Koan 2 – De zenleraar die een vos werd
Telkens wanneer meester Baizhang een toespraak gaf, kwam er een oude man bij zitten die er na afloop stilletjes vandoor ging. Op een dag bleef de grijsaard achter. Meester Baizhang zei: ‘Wie bent u?’ De man antwoordde:
‘Ik ben eigenlijk geen mens. In het verre verleden, nog in de tijd van Kashyapa Boeddha, was ik zelf zenmeester, hier op deze berg. Een leerling vroeg me of de verlichte onderworpen is aan de wet van oorzaak en gevolg, wat ik ontkende. Daardoor ben ik nu al vijfhonderd keer herboren als vos. Alstublieft meester, wat had ik dan moeten zeggen?’ Baizhang antwoordde: ‘De verlichte is één met de wet van oorzaak en gevolg.’ Eindelijk zag de oude man het licht.
Nadat hij zijn dankbaarheid had betuigd, zei de grijsaard: ‘Ik ben nu bevrijd van mijn vossenlijf, dat zich in een grot aan de andere kant van de berg bevind. Wilt u zo vriendelijk zijn het de eer te bewijzen die een overleden monnik toekomt?’
Baizhang liet de tempelklok luiden en een begrafenisplechtigheid aankondigen. Daar iedereen op dat moment in goede gezondheid verkeerde, vroegen de monniken zich af wat er aan de hand kon zijn. Baizhang leidde hen naar de grot en trok met zijn staf het vossenkadaver naar buiten, dat ze op traditionele wijze cremeerden.
Die avond nam de meester plaats op het spreekgestoelte en deed zijn relaas. Eerwaarde Huangbo vroeg: ‘De oude man gaf het verkeerde antwoord en werd daarvoor tot vijfhonderd vossenlevens veroordeeld. Wat als hij het juiste antwoord had gegeven?’ Meester Baizhang zei: ‘Kom maar hier, dan zal ik het in je oor fluisteren.’
Huangbo liep op de meester af en gaf hem onverwachts een draai om zijn oren. Baizhang klapte verheugd in zijn handen en riep: ‘Ik dacht dat alleen de barbaar een rode baard had, maar nu zie ik een barbaar met een rode baard!’

2.1 Goed fout
Telkens wanneer de meester een toespraak gaf, kwam er een onbekende met een rode baard bij zitten die er na afloop stilletjes vandoor ging. Op een dag bleef de vreemdeling achter. De meester vroeg: ‘Wie bent u?’ De onbekende vertelde: ‘Lang geleden was ik een vos, hier op deze berg. Ik hield me ver van de mensen met hun grenzen en hun wensen, tot ik op een dag de plaatselijke zenpriester tegen het lijf liep, die mij vroeg of de verlichte een is met de wet van oorzaak en gevolg. “Helemaal goed!” kefte ik achteloos. Door dat antwoord ben ik nu al vijfhonderd keer herboren als mens. Wat was mijn fout?’ ‘Denken in termen van goed en fout’, zei de meester. Eindelijk zag de oude vos het licht.
2.2 Uitgesproken
Toen de meester een toespraak gaf, kwam er een onbekende bij zitten. Na afloop vroeg de meester: ‘Wie bent u?’ De vreemdeling vertelde: ‘Lang geleden was ik net als u een zenpriester, hier op deze berg. Op een dag vroeg een vos mij wanhopig: “Ik ben nu al vijfhonderd keer herboren als mens. Wat was mijn fout?” “Denken in termen van goed en fout”, zei ik achteloos. Door dat antwoord ben ik nu al vijfhonderd keer herboren als vos. Wat had ik dan moeten zeggen?’ De neester haalde zijn schouders op. Eindelijk zag de oude priester het licht.
