Koan 10 – Drie bekers patriarchenwijn
‘Ik heb niets meer en ik ben helemaal alleen,’ zei Qingshui klaaglijk, ‘help me alstublieft’.
‘Eerwaarde?’ zei Caoshan.
‘Ja meester?’
‘U heeft nu al drie bekers patriarchenwijn op en nog heeft u dorst.’
10.1 De tong rust maar de geest racet
Monnik: Ik heb niets meer.
Meester: Wie?
Monnik: Ik, zeg ik toch?
Meester: Dan heb je nog wat.
Jaren later…
Monnik: Niet-ik heeft niets meer.
Meester: Wat?
Monnik: Niet-ik, zeg ik toch?
Meester: Dan heb je nog wat.
Jaren later…
Monnik: Ik noch niet-ik heeft niets meer.
Meester: Wie, wat?
Monnik: Ik noch niet-ik, zeg ik toch?
Meester: Dan heb je nog wat.
Jaren later…
Monnik: Ik zeg niets meer.
Meester: Mislukt.
Monnik: U zegt toch alleen maar ‘dan heb je nog wat’.
Meester: Dan heb je nog wat.
Jaren later…
Monnik: …
Meester: De tong rust maar de geest racet.
Monnik: Hoe breng ik mijn geest tot rust?
Meester: Je wat?
10.2 Heerlijk gewoon
Monnik: Ik heb niets meer.
Meester: Wedden?
Monnik: Help me alstublieft.
Meester: Zie eerst maar van je hulpeloosheid af te komen.
Jaren later…
Monnik: Ik heb niets meer.
Meester: Behalve de Boeddha zeker.
Monnik: Vanzelfsprekend.
Meester: Dood de Boeddha.
Jaren later…
Monnik: Ik heb niets meer.
Meester: Behalve een dode Boeddha zeker.
Monnik: Het kind van de rekening.
Meester: Dood de boeddhadoder.
Jaren later…
Monnik: Ik heb niets meer.
Meester: Behalve je armoede zeker.
Monnik: Daar zegt u me wat.
Meester: Schenk maar aan een rijkaard.
Jaren later…
Monnik: Ik heb niets meer.
Meester: Behalve deze gedachte zeker.
Monnik: Toegegeven.
Meester: Zie daar dan maar vanaf te komen.
Jaren later…
Monnik: Ik heb niets meer.
Meester: Ik heb zelfs niet niets meer.
Monnik: Hoe is het om zelfs niet niets meer te hebben?
Meester: Heerlijk gewoon.
Monnik: Héérlijk gewoon of heerlijk gewóón?
Meester: Blijf daar dan maar mee zitten.
10.3 Wie zonder stenen is
Monnik: Wat is zen?
Meester: Alles weggooien.
Monnik: Behalve het weggooien zeker.
Meester: Inclusief het weggooien.
Monnik: Dan hou je niets meer over.
Meester: Dan ben je niets meer kwijt.
Monnik: Maar niets is nog van jou.
Meester: En niets is niet van jou.
Monnik: En is er nog wel iemand?
Meester: En is er nog wel niemand?
Monnik: En is er nog wel iets?
Meester: En is er nog wel niets?
Monnik: Wat valt er nog te doen?
Meester: Wat valt er nog te laten?
Monnik: Wat valt er nog te denken?
Meester: Wat valt er te ontdenken?
Monnik: Wat valt er nog te zeggen?
Meester: Wat valt er nog te zwijgen?
Monnik: Klinkt als het weggooien van zen.
Meester: Zo klinkt de zen van weggooien.
Monnik: Dan hou je dus niets meer over.
Meester: Dan ben je dus niets meer kwijt.
10.4 Vier zenbarbarismen
Meester: Wat is zen?
Leerling: Nowhere to go!
Meester: Behalve naar de zendo zeker.
Meester: Wat is zen?
Leerling: Nothing to do!
Meester: Behalve zazen zeker.
Meester: Wat is zen?
Leerling: No one to be!
Meester: Behalve boeddha zeker.
Meester: Wat is zen?
Leerling: Nothing to say!
Meester: Behalve dit zeker.
