• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst

Boeddhistisch Dagblad

Ontwart en ontwikkelt

Header Rechts

Vijftiende jaargang

Zoek op deze site

  • Home
  • Agenda
    • Geef je activiteit door
  • Columns
    • Andre Baets
    • Dharmapelgrim
    • Bertjan Oosterbeek
    • Dick Verstegen
    • Edel Maex
    • Emmaho
    • Goff Smeets
    • Hans van Dam
    • Jana Verboom
    • Joop Hoek
    • Jules Prast
    • Paul de Blot
    • Rob van Boven en Luuk Mur
    • Ronald Hermsen
    • Theo Niessen
    • Xavier Vandeputte
    • Zeshin van der Plas
  • Nieuws
  • Contact
    • Steun het BD
    • Mailinglijst
  • Series
    • Boeddha in de Linie
    • De werkplaats
    • Recepten
    • De Linji Lu
    • De Poortloze Poort
    • Denkers en doeners
    • De Oude Cheng
    • Meester Tja en de Tao van Niet-Weten – alle links
    • Fabels door Goff
    • Cartoons van Ardan
    • Tekeningen Sodis Vita
    • De derwisj en de dwaas
  • Over ons
    • Redactiestatuut van het Boeddhistisch Dagblad
    • Redactieformule van het Boeddhistisch Dagblad
  • Privacy

Home » Achtergronden » De grofste misdaden van Nederland overzee

De grofste misdaden van Nederland overzee

16 juni 2026 door Kees Moerbeek Reageer

Het boek van fotograaf en schrijver Ewald Vanvugt Roofstaat compact is de ingekorte versie van zijn vuistdikke werk Roofstaat. Wat iedere Nederlander moet weten. Adriaan van Dis noemt Roofstaat “verplichte kost die Nederland niet lust”. Dit artikel gaat in op twee van de zeven thema’s uit Compact, te weten de verzwegen zwarte geschiedenis van het vrouwenmisbruik en de staatsopiumhandel in Nederlands Oost-Indië.

Ewald Vanvugt noemt de Verenigde Oost-Indische Compagnie en de West-Indische Compagnie “zeeroverijsyndicaten”. De oprichting van de VOC was een particulier initiatief. Zij kreeg het alleenrecht van de vaart en de handel ten oosten van Kaap de Goede Hoop tot aan de straat van Magellaan. Volgens de geijkte geschiedenis was ze een handelsmaatschappij met oorlogsmacht als bijzaak. In Azië behoorde echter 60% tot 70% van haar personeel tot de krijgsmacht. Drie maanden na het Twaalfjarig Bestand werd in 1621 de WIC door de overheid opgericht en stond onder toezicht van de Staten-Generaal en de prins Van Oranje. Haar doel was zoveel als mogelijk Spaanse en Portugese bezittingen in Afrika en Amerika te plunderen of te verwoesten.

Tekort aan Europese vrouwen

In de Europese koloniën bestond een tekort aan Europese vrouwen. In 1808 viel het de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië Daendels op dat alle functionarissen waren getrouwd met niet-Europese vrouwen van gemengd bloed of ongetrouwd samenwoonden met een Aziatische vrouw. J.P. Coen stelde voor christelijke gezinnen te laten emigreren, vergezeld van honderden weeskinderen. Het werd nooit een succes. De overheid besloot de bevolking van Batavia te versterken door in Zuid-India en elders jonge vrouwen te kopen en door te verkopen aan ‘trouwlustige mannen’.

De compagnie wees vanaf het begin ‘interculturele liefde’ af. De overheid stond dit weliswaar in het begin toe, maar kwam later met tegenmaatregelen. Zo werd het alle christenen verboden om met een inheemse samen te leven. Christelijke vrouwen werd seksuele omgang verboden met ‘heidenen of moren.’ Echter, bij overtreding werd alleen de inheemse man of vrouw in het openbaar gestraft. Seksueel misbruik van gevangen vrouwen door hun eigenaren werd in alle Europese koloniën geaccepteerd als vanzelfsprekend en werd amper bestraft.

Achtererf

Voor Europeanen was het gewoon om ongetrouwd samen te wonen en kinderen te hebben met een inheemse vrouw. Veel van deze kinderen woonden bij hun moeder, aan de rand van de inheemse samenleving. Vanaf 1617 waren christelijke VOC-bedienden gedwongen na hun overlijden of vertrek naar Nederland hun inheemse vrouw en kinderen achter te laten, in vaak erbarmelijke omstandigheden.