2.3 Doornen
Op een dag werd de meester benaderd door een onbekende, die klaagde: ‘Ik ben nu al vijfhonderd keer herboren als vos. Weet ú misschien waarvoor ik gestraft wordt?’ De meester vroeg: ‘Wie zegt dat je gestraft wordt?’ De vreemdeling zei: ‘Het leven van een vos gaat anders niet over rozen.’ ‘Dat van een mens ook niet.’ ‘Daarom zoek ik verlichting.’ ‘Dat van de verlichte ook niet.’ ‘Maar die hoeft tenminste niet steeds terug te keren.’ ‘Die blijft maar terugkeren, als verlosser.’ ‘Vrijwillig?’ vroeg de vreemdeling ongelovig. ‘Zou je denken?’ zei de meester zuur. Huppelend keerde de vos terug naar zijn hol.
2.4 Klappen met één hand
De meester vroeg: ‘Is de verlichte onderworpen aan de wet van oorzaak en gevolg?’ De monnik antwoordde: ‘De verlichte is niet onderworpen aan de wet van oorzaak en gevolg.’ De meester gaf hem een draai om zijn oren. De monnik bedankte hem voor zijn onderricht.
De meester vroeg: ‘‘Wat heb je hiervan geleerd?’’ De monnik antwoordde: ‘De verlichte is één met de wet van oorzaak en gevolg.’ De meester gaf hem een draai om zijn oren. De monnik bedankte hem voor zijn onderricht.
De meester vroeg: ‘Heeft de verlichte altijd gelijk?’ De monnik antwoordde: ‘De verlichte is niet onderworpen aan het principe van gelijk en ongelijk.’ De meester gaf hem een draai om zijn oren. De monnik bedankte hem voor zijn onderricht.
De meester vroeg: ‘Wat heb je hiervan geleerd?’ De monnik antwoordde: ‘De verlichte is één met het principe van gelijk en ongelijk.’ De meester gaf hem een draai om zijn oren. De monnik bedankte hem voor zijn onderricht.
De meester vroeg: ‘Wat is het verschil tussen meester en leerling?’ De monnik antwoordde: ‘De meester is één met de leerling.’ De meester gaf hem een draai om zijn oren. De monnik bedankte hem voor zijn onderricht.
De meester vroeg: ‘Wat heb je hiervan geleerd?’ De monnik haalde zijn schouders op. De meester liet zijn hand zakken. De monnik vroeg: ‘Waarom krijg ik nu geen draai om mijn oren?’ De meester haalde zijn schouders op. De monnik drong aan: ‘Wat heb ik zonder het te weten goed gedaan?’ De meester gaf hem een draai om zijn oren. De monnik bedankte hem voor zijn onderricht.
De meester vroeg: ‘Wat heb je hiervan geleerd?’ De monnik reageerde niet. De meester zei: Nou? De monnik glimlachte. De meester glimlachte. De monnik zei: ‘Leren is niet de weg.’ De meester gaf hem een draai om zijn oren. De monnik bedankte hem voor zijn onderricht.
2.5 Foxtrot
Meester: Is de verlichte vrij van karma?
Monnik: De wát?
Meester: Sluwe vos.
Monnik: Wat zou u zeggen?
Meester: Vrij van wát?
Monnik: Sluwe vos.
Meester: Kan het je goedkeuring wegdragen?
Monnik: Waarvoor?
Meester: Sluwe vos.
Monnik: Wilt u mij nu eindelijk transmissie geven?
Meester: Waarvan?
Monnik: Sluwe vos.
Meester: De dharma natuurlijk.
Monnik: De wat?
Meester: Sluwe vos.
Monnik: Wie?
Meester: Wat?
2.6 Vossen vangen met vossen
Monnik: Is de verlichte vrij van karma?
Meester: De verlichte is vrij van karma, de verlichte is niet vrij van karma, de verlichte is wel en niet vrij van karma, de verlichte is wel noch niet vrij van karma.
Monnik: Is karma een realiteit of een illusie?
Meester: Karma is een realiteit, karma is een illusie, karma is realiteit én illusie, karma is realiteit noch illusie.
Monnik: Sluwe vos.
Meester: Wat zou jij zeggen?
Monnik: Mwah.
Meester: Sluwe vos.
Monnik: Maar is de verlichte nu onderworpen aan de wet van oorzaak en gevolg of niet?
Meester: Tja.
Monnik: Sluwe vos.
Meester: Wat zou jij zeggen?
Monnik: De verlichte is onderworpen aan de wet van oorzaak en gevolg, de verlichte is niet onderworpen aan de wet van oorzaak en gevolg, de verlichte is wel én niet onderworpen aan de wet van oorzaak en gevolg, de verlichte is wel noch niet onderworpen aan de wet van oorzaak en gevolg.
Meester: Is de wet van oorzaak en gevolg een realiteit of een illusie?
Leerling: De wet van oorzaak en gevolg is een realiteit, de wet van oorzaak en gevolg is een illusie, de wet van oorzaak en gevolg is realiteit én illusie, de wet van oorzaak en gevolg is realiteit noch illusie.
Meester: Sluwe vos.
Monnik: Mogen we dan alleen alles of niets zeggen?
Meester: Je kan me nog meer vertellen.
Monnik: Sluwe vos.
Meester: Wat zou jij zeggen?
Monnik: Wie zegt dat wij het voor het zeggen hebben?
Meester: Sluwe vos.
2.7 Heeft een kip de boeddhanatuur?
Een vos kefte: ‘Toen een van mijn welpen vroeg of een kip de boeddhanatuur heeft, zei ik naar waarheid: “Karma, ik lust er wel pap van.” Sindsdien ben ik al vijfhonderd keer wedergeboren als boeddha. Alstublieft meester, wat heb ik verkeerd gedaan?’
2.8 Vragen van een oude vos
In wat voor wereld(beeld) leven oosterlingen of tenminste kloosterlingen of tenminste boeddhisten of tenminste zenpriesters, dat er ten eerste onjuiste antwoorden mogelijk zijn, en dat ze ten tweede door een enkel onjuist antwoord liefst vijfhonderd levens als vos moeten slijten?
Waarom een vos en niet een fugu of een bonobo?
Waarom vijfhonderd en niet vijf of vijftigduizend?
Na die vijfhonderd vossenlevens in één keer mens of boeddha, of via onvermelde tussenstappen?
Vijfhonderd identieke levens in steeds hetzelfde vossenlichaam of vijfhonderd verschillende levens in steeds hetzelfde vossenlichaam of vijfhonderd verschillende levens in opeenvolgende vossenlichamen?
Hoe wist de oude man dat hij vijfhonderd levens als vos achter de rug had? Hield hij dat ergens bij, hield de Boeddha het voor hem bij, overleefde zijn geheugen elke vossendood, was het voorgeprogrammeerd, ging hij af op zijn gevoel, gaf hij uitdrukking aan hoe het voelde of zei hij maar wat?
Welke wet van oorzaak en gevolg is hier werkzaam? Een karmische of een fysische, deterministisch of indeterministisch, een morele of een feitelijke, goddelijk of duivels, een biologische of een boeddhistische van leegte of afhankelijk ontstaan misschien?
Zijn dit in wezen dezelfde wetten of verschillende?
Gesteld dat de volmaakt verlichte inderdaad één is met de wet van oorzaak en gevolg, geldt dit dan ook voor de onvolmaakte verlichte, de volmaakt onverlichte en de onvolmaakt onverlichte?
Duidt het geloof in volmaakte verlichting volgens jou op onvolmaakte verlichting? Zo ja, waarop duidt het geloof in onvolmaakte verlichting dan? Waarop duidt het geloof dat het allemaal ergens op duidt?
Is de wet van oorzaak en gevolg zelf oorzaak of gevolg, en zo ja, waarvan?
Waar is de wet van oorzaak en gevolg?
Wie zou je zijn zonder wet van oorzaak en gevolg als je er 1. aan onderhevig was; 2. niet aan onderhevig was; 3. één mee was?
Wie is het die één is met de wet van oorzaak en gevolg?
Kun je er volgens jou voor kiezen om één te zijn met de wet van oorzaak en gevolg, overkomt het je, was je het altijd al, moet je ervoor oefenen, moet je je overgeven, moet je oefenen in overgave, moet je een tijdje in de aanwezigheid van een volmaakt verlichte verblijven of wat?
Wil de vossenkoan ons volgens jou verrijken met of juist bevrijden van deze manier van vragen en denken?

