Deze week stond ik aan de oever van de Kralingse Plas in Rotterdam. Het waaide stevig. De bezeilde wieken van de twee molens, in een ervan is mijn moeder geboren, draaiden snel rond. Wat werd er gemalen? Snuif?
De wind zorgde voor gefluister en deining. Een groep eenden deinde mee op het opgezweepte water, de korte golven. Vlaggen wapperden in de wind. Bomen ritselden mee.
Er waren weinig wandelaars en die er waren werden voortgeduwd, kregen een steuntje in de rug of liepen worstelend tegen de wind in. Twee zeilboten zochten een koers, een veilige vaarroute. Meeuwen scheerden door de lucht en over het water.
De Kralingse Plas is door mensenhanden gegraven, spade voor spade. De natuur nam die inspanning over.
Ik ervoer kracht en stilte. Zo mooi.


Geef een reactie