Achterliggende waarden spelen vrijwel altijd een rol bij de keuze om wel of geen macht uit te oefenen. Wanneer wel, wanneer niet? Hoeveel machtuitoefening is te weinig of te veel? Welke middelen om macht uit te oefenen zijn geschikt, ongeschikt, te verantwoorden, onverantwoord, …en ga zo maar door. Iedereen kent het gezegde dat je niet met een kanon op een mug moet schieten, maar het is ook onzinnig om een tijger met een wattenstaafje aan te vallen. Macht zonder mogelijkheden om haar uit te oefenen is geen macht. En iets met overmacht proberen voor elkaar te krijgen of af te dwingen, is dat eigenlijk ook niet omdat het relaties kapot maakt of voor langere tijd onmogelijk. Dat geldt zowel in het klein (bijvoorbeeld in gezinsverband) als in het groot (tussen landen).
Dharmapelgrim
Gesprekjes: Durk
Zo af en toe mag ik samen met een ander lid van onze kleine groep historisch-vertellers optreden voor kinderen uit groep 6 of 7 van een basisschool. In ben dan Durk, dienaar van de drossaard van de stad Groningen, nachtwacht, gevangenbewaarder en hulp bij het tot laten bekennen van misdaden. Let wel, ik vertel geen verhaaltjes. Ik ben die man, gekleed in een geschiedkundig verantwoord kostuum. En nee, ik verhul mijn leeftijd nooit. In 1672, het jaar waaruit ik op raadselachtige wijze plotseling het jaar 2026 in ben geslingerd, ging niemand met pensioen. Je moest in die tijd gewoon doorwerken tot je echt niets meer kon, meestal dus tot de dood
Over Antropologie 19 – Macht
Je kunt eigenlijk alleen binnen relaties van macht spreken. Iedere relatie is immers een machtsrelatie zodra de één meer invloed op en over de ander uitoefent dan omgekeerd. Maar hoe zit het dan met gelijken als er sprake van gelijke machtsposities? Zelfs in een ‘gelijke’ machtspositie binnen een relatie, zijn er verschillen. Een voorbeeld: pappa en mamma zijn gelijk maar het hondje luistert beter naar mamma dan naar pappa. En de kinderen luisteren beter naar pappa dan naar mamma (omdat ie gewoon een luidere stem heeft?). Maar … moeders wil is wet! Bij ons thuis zeiden ze wel eens: pappa is het hoofd van het gezin, maar mamma is het nekkie.
Gesprekjes: Waartoe zijn wij op aarde?
“Alles en iedereen gaat een keertje dood,” zegt de jongeman opgewekt. “Vroeg of laat, jong of oud… groot of klein… maakt allemaal niks uit.”
Over Antropologie 18 – Achternamen
Het is in Nederland sinds de Napoleontische tijd tot vrij recent gebruikelijk geweest dat de man zijn achternaam gaf aan het gezin waarvan hij het hoofd was. Lees deze zin nog maar eens. Uit de zin kun je afleiden dat vóór de Napoleontische tijd (dus voor begin 19de eeuw) niet iedereen automatisch de naam van hun vader (de man) kregen. Dat kon natuurlijk wel, maar het was mogelijk dat men gedurende het leven van naam veranderde. Heette Piet eerst Mulder (omdat zijn pa een molenaar was), later heette Piet ineens ‘van de Brug’, omdat hij vlakbij de enigste brug van een dorp woonde en iedereen Piet kende als die vent ‘van de Brug’.
Gesprekjes: Heeft een hond boeddhanatuur
Dichte mist in de avondschemering. Ik zie twee donkere gestalten opdoemen: een grote midden op het fietspad en een kleinere die van links naar rechts gaat. Het blijken een vrouw met een hond te zijn. Mijn hondje (Flory) zwabbert voor mij aan een lange lijn eveneens van links naar rechts, van het ene pisplekje naar het andere. De vrouw en ik houden tegenover elkaar stil, terwijl de honden tussen ons in om elkaar heen draaien en elkaar onder de staart besnuffelen.
Over Antropologie 17 – Eerwraak
Ik heb het vorige keer over bruidsschatten en nageslachtsschatten gehad, als vormen van reciprociteit. Eerwraak sluit hier mooi op aan. Of moet ik zeggen: lelijk, want er valt weinig moois over eerwraak te zeggen. Althans… het is natuurlijk aan wie je vraagt. Personen die eerwraak uitoefenen, doen dat vanuit het idee dat ze niet anders kunnen omdat de familie-eer zo grof is geschonden, dat alleen de dood van de schender die smet kan wegwerken.
Gesprekjes: Stukkies
“Jij schrijft toch af en toe wat in een soort van internet-krant?” vraagt mijn overbuurman. “Het Boeddhistisch Nieuwsblad toch?”
“Boeddhistisch Dagblad,” corrigeer ik “en het is geen soort van … het is een dagelijks op internet verschijnende krant. Ja, daar lever ik regelmatig bijdragen aan. Hoezo?”