Vanaf midden 19de eeuw veranderde de verhouding tussen overheersers en inheemsen en nam de onderlinge afstand toe. In Europa geboren functionarissen namen het bestuur in Oost-Indië over. Voortaan ‘moest iedereen de multiculturele liefde meer op het achtererf beleven.’ Dit had onder andere te maken met de opstand in 1857 van Indiase soldaten tegen de Britten in Bengalen. Ook werd Oost-Indië bereikbaarder dankzij het Suezkanaal en stoomschepen. Bovendien sloop net als in Europa een op zogenaamd wetenschappelijke gronden gebaseerd racisme de koloniale samenleving binnen.

Sinds de VOC-tijd bestond de Nederlands-Indische maatschappelijke bovenlaag bijna geheel uit gekleurde mensen, terwijl in het Nederland van de jaren 1880 er een taboe rustte op seksuele relaties tussen Europeanen en Aziaten.

Tussen 1888 en 1911 leefde bijna de helft van de onderofficieren en een op de vijf Europese manschappen met een inheemse vrouw in het ‘kampement’, vaak met kinderen. De vrouwen hadden geen enkele rechtspositie. Soldaten hadden twee keuzes: ongetrouwd samenleven of de prostitutie, die welig tierde vanwege de armoede. Prostitutie in en rond kazernes werd een algemeen verschijnsel, waarbij het merendeel van de vrouwen bestond uit soldatenkinderen of weggestuurde ‘huishoudsters’.

Ewald Vanvugt schrijft op bladzijde 136: ‘Een halve eeuw geleden nog woonden binnen onze grenzen haast uitsluitend ‘blanke’ Nederlanders. De vermenging van mensen met voorouders op meerdere continenten is een hoogst zichtbare en belangrijke erfenis van het koloniale verleden.’

Opiumsmokkel

VOC-kapiteins namen voor de handel in het oosten al in de beginjaren van de compagnie opium mee uit Turkije, Perzië en vooral uit India. Een belangrijk deel ervan was betaalmiddel voor specerijen. Minder dan de helft werd verkocht in het monopoliegebied en kleine hoeveelheden gingen naar Thailand en Birma (Myanmar). In Batavia werd met Chinese koopvaarders de rest geruild voor thee. Deze opium ging naar China en de thee naar de Europese landen.

De VOC bezat in haar machtsgebied het monopolie op textiel, zout en opium. De compagnie verkocht dit aan Chinese pachters, die het op hun beurt doorverkochten. Dit zou twee eeuwen zo doorgaan en beide partijen verdienden hier flink aan.

Met veel geweld probeerde de VOC het monopolie op de import van opium te handhaven op Java en elders in de archipel, terwijl de eigen Europese officieren de grootste smokkelaars waren. Dit lag deels aan haar eigen zuinigheid waardoor de slecht betaalde functionarissen onwettige winsten maakten en dit liep in fortuinen.

In 1745 gaf de VOC het exclusief opiumoctrooi aan haar volle particuliere dochter de Sociëteit van den Amfioenhandel. Zij moest het corrupte VOC-kader betrekken bij het bestrijden van smokkel en dit aandeelhouder maken in de wettige opiumhandel. De compagnie bleef de inkoop van opium in Bengalen en het vervoer ervan verzorgen en verkocht jaarlijks kisten opium tegen een vaste prijs aan de sociëteit. Deze tussenkomst dreef de prijs op, omdat de compagnie ook een forse winst per kist bedong. Hierdoor werd niet alleen de prijs opgedreven, maar ook de opiumsmokkel aangewakkerd. De opiumopbrengst was een van de weinige directe inkomsten van de Oost-Indische overheid. Ondanks de Britse inname van Bengalen bleef de opiumimport in Oost-Indië een staatsmonopolie.

Dienst der Opiumregie

Koning Willem I droeg in 1826 het opiummonopolie over aan de Nederlandse Handel-Maatschappij (NMH), waarvan hij hoofdaandeelhouder was. De maatschappij kocht de opium in en importeerde deze en bepaalde hiermee de prijs. In ons land werd het verpakt voor verscheping naar Java. Bij de leverantie kreeg de NHM 16% winst boven op de onkosten. Onder de koning breidde het opiummonopolie zich via onderpachters uit tot de verkoop aan kleinverbruikers.

