Antropologen bestuderen menselijke culturen en de ontwikkeling van de mens als onderdeel van een maatschappij. Deze serie artikelen in het Boeddhistisch Dagblad pretendeert niet volledig te zijn. Over vrijwel ieder thema valt ontegenzeggelijk veel meer te zeggen, en bepaalde zaken komen zelfs niet of nauwelijks aan bod. Voor wie door deze serie in antropologie geïnteresseerd raakt, is er meer dan genoeg boeiende, verdiepende literatuur te vinden.
Bricolage en syncretisme zijn begrippen die verwijzen naar het mixen van verschillende culturele en/of religieuze elementen tot iets nieuws. Antropologen gebruiken bij voorkeur de term ‘bricolage’ en theologen hebben het liever over ‘syncretisme’. Het verschil zit hem in methode, intentie en context. Nederlandse woorden zijn: broddelwerk, knutselpraktijken, reli-shoppen, cultuur-hoppen en ga zo maar door. Je kunt ook stellen dat bricolage meer slaat op ‘op gevoel doe-het-zelven’ en syncretisme meer op ‘geleid in- en aanpassen’. Een paar mooie voorbeelden van het laatste: Kerstmis en Pasen. Het zijn ‘gekerstende’, van oorsprong ‘heidense’ feesten. Jezus is niet in december geboren maar waarschijnlijk ergens in de zomer en die paaseieren… hebben niks met Christus te maken maar wel alles met vruchtbaarheid.
Laat ik het algemeen houden: Overal waar culturen intensief en langdurig met elkaar in contact kwamen/komen door volksverhuizingen, kolonialisme, vluchtelingenstromen en andere vormen van migratie, ontstaan gemeenschappen die je rustig ‘smeltkroezen’ mag noemen. In deze smeltkroezen ontstaan vaak ‘nieuwe’ religies die elementen bevatten van de ‘oude’ of zo je wilt oorspronkelijke religies. Bijna zoals je twee kleuren kunt mengen tot een nieuwe kleur: blauw + geel maakt groen; rood + geel maakt oranje, enzovoorts. Er zijn drie hoofdkleuren. Rood, blauw en geel. Met deze drie hoofdkleuren kun je miljoenen nieuwe kleuren maken.
Het animisme (zie: vorige aflevering) is te vergelijken met een hoofdkleur. Je komt het tegenwoordig nog steeds redelijk zuiver tegen in het Shinto, de “weg van de goden”, de natuur-georiënteerde religie van Japan. Aanhangers van Shinto streven naar harmonie tussen mens, natuur en kami (geesten/goden). Alles is één, begeesterd en heeft een ziel. De kami, de heilige geesten, bestaan in alles en omvatten samen ook alles, dus van de heilige berg Fuji tot aan bijvoorbeeld een auto of Barbiepop. Shinto heeft geen centrale leer, geen heilige geschriften en geen strikte geboden. Naast reinheid of zuiverheid is respect voor voorouders erg belangrijk, net als het eren van kami in bergen, rivieren en bomen. Dat eren gebeurt veelal in daarvoor opgerichte heiligdommen, vaak gemarkeerd door een rode torii-poort. In het huidige Japan speelt Shinto nog steeds een rol, ook onder boeddhisten en christenen. Het laat haar animistische (hoofd)kleur probleemloos mengen met allerlei verschillende visies.
Een voorbeeld van ‘op gevoel mengen’ (bricolage) van religies is Voodoo, een mix van uit Afrika overgekomen religieuze praktijken en het katholicisme. (In Haïti is het vrij normaal om na de katholieke mis ook nog naar een Voodoo bijeenkomst te gaan). In Voodoo komen het magische en het religieuze samen. Het ritueel staat centraal. Vaak is er sprake van dat een priester(es) in een trance (droomstaat) boodschappen ontvangt uit de geestenwereld en deze doorgeeft. Zo’n boodschap kan een heilswens, profetie, waarschuwing of geruststelling bevatten, om maar wat te noemen. En daar horen voor- of achteraf offers bij, die aan de geest of geesten worden aangeboden. Hoodoo (met een ‘H’, geen typefout dus) is het magische deel van voodoo dat door middel van rituelen het denken en handelen van mensen beïnvloed. Goede hoodoo (witte magie) kan leiden tot genezing van ziekten en slechte hoodoo (zwarte magie) kan mensen psychische stress bezorgen, hun zelfbeeld omlaaghalen of zelfs tot de dood leiden. Raar of overdreven? Welnee! Vergelijk goede hoodoo maar eens met gebedsgenezing en slechte hoodoo met wat wij in het westen ‘hersenspoelingen’ noemen. Wat dat betreft maken allerlei politieke bewegingen wel op een of andere manier gebruik van goede en/of slechte hoodoo, onder de naam van propaganda. Of het werkt? Dat wist men in nazi-Duitsland als geen ander: “als je een leugen maar overtuigend en vaak genoeg herhaalt, wordt het vanzelf de waarheid!”.
En dan heb je nog het Sjamanisme. Sjamanen zijn over de hele wereld te vinden: van Siberië tot aan Zuid-Amerika. Daarover een volgende keer.
(wordt vervolgd)


Geef een reactie