Over Antropologie 16: De bruidsschat
Een bruidsschat heeft te maken met reciprociteit. Allemachtig wat een moeilijk woord weer. Moet dat nou? Ja… want net als ander takken van wetenschap schuwt de Antropologie moeilijke woorden niet. Dat heeft vooral te maken met betekenissen. Reciprociteit is een woord voor het principe van geven en ontvangen binnen sociale interacties. In gewoon Nederlands: wederkerigheid. In de praktijk: ‘voor wat hoort wat’. En dan als ongeschreven verplichting. Ik doe iets voor jou, dus is het normaal dat jij iets terugdoet voor mij. Ik geef jou iets, dus is het normaal dat jij iets teruggeeft. Dat hoort zo.
Gesprekjes: Open deur!
Ik heb geen auto maar had wel de wegenwacht nodig voor een dame die haar autodeur niet meer dicht kreeg. En met een wijd open deur (bestuurderskant) kun je de weg niet op. De dame in kwestie stond (een week te vroeg) met haar zak plasticafval bij de container. Zonder telefoon. Dus heb ik maar de ANWB gebeld.
Over Antropologie 15: Mono- en Polygamie
In Nederland is uitsluitend het monogame huwelijk juridisch toegestaan. En in relaties vindt men monogamie eveneens het meest wenselijk. Ik ‘doe het’ met jou en jij ‘doet het’ met mij. Punt uit. Officieel dan … want over wat er stiekem gebeurt, smoezen we wel met deze of gene, maar praten we liever niet met de eigen partner. Hoe wenselijk of onwenselijk dat is, is voor deze serie artikelen geen onderwerp.
Gesprekjes: Afval
“Zal ik het even voor u doen?” vraag ik het kleine mensje in haar scootmobiel. Ze probeert een zakje GFT-afval in de klep van een ondergrondse container te deponeren. Dat lukt niet echt, want de klep zit voor haar veel te hoog. Ik neem het groene zakje bio-plastic-(afbreekbare)-zakje in ontvangst open de klep en …klaar.
“Precies wat ik al tegen die lui heb gezegd toen ze hem plaatsten…”, bromt een man die aan is komen lopen. “Ik snap ook nog steeds niet waarom die oude container vervanger moest worden. Dit kan alleen maar door een idioot achter een bureau zijn bedacht.”
Over Antropologie 14: Huwen en paren
Veel mensen vinden het niet passend om mensen met dieren te vergelijken wanneer het om nageslacht gaat. Maar het is algemeen bekend dat echte rashonden qua gezondheid kwetsbaarder zijn dan vubara’s (vuilnisbakkenrassen). En in dierentuinen wereldwijd houdt men zorgvuldig bij welk dier welke nakomelingen voort heeft gebracht, zodat inteelt kan worden voorkomen. De ‘genenpoel’ moet zo divers mogelijk zijn om sterke, gezonde dieren te fokken. Waarom zou dat bij mensen anders zijn?
Gesprekjes -geen licht
Het was nauwelijks een gesprek te noemen. Eerlijk? Het begin was gewoon geen gesprek maar een ordinaire scheldpartij! Over en weer. Ik deed er hartstochtelijk aan mee, want ik was geschrokken en na de eerste schrik eigenlijk ook behoorlijk woest. Niet goed te praten, ik weet het, ik zou gewoon onbewogen kalm moeten blijven en onverstoorbaar verder moeten gaan met waar ik mee bezig was: naar huis fietsen met mijn nieuwe hondje achter mij in zijn eigen aanhangertje. Wat was het geval?
Over Antropologie 13: Het gezin
Volgens sommige politieke partijen is het gezin de hoeksteen van de samenleving. Die gedachte haakt aan bij overgeleverde normen en waarden. Maar wat is eigenlijk een gezin? Bestaat een gezin altijd uit een man en een vrouw, met een of meer door de man bij de vrouw verwekt(e) kind(eren)? Gezellig, samen in één woning, met een tuintje en een huisdier? Huisje, boompje, beestje? Zoiets? Of kan een gezin ook zijn: Twee mannen met drie geadopteerde kinderen? Twee vrouwen met samen één man, zonder eigen kinderen maar wel liefdevol zorgend voor alle kinderen uit de buurt? Zeg het maar… Er zijn allerlei variaties.
Gesprekjes: eerlijk?
Volgens mijn dochter ben ik niet consequent, en daar geef ik haar gelijk in. En ik ben ook niet altijd eerlijk, en dat kan ik eveneens alleen maar bevestigen. Als ik dat doe, dat gelijk geven en bevestigen, krijg ik te horen dat ik haar niet serieus neem en als ik dat tenslotte niet ontken, wordt ze boos.
