Antropologen bestuderen menselijke culturen en de ontwikkeling van de mens als onderdeel van een maatschappij. Deze serie artikelen in het Boeddhistisch Dagblad pretendeert niet volledig te zijn. Over vrijwel ieder thema valt ontegenzeggelijk veel meer te zeggen, en bepaalde zaken komen zelfs niet of nauwelijks aan bod. Voor wie door deze serie in antropologie geïnteresseerd raakt, is er meer dan genoeg boeiende, verdiepende literatuur te vinden.
Omdat iedere geïnstitutionaliseerde religie een uiting is van de samenhang in de samenleving waarin zij bloeit en de manier waarop deze samenleving bij elkaar blijft, zijn sociologische inzichten waardevol voor de antropologie. Vanuit sociologisch perspectief kun je religie beschouwen als een gemeenschapservaring, niet als individuele beleving.
Totemisme is de basisvorm van eigenlijk iedere religie. Dat betekent dat er in ieder geloof wel een of andere totem centraal staat. De totem is een sacraal symbool. De meeste westerlingen zullen bij het woord ‘totem’ waarschijnlijk aan een paal denken: een totempaal. Maar een totem hoeft helemaal geen bewerkte paal te zijn! Totems kunnen allerlei andere verschijningsvormen hebben: tekeningen, schilderijen, geboetseerde, gesneden of gebeeldhouwde objecten, buttons, vaandels en ga zo maar door. Ze kunnen zelfs op het lichaam verschijnen: tattoos. Hoe ook, een totem beeldt vaak een of meerdere dieren, voorwerpen of planten af. Ook christenen hebben een totem: het kruis. Daar hangt veelal een dier aan: een lam (in menselijke gedaante). Dat klinkt menig christen wellicht godslasterlijk in de oren, maar zij noemen Christus zelf: ‘het lam Gods’. En net als andere – niet christelijke – gemeenschappen, ontlenen ook christenen kracht aan hun totem en verkondigen zij hun boodschap onder het tonen van – of verwijzen naar dit voor hen belangrijke herkenningsteken. Een ander symbool dat op een christelijke totempaal niet zou misstaan is een vis. Een boeddhistische totem zou zomaar de volgende dieren kunnen tonen: Leeuwen; Olifanten; Paarden; Pauwen; Vlinders en Vissen. Ze representeren onder meer moed, kracht, zuiverheid, mededogen, wijsheid, liefde, veerkracht of het onvermoeibaar bewandelen van de dharma. Volgens een Chinese legende kregen de eerste twaalf dieren die Boeddha bij zich riep ieder een jaar toegewezen in de astrologische kalender. Zo is 2026 het jaar van het (vuur)paard. De andere dieren die een jaar toegewezen hebben gekregen zijn: de rat, de os, de tijger, het konijn, de draak, de slang, het schaap, de aap, de haan, de hond en het (ever)zwijn. Het zijn allemaal totemdieren. Menselijke figuren kunnen ook totemfiguren zijn. Denk aan heiligenbeelden, Mariabeeldjes, dikke boeddhaatjes en bodhisattva’s.
De normen en waarden die voortkomen uit een binnen een samenleving vrij algemeen gedeelde religie, zijn gevoelig voor accentverschuivingen, bijvoorbeeld wanneer economische belangen (winst behalen) religieuze belangen (verbondenheid, kameraadschap en solidariteit?) verdringen. In tijden van grote maatschappelijke onrust en dreiging zie je vaak weer een beweging naar religie toe. Dat komt doordat religie mensen samenbrengt en bijeenhoudt. Religie is te beschouwen als het cement van een samenleving. Als dat cement haar kracht om samen te binden verliest, kan de hele samenleving afbrokkelen.
Als je van buitenaf naar religies kijkt, om onderzoek te doen bijvoorbeeld, zie je inderdaad alleen de buitenkant. Wetten, regels en voorschriften behoren ook tot de buitenkant. Die buitenkant is niets meer of minder dan een weergave van de binnenkant, terwijl ze tegelijkertijd diezelfde binnenkant verhult. Vergelijk het eens met een kokosnoot: je kunt aan de buitenkant zien dat het een kokosnoot is, zeker wanneer je onder de kokospalmen bent opgegroeid. De buitenkant verschilt echter behoorlijk van de binnenkant. Van de buitenkant (die je echt niet op kunt eten) kun je bijvoorbeeld matten maken; van de binnenkant (die je wel kunt nuttigen) kun je op geheel andere wijze genieten. Zonder buitenkant kan de kokosnoot niet bestaan. Zonder binnenkant ook niet. Zo is het met religies ook. Je zult de buitenkant moeten kraken om de binnenkant te kunnen bereiken. De “uiterlijkheden” van een religie (van kathedraal tot keppeltje en van voedselvoorschrift tot formuliergebed) en iemands persoonlijke (innerlijke) beleving van diezelfde religie c.q. levensovertuiging moet je niet met elkaar verwarren. Een fraaie buitenkant zonder binnenkant is loos. Als je niet weet wat dat betekent, adviseer ik je om beukennootjes te gaan zoeken. Alleen uit die met een levende binnenkant, kunnen nieuwe beuken groeien.


Geef een reactie