10.5 Wie
Monnik: ‘Ik heb dieper in het glaasje gekeken dan ieder ander.’
Meester: ‘Wie heb je daar gezien?’
Monnik: ‘Mezelf.’
Meester: ‘Dan heb je nog niet diep genoeg in het glaasje gekeken.’
‘Het zelf!’ riep een andere monnik.
‘Dan heb je nog niet diep genoeg in het glaasje gekeken.’
‘Niet-zelf.’ riep een derde.
‘Dan heb je nog niet diep genoeg in het glaasje gekeken.’
De monniken begonnen door elkaar te schreeuwen: ‘Mijn oorspronkelijke gezicht!’ ‘Mijn ware aard!’ ‘De Boeddha!’ ‘De toekomstige Boeddha!’ ‘De meester!’ ‘De wezer!’ ‘God!’ ‘Niemand!’
‘Dan hebben jullie nog niet diep genoeg in het glaasje gekeken’, herhaalde de meester.
‘En jij,’ vroeg hij aan een monnik die nog niets gezegd had, ‘wie heb jij gezien?’
‘Waar?’ vroeg de monnik.
‘Hm’, zei de meester.
10.6 Wat
Monnik: ‘Ik heb dieper in het glaasje gekeken dan ieder ander.’
Meester: ‘Wat heb je daar gezien?’
Monnik: ‘De Waarheid.’
Meester: ‘Dan heb je nog niet diep genoeg in het glaasje gekeken.’
‘De Werkelijkheid!’ riep een andere monnik.
‘Dan heb je nog niet diep genoeg in het glaasje gekeken.’
‘De Wijsheid voorbij alle wijsheid.’ riep een derde.
‘Dan heb je nog niet diep genoeg in het glaasje gekeken.’
De monniken begonnen door elkaar te schreeuwen: ‘Volkomen verlichting!’ ‘Het Zien zelf!’ ‘Het absolute!’ ‘Alleen maar dit!’ ‘De boeddhanatuur!’ ‘De leegte!’ ‘Het niets!’ ‘Niets, ik heb helemaal niets gezien!’
‘Dan hebben jullie nog niet diep genoeg in het glaasje gekeken’, herhaalde de meester.
‘En jij,’ vroeg hij aan een monnik die nog niets gezegd had, ‘wat heb jij gezien?’
‘Waar?’ vroeg de monnik.
‘Hm’, zei de meester.
10.7 Bodembedekker
Monnik: Ik heb dieper in het glaasje gekeken dan ieder ander.
Meester: Weet jij veel hoe diep anderen in het glaasje hebben gekeken.
Monnik: Ik ben ervan overtuigd dat…
Meester: Dan heb je nog niet diep genoeg in het glaasje gekeken.
10.8 Drinkebroers
Monnik: Ik mag graag denken dat ik dieper in het glaasje heb gekeken dan ieder ander.
Meester: Ik ook.
Monnik: Maar hoe stel je zoiets vast?
Meester: Een heikel punt.
Monnik: En wat dan nog.
Meester: Zeg dat wel.
Monnik: Ik bedoel, is het soms een verdienste?
Meester: Goeie vraag.
Monnik: Was het wel mijn eigen keus?
Meester: Precies.
Monnik: En zo voort.
Meester: Poort zoekt poort.
Monnik: Ik bedoel maar.
Meester: Bij wijze van spreken dan toch.
Monnik: Hoe anders.
Meester: Verder ben ik eerlijk gezegd nooit gekomen.
Monnik: Noem dat maar verder.
Meester: Al mag ik graag denken dat ik dieper in het glaasje heb gekeken dan ieder ander.
Monnik: Is dat een hint?
Meester: Een borrel is geen pint.
Monnik: Nog één glaasje dan.
Meester: Om het af te leren.
Monnik: Sunyata.
Meester: Sunyata.
10.9 SynDroom
Monnik: Ik heb dieper in het glaasje gekeken dan ieder ander.
Meester: Wie heb je daar gezien?
Monnik: Sergej Korsakov.
Meester: O, is dat hoe hij heet.
Monnik: Wie?
Meester: Wat?