Tegen het einde van de 19de eeuw ontstond er een lobby die de overheid onder druk zette om de opiumverkoop te veranderen. In 1894 begon de proef met de Dienst der Opiumregie. De dienst breidde het opiumstaatsmonopolie succesvol verder uit. In 1904 bouwde de overheid in Batavia een fabriek waar van ruwe opium rookopium of tjandoe werd gekookt en werd verpakt in officieel gewaarmerkte tubes en kuipjes. Ambtenaren met een vast salaris verkochten dit opium in officiële opiumverkoopplaatsen aan gebruikers, waardoor de Chinese pachters werden uitgesloten.

Ondanks de enorme ambtenarij maakte de opiumregie veel winst. Tussen 1860 en 1915 waren de opiumopbrengsten jaarlijks gemiddeld 15% van alle overheidsinkomsten van Nederlands Oost-Indië. Tussen 1904 en 1940 waren de opiumbaten 456 miljoen gulden.

Ziekte

Het bestrijden van de illegale opiumsmokkel leidde tot verschillende oorlogen en uitbreiding van het Nederlands-Indische gebied. Volgens het algemeen inzicht was opium zelf een ziekte, eerder dan een genotmiddel of medicijn. De overheid kon niet anders dan dit te erkennen, maar had het geld hard nodig. Zij benadrukte er alles aan te doen om het opiumgebruik terug te dringen, maar bood ondertussen tot in kleine steden verschillende soorten rookopium te koop aan. ‘Volgens het jaarverslag over 1930 van de Dienst de Opiumregie werden van de 27 miljoen gulden opiumbaten aan anti-opiumverenigingen subsidies verleend van in totaal elfduizend gulden.’

Ewald Vanvugt schrijft in De Correspondent over zijn motivatie om zijn boek Wettig Opium (1985) te schrijven: ‘De vondsten over de opiumhandel lagen in openbare bronnen voor het grijpen. Maar langzaam drong het tot me door dat ik als eerste in mijn eeuw een overzicht van 350 jaar Nederlandse opiumhandel in Azië had ontdekt. En groot was mijn verbazing dat in de vele boeken en publicaties die in Nederland na 1950 over Oost-Indië waren verschenen, de lucratieve opiumhandel in Azië soms vluchtig werd genoemd, maar verder werd doodgezwegen.’ 

Overpeinzing

De geschiedschrijving en beeldvorming van Nederlands-Indië stond van de oprichting van de VOC in 1602 tot de machtsoverdracht in 1949 onder streng overheidstoezicht om de eigen belangen te verdedigen. In de 19de eeuw werd de overzeese geschiedschrijving opgeschoond. De meeste Nederlanders wisten niets van de overzeese gebeurtenissen, buiten de vertelling die ze voorgeschoteld kregen. Degene die dit tegensprak was een nestbevuiler. Persvrijheid in Nederlands Oost-Indië heeft nooit bestaan, persbreidel en propaganda vormde de ‘zoetige tempo-doeloe’ kijk op Oost-Indië waarmee iedereen in Nederland was opgevoed. Wie daar heimwee naar heeft, wil niet weten wat er toen is gebeurd, schrijft Vanvugt. Eerst in de jaren tachtig van de 20ste eeuw is onze kijk op de koloniën fundamenteel veranderd.

Opmerking

In hoofdstuk 7 Tegenstemmen bespreekt de auteur de kritische tegengeluiden die beslist niet over het hoofd moeten worden gezien. Denk onder andere aan de Spaanse priester en eerste bisschop van Chiapas (Mexico) Bartolomé de Las Casas (1484-1566), de VOC-bewindvoerder en gouverneur Laurens Real (1583-1637) op de Molukken en de Duits-Nederlandse schrijver Jacob Haafner (1754-1809), wiens vader chirurgijn bij de compagnie. De grofste misdaden uit de Nederlandse koloniale tijd moesten toen echter nog plaatsvinden. De auteur en bestuursambtenaar op onder andere Sumatra Eduard Douwes Dekker (1820-1887), Multatulli, is waarschijnlijk de meest bekende en besproken criticus van het kolonialisme. Terwijl de gewelddadige inbezitneming in de Indische Archipel alle hevigheid doorgingen wilde de apotheker, fabrikant en fotograaf Hendrik Freerk Tillema (1870-1952) met zijn realistische verslagen concrete verbeteringen bereiken. ‘Tillema kan ook wel de Multatulli van de fotografie heten. Zoals Multatulli misstanden in zijn teksten documenteerde, deed Tillema dat door middel van zijn foto’s’, bladzijde 224. Ewald Vanvugt schreef een boek over hem. Het Wereldmuseum Leiden zorgt voor de Tillema collectie.

