Meester Linji zei:

Bruinwerkers, jullie trekken de dode woorden uit de dode monden van de oude meesterzwetsers en zien ze aan voor de weg zelf. Je denkt: Hun wijsheid is niet te vreten, wie kan zich met hen meten?

Je hele leven hou je vast aan dit soort vooroordelen. Trillend van ontzag kus je denkbeeldige voeten en lik je denkbeeldige hielen van denkbeeldige sterren uit het bruine verleden.

Alleen die schijt hebben aan de patriarchen zijn boeddha’s. Alleen die schijt hebben aan het onderricht van de tripitaka zijn boeddha’s. Alleen die schijt hebben aan de vromen en de braven en de ijverigen zijn boeddha’s. Alleen die schijt hebben aan goed en fout zijn boeddha’s – alleen degenen die niets geloven, dit ook niet, en zich door niemand gek laten maken.

Wanneer ik terugblik op het afgelopen decennium, speurend naar iets dat karma mag heten, kan ik niets vinden. Geen sikkepit! Toch heb ik nooit een blad voor de mond genomen. Vergelijk dat eens met zo’n chan-kwezel die knikkend en buigend door het leven gaat opdat ze hem zijn tempeltje en zijn titeltje en zijn naampje en zijn natje en zijn droogje niet zullen afnemen.

Bruinwerkers, in het verleden heeft geen enkele baanbrekende boeddha steun van zijn tijdgenoten gekregen. Integendeel, hij paste niet in hun plaatje. Ze konden hem niet voor hun karretje spannen. Hij was niet te paaien. Hij was hen veel te gortig. Eerst nadat hij vertrokken of overleden was, kon men de boeddha in hem zien en zijn afwezigheid betreuren.

Hem was het om het even. Wat heeft een wolf te vrezen van schapen? Wat moet een vrijgeest met een kroon?

 

Voorplat van Niet te geloven! De Linji Lu.

 

 

 

Categorieën: Hans van Dam
Tags: , , , , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu