koan 17 – De staatsleraar die drie keer zijn bediende riep
Driemaal riep de staatsleraar zijn bediende en driemaal gaf deze antwoord. De staatsleraar zei: Ik dacht dat ik jou liet zwemmen maar jij liet mij zwemmen.

17.1
Driemaal riep de staatsleraar zijn bediende en driemaal gaf deze geen antwoord.
Niet veel later begon de kloosterhond, Wu, te blaffen, wel driehonderd keer, maar niemand reageerde.
Pas toen Wu hartverscheurend begon te janken ging de bediende eens kijken.
De staatsleraar lag op z’n zij met zijn vuisten tegen zijn borst geklemd, zijn hoofd achterover, zijn gezicht paarsblauw en zijn mond en ogen wijd opengesperd.
Driemaal krijste de bediende en driemaal gaf de staatsleraar geen antwoord.
17.2
Driemaal zei de staatsleraar tegen zichzelf: Wel wakker blijven, hè. Tweemaal antwoordde hij gapend: We doen ons best. De derde keer gaf hij geen sjoege meer – waren ze toch in slaap gevallen.
17.3
‘Bediende?’
‘Meester?’
‘Bediende?’
‘Meester?’
‘Bediende?’
‘Meester?’
‘Hoorde jij ook iemand roepen?’
‘Hoorde u ook iemand roepen?’
‘Ik hoopte dat jij het was.’
‘Ik hoopte dat u het was.’
‘Wie zou het anders zijn?’
‘Ik denk dat wij het zijn.’
‘Nu hoor ik het weer.’
‘Dan was ik het inderdaad zelf.’
‘Dan was het toch iemand anders.’
17.4
Zachtjes, zodat niemand hem zou horen, prevelde de monnik: Ik wou dat ik twee zelven was, dan kon ik met mij spelen.
(Vrij naar Friedrich Torberg: Ich möchte gern zwei kleine Hunde sein / und miteinander spielen.)
17.5
Driemaal riep de staatsleraar zijn bediende en driemaal gaf deze antwoord. Wie liet wie zwemmen?
Driemaal riep de staatsleraar zijn bediende en driemaal gaf deze geen antwoord. Wie liet wie zwemmen?
Driemaal riep de staatsleraar zijn bediende niet en driemaal gaf deze antwoord. Wie liet wie zwemmen?
Driemaal riep de staatsleraar zijn bediende niet en driemaal gaf deze geen antwoord. Wie liet wie zwemmen?
Viermaal stelde ik een vraag en viermaal gaf je geen antwoord. Wie laat wie zwammen?
17.6
Bodhisattva: U heeft uw schaapjes tenminste op het droge.
Boeddha: Die is gek.
Bodhisattva: Wat dan?
Boeddha: Ik heb ze leren zwemmen.
17. 7 Soetra’s
Bodhisattva: We laten de mensen niet zwemmen.
Boeddha: Ze laten ons liever zwammen.
17.8 Sangha’s
Bodhisattva: We laten de mensen niet zwammen.
Boeddha: Ze laten ons liever zitten.
17.9 Zazen
Bodhisattva: We laten de mensen niet zwammen.
Boeddha: We laten ze liever zitten.

