’ ‘De naaf die de last overbrengt op de as!’ ‘De as die het koetswerk draagt!’ ‘Het koetswerk dat de nuttige last draagt!’ ‘De lege ruimte omsloten door het koetswerk!’ ‘De nuttige last in de lege ruimte!’ ‘De weg die het voertuig draagt!’ ‘De aarde die de weg draagt!’ ‘De bestemming die de weg rechtvaardigt!’ ‘Het gaat niet om de bestemming, het gaat om de reis!’ ‘Het gaat niet om de reis, het gaat om de reiziger!’ ‘Het gaat om al deze dingen bij elkaar!’ ‘Alle dingen zijn leeg!’ ‘Als alle dingen leeg zijn dan ook de leegte!’ ‘Een geheel is meer dan de som der delen!’ ‘De delen zijn meer dan onderdelen van een geheel!’ ‘Vorm is leegte, leegte is vorm!’ ‘Geen vorm, geen leegte!’
Toen ze uitgeschreeuwd waren, vroeg een monnik die nog niets gezegd had aan de meester: ‘Wat is volgens u het belangrijkst?’
‘Waarom zou iets het belangrijkste zijn?’
‘Bedoelt u dat alles even belangrijk is?’
‘Waarvoor?’
‘Bedoelt u dat niets enig belang heeft?’
‘Waarvoor niet?’
‘Maar wat is nu het belangrijkste aan een wiel?’
‘Dat is nu het belangrijkste aan een wiel.’
8.2 Een spaak in het wiel
Monnik: Wat blijft er over als je alles weghaalt?
Meester: Waarvan?
Monnik: Van een kar bijvoorbeeld.
Meester: Alles natuurlijk.
Monnik: Hoe kan dat nou!
Meester: Alleen die kar niet.
Monnik: Als je alles weghaalt van een kar blijft alles over, alleen die kar niet?
Meester: Planken, balken, assen, lagers, wielen, spaken, scharnieren, deuvels, nagels.
Monnik: En als je die ook nog weghaalt?
Meester: Waar wou je ze laten?
Monnik: Wat als je álles weghaalt?
Meester: Waarvan?
Monnik: Overal van.
Meester: Wat dan?
Monnik: Wat er dan nog overblijft.
Meester: Alles natuurlijk.
Monnik: Ik snap het niet.
Meester: Het moet toch ergens blijven.
Monnik: Volgens mij blijft er niets over als je alles weghaalt.
Meester: Je doet je best maar.
Monnik: Ik doel op de leegte, het ongeborene, het doodloze, het ware zelf.
Meester: Dan heb je nog niet alles weggehaald.
Monnik: Wat zegt u me daar?
Meester: Waar is de leegte als je haar niet denkt?
Monnik: …
Meester: Wat denk je nu?
Monnik: Niets, geloof ik.
Meester: Is dat het niets van de leegte, het ongeborene, het doodloze, het ware zelf?
Monnik: …
Meester: Wat denk je nu?
Monnik: Weer niets, geloof ik.
Meester: Valt er ook maar iets te zeggen over wat je net niet dacht?
Monnik: …
Meester: Al was het maar dat het onbestemd is of leeg of zelfs van leegte ontdaan?
Monnik: Ik geloof het niet.
Meester: Nou dan.
8.3 Wormwiel
Monnik: Wat blijft er over als je alles weghaalt?
Meester: Wie zegt dat er iets overblijft?
Monnik: Wat?
Meester: Je lijkt op voorhand al te weten dat er iets overblijft.
Monnik: Wat blijft er over als je alles weghaalt, gesteld dat er iets overblijft?
Meester: Waarvan?
Monnik: Van je… lichaam bijvoorbeeld.
Meester: Waarvan over?
Monnik: Van mij natuurlijk.
Meester: Wat er van jou overblijft als je alles van je lichaam weghaalt?
Monnik: Mijn geest?
Meester: Wie zegt dat je lichaam van jou is?
Monnik: Daar vraagt u me wat.
Meester: Of bepaal jij zelf hoe je lichaam eruit ziet en wat het allemaal doet?
Monnik: Was dat maar waar.
Meester: Wie zegt dat je geest van jou is?
Monnik: Mijn geest?
Meester: Of bepaal jij zelf wat je allemaal denkt en droomt?
Monnik: Wat blijft er van je over als je geen lichaam en geen geest meer hebt?
Meester: Zie er eerst maar eens aan te komen.
Monnik: Hè?
Meester: Zie er dan maar weer vanaf te komen.
8.4 Vliegwiel
Monnik: Wat blijft er over als je alles weglaat?
Meester: Deze vraag.
Monnik: Verhip.
Meester: En als je deze vraag weglaat?
Monnik: Nou?
Meester: Die vraag.
Monnik: Verrek.
Meester: En als je alle vragen weglaat?
Monnik: Dan vallen alle antwoorden ook weg, zou ik zeggen.
Meester: Behalve dit antwoord zeker.
Monnik: Verroest.
Meester: En als je dit antwoord ook weglaat?
Monnik: Nou?
Meester: Deze vraag.
Monnik: Verdraaid.
8.5 De vier werelden van illusie
Monnik: Wat blijft er over als je de drie werelden van illusie doorziet?
Meester: Welke drie werelden van illusie?
Monnik: Die van gehechtheid, vorm en niet-vorm natuurlijk.
Meester: Tot welke wereld behoren de drie werelden van illusie?
8.6 Vrijwiel
Monnik: Wat blijft er over als je de illusie doorziet?
Meester: De illusie dat je de illusie doorziet.
Monnik: Hè?
Meester: Wat?
Monnik: En als je die ook nog doorziet?
Meester: De illusie dat je de illusie van de illusie doorziet.
Monnik: Hè?
Meester: Wat?
Monnik: En als je alle illusies doorziet?
Meester: Welke illusies?
Monnik: Hè?
Meester: Wat?
Monnik: Bedoelt u dat illusies werkelijkheid zijn?
Meester: Wat blijft er over als je de werkelijkheid doorziet?
8.7 Het verschil tussen twee lege karren
Neem een kar vol wijsheid, gooi hem leeg en je hebt een kar zonder wijsheid. Neem een kar vol dwaasheid, gooi hem leeg en je hebt een kar zonder dwaasheid. Twee lege karren, een zonder wijsheid en een zonder dwaasheid. Wat is het verschil?
Niet-weten is een lege kar. Een leer zonder inhoud. Een traditie zonder verleden of toekomst. Religie zonder opper- of onderwezens. Mystiek zonder mysterie. Een oordeel zonder gelijk of ongelijk. Spiritualiteit zonder ziel of geest. Eenheid zonder samenhang. Veelheid zonder tal. Niets zonder leegte. Deugd zonder moraal. Een weg zonder richting of lengte. Helderheid zonder inzicht. Bewustzijn zonder benul.
Identiek of niet? Zeg jij het maar. O, moet ik het zeggen.
Niet-weten: of je een kar leeggooit.
8.8 Als een schrift zonder blad!
Als een kaart zonder schat!
Als een zee zonder gat!
Als een land in een stad!
Als een weg uit je pad!
8.9 Als een maalstroom zonder vlot!
Als een priester zonder god!
Als een monnik zonder grot!
Als een story zonder plot!
Als een kaarsvlam voor een mot!
8.10 Like a statue never standing!
Like a tree top ever bending!
Like a patent ever pending!
Like a story ever ending!
8.11 Als een inbreuk zonder schending!
Als een missie zonder zending!
Na een keerpunt zonder wending!

