Koan 25 – Dromen van de derde zetel
Meester Yangshan Juaji droomde dat hij op bezoek ging bij de toekomstige boeddha Maitreya in de hemel van Tushita en de derde zetel toegewezen kreeg.
Een monnik sloeg met de voorzittershamer op de lessenaar en zei: Vandaag worden we toegesproken vanuit de derde zetel.
Yangshan stond op, sloeg met de voorzittershamer op de lessenaar en zei: De Waarheid van het Grote Voertuig gaat voorbij de Vier Bevestigingen en de Honderd Ontkenningen.

25.1
De meester droomde dat hij in de wachthemel op bezoek ging bij Maitreya, de toekomstige boeddha. Hij nieste harder dan nodig, snoot harder dan nodig zijn neus, sloeg herhaaldelijk met de voorzittershamer op de lessenaar, schoot zelfs een toekomstig kanon af om de toekomstige boeddha te wekken, maar niks hoor.
Omdat hij niet eeuwig kon wachten, begon de meester zijn droomtoespraak voor geen gehoor. Hij sprak tegen het zwerk over de Vier Bevestigingen en bevestigde dat niemand meer weet welke dat zijn. Hij sprak over de Honderd Ontkenningen en ontkende dat iemand weet welke dat zijn.
Het deed er ook niet toe, verklaarde hij, omdat de Waarheid van het Grote Voertuig toch voorbij de vier onbekende bevestigingen en de honderd onbekende ontkenningen gaat, maar hij gaf toe dat zoiets niet definitief of zelfs maar voorlopig valt vast te stellen zolang men niet definitief of zelfs maar voorlopig heeft vastgesteld om welke bevestigingen en ontkenningen het gaat, en om welke waarheid van welk groot voertuig, die zelf ook weer bestaat uit vier en honderd waarheden over elk van vier en honderd transportmiddelen over elk van vier en honderd wegen.
Het deed er ook niet toe, vervolgde hij, omdat er toch niemand luisterde, getuige het feit dat het beoogde gehoor, in het bijzonder de tijdelijk of wellicht eeuwig toekomstige boeddha in zijn droom in een droom genadeloos door zijn toespraak heen bleef zagen. Het lijkt de werkelijkheid zelf wel, peinsde de meester verder, nog altijd in zijn droom.
25.2
Iedere nacht droomde de meester dat hij in de wachthemel een toespraak hield waar iedereen doorheen sliep.
De ene nacht zei hij: ‘De Waarheid van het Grote Voertuig is vervat in de Vier Bevestigingen en de Honderd Ontkenningen’, de andere: ‘De Waarheid van het Grote Voertuig gaat voorbij de Vier Bevestigingen en de Honderd Ontkenningen.’
De ene nacht zei hij: ‘De Waarheid van het Grote Voertuig, dat is Vriendelijkheid, Mededogen, Medeleven en Gelijkmoedigheid’, de andere: ‘Als de Waarheid van het Grote Voertuig gelijk zou zijn aan Vriendelijkheid, Mededogen, Medeleven en Gelijkmoedigheid, waar laten we dan de rest?’
Hij zei: ‘Het Grote Voertuig is meer dan naastenliefde’ of ‘Naastenliefde is meer dan het Grote Voertuig’ of ‘Het Grote Voertuig streeft naar verlossing voor iedereen’ of ‘Als eerst alle anderen verlost moeten worden, zal niemand zelf verlossing vinden’ of ‘Het is de waarheid die de leugen schept’, enzovoort.
Toen de meester het bij een glaasje gemak aan de hoofdmonnik vertelde, vroeg die gretig: ‘Welke toespraak is de juiste?’
‘Wat maakt het uit,’ antwoordde de meester, ‘iedereen slaapt er doorheen.’
‘Als ze wakker waren geweest’, zei de hoofdmonnik.
‘Wat maakt het uit,’ antwoordde de meester, ‘het blijven dromen.’
‘Maar welke droom is de ware?’ hield de hoofdmonnik aan.
‘Moet je dat nog vragen?’ zei de meester verbaasd.
‘Toe, help een dolende ziel op weg’, smeekte de hoofdmonnik.
‘Deze’, zei de meester, en droomde dat hij wakker werd.
25.3
Er was eens een rups die droomde dat hij een vlinder was die droomde dat hij een lezer was die droomde dat hij een tekst las van iemand die droomde dat hij koans bedacht en commentaren schreef over iemand die droomde dat hij een collectie had samengesteld van achtenveertig verhaaltjes van mensen die droomden dat ze leerlingen waren van mensen die droomden dat ze meester waren in de afstammingslijn van iemand die droomde dat hij een boeddha was en nooit had kunnen dromen wat er uit zijn naam allemaal gezegd, verzwegen, gedacht, geschreven, gedaan en nagelaten zou worden.
25.4
Monnik: De Waarheid van het Grote Voertuig gaat voorbij de Vier Bevestigingen en de Honderd Ontkenningen.
Meester: Dat kan ik niet bevestigen of ontkennen.
Monnik: Nauwkeuriger gezegd, ik droomde dat de Waarheid van het Grote Voertuig voorbij de Vier Bevestigingen en de Honderd Ontkenningen gaat.
Meester: Dat kan ik niet bevestigen of ontkennen.
Monnik: Ik bedoel, het is de waarheid dat ik dat droomde.
Meester: Maar daarom is het nog niet de Waarheid die je droomde.
Monnik: Eerlijk gezegd was het niet ik, maar meester Yangshan Juaji die lang geleden droomde dat de Waarheid van het Grote Voertuig voorbij de Vier Bevestigingen en de Honderd Ontkenningen gaat.
Meester: Dat kan ik niet bevestigen of ontkennen.
Monnik: Het staat anders in de Poortloze Poort.
Meester: Daarom is het nog niet waar.
Monnik: Dat het de Waarheid is niet of dat hij het droomde niet?
Meester: Wie zal het zeggen.
Monnik: Wat is dan de Waarheid van het Grote Voertuig?
Meester: Dat is dan de Waarheid van het Grote Voertuig.
25.5
Monnik: De Waarheid van het Grote Voertuig gaat voorbij de Vier Bevestigingen en de Honderd Ontkenningen.
Meester: De Waarheid van het Grote Voertuig gaat voorbij het Grote Voertuig.
Monnik: Wat?
Meester: De Waarheid van het Grote Voertuig gaat voorbij de Waarheid.
Monnik: Hè?
Meester: De Waarheid van het Grote Voertuig gaat voorbij.
Monnik: Echt?
Meester: Het Grote Voertuig gaat voorbij.
Monnik: Jeetje.
Meester: Misschien mag je wel mee.
25.6
Monnik: ‘De Waarheid van het Grote Voertuig gaat voorbij de Vier Bevestigingen en de honderd ontkenningen.’ Wat hebt u daarop te zeggen?
Meester: Ook het Grote Voertuig gaat voorbij.
Monnik: En dan?
Meester: Neem je gewoon de benenwagen.
Monnik: Waarvoor staat de benenwagen?
Meester: Je op eigen benen wagen.
Meester: Wat als je je op eigen benen waagt?
Meester: Dan ben je in één klap overal voorbij.