Over Antropologie 12: Kolonialisme
Vroeger bestond kolonisatie voornamelijk uit het met geweld veroveren van een gebied om er daarna controle over uit te oefenen, bijvoorbeeld door er soldaten te stationeren, of door burgers uit het koloniserend land – het moederland! – aan te moedigen zich in de kolonie te vestigen. Het ging de kolonisator om een, twee of zelfs alle drie van de volgende zaken: gewin, prestige en strategische posities . Zo werd Nederland er economisch beslist niet slechter van dat het macht uitoefende in wat nu Indonesië heet, of Suriname. De oorspronkelijke bewoners van de kolonie hadden weinig tot niets in te brengen, en trokken op allerlei gebied aan het kortste eind. Door hun taal en cultuur als minderwaardig te bestempelen en soms zelfs te verbieden, verwierf, behield en verstevigde de kolonisator de eigen macht. Moderne kolonisatoren hebben dezelfde motieven. Ontkennen heeft geen zin. Doen of je neus bloedt helpt niet, net zo mij als een mooi verhaal ophangen onder de mom van ‘bevrijding’ of ‘herstellen van historische grenzen’. Helaas denken de kolonisatoren daar zelf doorgaans heel anders over.
Gesprekjes: frisdrank
Het gebeurt steeds vaker dat ik werkelijk waar niet meer weet wat ik wel of niet kan geloven. Soms ligt het ‘ware’ er zo dik bovenop dat ik eraan twijfel omdat er mijns inziens waarheid zit in de uitspraak ‘als iets te mooi is om waar te zijn, is het vaak helemaal niet waar’. (Deze zin heb ik na het schrijven ervan zelf nog een paar keer overgelezen). Daarom ga ik ook nooit in op winkelaanbiedingen, omdat ze – zo blijkt steevast achteraf – meestal meer kosten dan je dacht.
Over Antropologie 11: Influencers en media
De meeste mensen realiseren het zich niet of nauwelijks, maar zij laten hun identiteit, of in ieder geval het idee dat zij van zichzelf hebben, sterk door anderen bepalen. Vooral opinieprogramma’s en andere programma’s op televisie met pratende hoofden, podcasts, columns en bijdragen van zogenoemde influencers op sociale media hebben impact. En de wijze waarop moderne algoritmen werken, versterken die impact nog eens doordat ze iedereen precies dát laten horen, zien en lezen wat zij graag willen horen, zien en lezen: dat wat ze al vinden! Het “daar ben ik het helemaal mee eens” en het “zie je wel!” zijn niet meer van de lucht. Je hoeft helemaal niet meer zelf te denken, want alles wat je al dacht wordt simpelweg bevestigd, benadrukt en nog eens dunnetjes (dik) over(ge)trokken.
Gesprekjes: homo homini lupus
Ik besloot mij tot de schapen te wenden. “En wat willen jullie later worden?” vroeg ik ze. “Of wat hopen jullie dat jullie kindertjes zullen worden? Kebab? Shoarma? Sjasliek? Of liever gewoon hondenvoer? En je hoeft er niets voor te doen hoor. Gewoon lekker gras blijven eten. In weer en wind. Als je aan de beurt bent halen ze je gewoon op en brengen ze je naar het slachthuis… Wisten jullie dat er alleen dit jaar al meer dan zeshonderdduizend van jullie tot consumptieartikel zijn gepromoveerd?”
Over Antropologie 10: Nationalisme
Nationaliteit is een uitgevonden construct van relatief recente datum. Er moet eerst een land zijn, met landsgrenzen. Deze grenzen lopen overal op de wereld soms dwars door etnische groepen heen.
Gesprekjes: Rijplaten
Hoofdschuddend besloot ik door te lopen. Ik dacht aan de mensen die hun fietsen nu alleen over de spekgladde platen konden bereiken. Kinderen. Oudere vrouwen. Een enkele slecht ter been zijnde man die naar zijn driewielfiets strompelde.
Over Antropologie 9: Wij en zij
Wanneer twee personen elkaar voor de eerste keer ontmoeten, stellen zij voor zichzelf in een split second (eerste indruk) de etnische identiteit van de ander vast. Zo van: ‘O, dat is er niet een van mijn eigen in-group’. Er vindt etnische stereotypering plaats. Deze typering kun je herleiden tot onbewuste classificatiedrang, ofwel de bij eigenlijk alle mensen natuurlijke behoefte om overzicht te houden door alles en iedereen in ‘hokjes’ te stoppen. (Denk aan: aardig, niet aardig, beetje aardig, misschien aardig, beetje raar, niet mijn soort, vreemd, gevaarlijk enzovoorts).
Gesprekjes: Rijk met elkaar
Het zijn weer de donkere dagen rond Kerst. De zon gaat vroeg onder en komt laat op. Ik prijs me gelukkig dat ik niet boven de poolcirkel woon, waar in deze tijd van het jaar de zon helemaal niet boven de horizon komt. Met de noodzakelijke ‘afvalpas’ in de hand loop ik naar de buurtcontainer voor restafval. Pas op de sensor, klep open, zak in de container en klep weer dicht. De rekening komt later wel een keer. Iedere keer dat je een zak dumpt, kost je dat een paar euro. Daarom wacht ik zo lang mogelijk met dumpen, tot de vuilniszak echt vol is en nauwelijks nog in het stortgat past.












