Na 11 jaar alle stadia te hebben doorlopen moest ik in een dramatische tijd weggegaan en verweesd terug – bijna als vluchteling- naar de markt waar ik niet wou wezen. Vluchteling dus met het vertrouwde land achter mij en de woeste zee voor mij.
Zen
De fonkelende edelsteen in je hand
Jouw wezen is het lichaam van de Boeddha. ‘De fonkelende edelsteen ligt in je hand’ is een bekend zen- gezegde. Het symboliseert dat je ware natuur er altijd al is. Hakuin vat het kernachtig samen. Die eerste regel “Alle levende wezens zijn van nature Boeddha’s” is geen poëtische overdrijving, maar het is een stelling, een axioma. Als we dat als ‘waar’ aannemen, dan volgt daaruit dat onze beoefening geen ‘worden’ is, maar gaat het om het ‘herkennen’ van onze ware natuur. Want we zijn al Boeddha’s en in de handeling komt de expressie van onze ware natuur vanzelf tot uitdrukking.
Boeddhistische doeners en denkers – de serie (47)
Annemarie: ‘Het valt me zwaar om een koers te bepalen, stevig te staan, echt de stap te durven maken.’
Dick – Zwaard van liefde
Zo word ik wel eens wakker: Alleen maar ruimte, aan alle kanten; alle poorten staan open. Het hele universum, zo voelt het, bevindt zich overal in mij, staat overal aan ‘mijn’ kant. Bevrijding alom. Is dat hoogmoed of deemoed?
Boeddhistische doeners en denkers – de serie 42
Ben Steultjens: ‘Toen ik met mediteren begon voelde dat als thuiskomen. Maar het riep ook vragen op: Wie komt er eigenlijk thuis? En wat is dat thuis precies?’
Taigu – Het lege graf
De mens is pas werkelijk mens in het zicht van het transcendente. Het antwoord op de vraag of de Boeddha vrijwillige levensbeëindiging had kunnen billijken, is vrij voorhanden.
Zen Peacemakers Lage Landen – Stadsretraite Amsterdam
Drie thema’s, drie plekken, één beweging van het hart:
We zoeken in de stad de mensen op die ontheemd zijn — zonder vast woonadres, zonder postcode — en de mensen die hun hart voor hen openstellen. We bevragen ons eigen hart: hoe kan ik mijn veilige plek openen? Kan ik, ondanks en dankzij mijn privileges, solidair zijn?
De Lena
Ik heb zeemansbloed. Mijn vader was visserman en mijn eerste boot was een oude kapokmatras die in de Oude Rijn dreef. Toen mijn moeder mij ontwaarde gilde ze: ‘‘Kom naar de kant moet je verzuipen’. Die matras is later een kano geworden en vandaaruit ben ik naar de Rijn-en kustvaartschool (gevaren) gegaan, maar de Rijnvaart was geen succes.
Sta ik daar wat stof te vergaren…
Er zullen wel steeds wat steekjes loszitten aan mij, ruimte en gelegenheid om anderen op te nemen in mijn hart.
Boeddhistische doeners en denkers – de serie (32)
Wilco Lensink. ‘Een eigenzinnige lezing over een zenmeester en leerlingen die dat ook wilden worden in andere tijden, gewoon de dingen doen. Zonder internet en afhaalservice.’
Dick – Wijsheid en mededogen
De meeste indruk op mij maakt de prullenbak. Hij staat daar een beetje alleen en soms komt er iemand langs die er een propje in gooit. Of een leeg flesje. Of iets ondefinieerbaars. De prullenbak ontroert me. Die open ‘mond’, waar alles in kan. Die niets weigert
Ver weg en dichtbij – een knikje hier en daar
Ik heb besloten om op de fiets iedereen die ik tegenkom goeiedag te zeggen of op zijn minst te knikken; komt daarbij dat ik mijn engagement heb uitgebreid naar de bus, trein en auto: knikken naar de medebestuurders.







