Koan 4 – Bij de baard van Bodhidharma
Toen hij een portret zag van Bodhidharma met baard zei meester Huoan: ‘Waarom heeft die vent geen baard?’

4.1 Zelfportretten
Toen hij Bodhidharma ontmoette, zei de meester: ‘Waarom heeft die vent geen portret?’
Toen hij een portret van Bodhidharma zag, zei de meester: ‘Waarom heeft die vent geen lijf?’
Toen hij een beeld van de Boeddha zag, zei de meester: ‘Waarom krijgt die vent geen beeld?’
Toen hij een beeld van zichzelf zag, zei de meester: ‘Waarom heeft die vent geen zelf?’
Nadat hij zijn baard had afgeschoren, zei de meester: ‘Dat is ook geen gezicht.’
4.2 Een mop zonder baard
Toen hij de keizer ontmoette, zei de meester: ‘Waarom heeft mijn wijsheid geen baard?’ De keizer gaf het op. De meester zei: ‘Omdat ik niet van gisteren ben.’
4.3 Een baard zonder mop
Toen hij de meester ontmoette, zei de keizer: ‘Waarom heeft mijn wijsheid geen baard?’ De meester zei: ‘Die heb ik zelf aan u verteld.’ ‘Ik wou hem nog een keer horen’, zei de keizer. ‘Nou?’ vroeg de meester inschikkelijk. ‘Omdat ik niet van gisteren ben’, hinnikte de keizer. ‘Maar ook niet van vandaag’, zei de meester en gaf zijn ezel de sporen.
4.4 Een spijker zonder kop
Toen hij de keizer ontmoette, zei de meester: ‘Wat is nog groter dan uw keizerrijk en heeft toch niets om het lijf?’ De keizer antwoordde: ‘Uw wijsheid.’ De meester zei: ‘Mispoes.’ ‘Uw leegte.’ ‘Mispoes.’ ‘Uw heiligheid dan?’ ‘U moest eens weten.’ ‘Ik geef het op.’ ‘Bijna goed.’ ‘Oneindig is mijn onwetendheid’, somberde de Keizer. ‘De spijker op zijn kop’, riep de meester en klapte in zijn handen. ‘Zeg, ben jij een haartje betoeterd!’ riep de keizer. ‘Oneindig is mijn onwetendheid’, stamelde de meester geschrokken. De keizer zei verbaasd: ‘Dan laat je je baard toch staan?’
4.5 Sukkels
Een groepje zenmeesters in traditionele kledij hield stil voor een beeld van een corpulente boeddha met geloken ogen. ‘Noem dat maar leeg!’ riep een van hen. ‘Leve de middenweg!’ riep een ander. ‘Verboden te voeren!’ riep een derde. ‘Wakker worden!’ ‘Iemand thuis?’ ‘Waarom heeft dat wijf geen baard?’ ‘Is dit nou de Mona Lisa?’ Ze bulderden van het lachen. Het standbeeld zei vilein: ‘Wie wil mijn sokkel zijn?’
4.6 Sokkels
Een groepje zenmeesters hield stil voor een sokkel zonder boeddhabeeld. ‘Zeker van zijn voetstuk gevallen!’ riep er een. ‘Gerold, zul je bedoelen!’ ‘Welnee, de Boeddha is overal!’ ‘Welnee, de Boeddha is nergens!’ ‘De Boeddha is zijn voetstuk!’ ‘Wat zeg je, is zijn voet stuk?’ ‘Even de beeldhouwer bellen!’ Ze bulderden van het lachen. Het voetstuk zei vilein: ‘Wie wil mijn drogbeeld zijn?’
4.7 Het merg van de geest
Onder het eten sprong een monnik op tafel, wierp zijn pij af, spreidde theatraal zijn armen en riep: ‘Naakt sta ik hier voor u!’
De meester legde bedaard zijn eetstokjes neer en zei: ‘Wat moet ik met je kleren? Geef me je baard.’ De monnik rukte zijn baard uit met wortel en al en legde hem in de soep.
De meester zei: ‘Wat moet ik met je baard? Geef me je huid.’ De monnik stroopte zijn vel af en stapte eruit.
De meester zei: ‘Wat moet ik met je huid? Geef me je vlees.’ De monnik scheurde zijn spieren los en zeeg ter plekke ineen.
De meester zei: ‘Wat moet ik met je vlees? Geef me je ingewanden.’ De organen glibberden als palingen uit de romp.
De meester zei: ‘Wat moet ik met je ingewanden? Geef me je botten.’ Het skelet rammelde op het tafelblad.
De meester zei: ‘Wat moet ik met je botten? Geef me je merg.’ Het goedje spoot als zaad op het gewaad en het gelaat van de meester.
De meester likte zijn lippen af en zei: ‘Wat moet ik met je merg? Geef me je geest.’ De monnik gaf geen sjoege. De meester sloeg met zijn vuist op tafel en riep: ‘Komt er nog wat van?’ Toen bleek dat er niets van kwam, veegde hij met zijn mouw zijn gezicht af en de tafel schoon. De kaalgeschoren hoofdmonnik zei onthutst: ‘Sinds wanneer heeft een monnik geen geest?’ De meester zei: ‘Sinds wanneer draag jij een pruik?’
4.8 Vorm zoekt vorm
Monnik: Waarom heeft mijn ware gezicht een baard?
Meester: Omdat je geen onwaar gezicht hebt.
4.9 Leegte zoekt vorm
Monnik: Waarom is je ware baard geen illusie?
Meester: Omdat de illusie dat al is.
4.10 Vorm zoekt leegte
Monnik: Het is leeg en het wordt steeds voller.
Meester: Jouw baard?
Monnik: Een boeddha.
Meester: Het is vol en het wordt steeds dunner.
Monnik: Uw haar?
Meester: Geen hond.
4.11 Leegte zoekt leegte
Monnik: Het wordt steeds langer en het is geen gezicht.
Meester: Een snor.
Monnik: O, u kende hem al.
Meester: Het is ons ware gezicht, maar niet gezocht.
Monnik: Geen idee.
Meester: O, je kende hem al.

