Koan 26 – Twee monniken rollen de blinden op
Toen de monniken na het mediteren bijeen kwamen voor een lezing, wees meester Fayan naar de blinden. Twee monniken liepen ernaartoe en begonnen ze op te rollen. Fayan zei: De ene doet het goed, de andere niet.

26.1
Twee monniken zaten te mediteren. De meester zei: De houding van de ene is juist, die van de andere niet.
Vanaf die dag bekeken de monniken elkaar met argusogen. Na tien jaar hielden ze het niet meer uit, meldden zich bij de meester en vroegen met trillende stem: Wie van ons heeft de juiste houding en wie niet?
De meester barstte in lachen uit en zei: Jullie geloven ook alles.
26.2
Twee monniken zaten te mediteren. De meester zei: De houding van de ene is juiste, die van de andere niet.
Vanaf dat moment bekeken de monniken elkaar met argusogen. Na tien dagen hielden ze het niet meer uit, meldden zich bij de meester en vroegen met trillende stem: Wie van ons heeft de juiste houding en wie niet?
De meester barstte in lachen uit en zei: Jullie geloven ook alles.
De monniken keken hem ontredderd aan. Toen de meester hen wegwuifde, barstten ze op hun beurt in lachen uit.
De meester zette grote ogen op.
U gelooft ook alles, joelden de monniken.
26.3
Twee monniken zaten te mediteren. De meester zei: De houding van de ene is juist, die van de andere niet.
De monniken reageerden niet.
Na afloop riep de meester hen bij zich en zei: Jullie geloven ook niets.
De monniken lachten zelfvoldaan.
Dus pak je biezen maar, vervolgde de meester ijzig.
De monniken keken hem ongelovig aan.
Zie je wel? zei de meester. En nou wegwezen.
26.4
Monnik: Door diepgaand te twijfelen kan de dualiteit van juist en onjuist overwonnen worden.
Meester: Door nog diepgaander te twijfelen kan ook de non-dualiteit van juist en onjuist overwonnen worden.
Monnik: En dan?
Meester: Door diepgaand te twijfelen kan de dualiteit van nu en dan overwonnen worden.
Monnik: En door nog diepgaander te twijfelen kan ook de non-dualiteit van nu en dan overwonnen worden, zeker.
Meester: En ook de dualiteit en de non-dualiteit van zekerheid en twijfel.
Monnik: Nou, dan heb je wel zo’n beetje alles overwonnen.
Meester: En ook die van alles en niets en van overwinnen en verliezen.
Monnik: Ben je dan voorgoed meester van de situatie?
Meester: Dan ben je voorgoed monnik, zou ik zeggen.
Monnik, buigend: Dit noem ik nou meesterwerk.
Meester, zuchtend: Dit noem ik nou monnikenwerk.
26.5
Monnik: Is er in de boeddhanatuur ook maar iets dat onjuist genoemd kan worden?
Meester: Is er in de boeddhanatuur ook maar iets dat juist genoemd kan worden?
Monnik: Is er in de boeddhanatuur ook maar iets dat juist genoemd kan worden?
Meester: Is er ook maar iets dat de boeddhanatuur genoemd kan worden?
Monnik: Is er ook maar iets dat de boeddhanatuur genoemd kan worden?
Meester: Is er ook maar iets dat niet de boeddhanatuur genoemd kan worden?
Monnik: Is er ook maar iets dat niet de boeddhanatuur genoemd kan worden?
Meester: Is er ook maar iets dat niet wat dan ook genoemd kan worden?
Monnik: Ik dacht al dat u zoiets zou zeggen.
Meester: Is er ook maar iets?
Monnik: Nou?
Meester: Niets kan je dit toch niet noemen.
Monnik: Ik zeg niets.
Meester: Niets kan je dat toch niet noemen.
Monnik: Nou weet ik het helemaal niet meer.
Meester: Dan noem je dat toch de boeddhanatuur?
26.6
Niet het juiste, niet het onjuiste
Niet het juiste én het onjuiste
Niet het juiste noch het onjuiste
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen
26.7 Non-dualiteit voor nitwits
‘Wie is de baas, de meester of zijn lul?’
‘De meester is de lul.’