Bronnen
Vanvugt, E. Roofstaat Compact. De zeven grofste misdaden van Nederland overzee. Nijgh & Van Ditmar/ Top Notch, Amsterdam, 2017
Vanvugt, E. Nederland runde eeuwenlang een drugskartel (en betaalde er zijn oorlogen mee). De Correspondent, 2017
De njai – Het concubinaat in Nederlands-Indië, Yory, mrt 2023
In Memoriam: Ewald Vanvugt (1943-2025). Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, apr. 2025
https://iisg.amsterdam/nl/blog/memoriam-ewald-vanvugt-1943-2025
Nederlandse Roofstaat – Waarom haat de wereld het westen?
https://www.youtube.com/watch?v=e-ZYZj40mPU

Categorie: Achtergronden, Mensenrechten Tags: Adriaan van Dis, Birma, Britten in Bengalen, Dienst der Opiumregie, Ewald Vanvugt, Hendrik Freerk Tillema, illegale opiumsmokkel, inheemse vrouw, J.P. Coen, Jacob Haafner, Kaap de Goede Hoop, kampement, misstanden, Multatulli, Nederlandse Roofstaat, NMH, Opium, prostitutie, Roofstaat compact, seksuele omgang, specerijen, Thailand, VOC, vrouwenmisbruik, WIC

Lees ook:

  1. Drie keer als slaaf verkocht in een vreemd land
  2. ‘Anti-moslimhaat groeit in Thailand door opkomst boeddhistische politieke partijen’
  3. Boeddhisme en geweld
  4. Maakbaarheid en boeddhisme in Singapore

Elke dag het BD in je mailbox?

Elke dag sturen we je een overzicht van de nieuwste berichten op het Boeddhistisch Dagblad. Gratis.

Wanneer wil je het overzicht ontvangen?

Lees Interacties

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Door:

Kees Moerbeek

Kees Moerbeek werkte aan De Lotusvijver en was eindredacteur/hoofdredacteur voor het Magazine VvB. Hij gelooft in de sociaal-maatschappelijke aspecten van het boeddhisme. Kortom: het Achtvoudige Pad. 
Alle artikelen »

Agenda

  • Agenda
  • Geef je activiteit door

Ochtend- of avondeditie

Ochtend- of avondeditie ontvangen

Abonneer je

Elke dag gratis een overzicht van de berichten op het Boeddhistisch Dagblad in je mailbox.
Inschrijven »

Agenda

  • 18 juni 2026
    Het gezicht van de Ander
  • 18 juni 2026
    Zen Spirit Leesgroep 2026 22 januari t/m 17 december 2026 online
  • 19 juni 2026
    Move, Taste, & Connect
  • 19 juni 2026
    Studieweekend: Eight Verses for Training the Mind
  • 20 juni 2026
    Nāma-Rūpa en het eerste Vipassana-inzicht
  • 23 juni 2026
    Stadsretraite Amsterdam: Thuis, wat is er loos?
  • 27 juni 2026
    Sati: mindfulness als bescherming
  • 27 juni 2026
    Verstillen, Verdiepen, Vernieuwen
  • bekijk de agenda
  • De werkplaats

    De werkplaats.

    Boeddhistische kunstenaars

    Artikelen en beschrijvingen van en over het werk van boeddhistische kunstenaars. Lezers/kunstenaars kunnen zich ook aanmelden met hun eigen werk.
    lees meer »

    Pakhuis van Verlangen

    In het Boeddhistisch pakhuis van verlangen blijven sommige teksten nog een tijdje op de leestafel liggen.

    De Poortloze Poort voor nitwits, koan 10 – Drie bekers patriarchenwijn

    Hans van Dam - 14 juni 2026

    De groeten van Korsakov.

    Boeddhistische doeners en denkers – de serie (29)

    gastauteur - 17 mei 2026

    Arjan Mulder: 'Het boeddhisme is voor mij een persoonlijke tocht. Ik weet dat dit niet wordt aangeraden, maar ik kan niet zo veel met bijeenkomsten. De meditatie-ochtenden en weekend-retraites die ik heb bezocht, leverden mij vooral 'ongeloof op – over starre interpretaties en rituelen, met weinig ruimte voor gesprek.'

    Boeddhistische doeners en denkers – de serie (27)

    gastauteur - 15 mei 2026

    Loekie: 'Ik ben ook heel dankbaar dat dit op mijn pad is gekomen. Dat het voor mij als leek mogelijk is om met een groep van 60 mensen tien dagen op de Drentse hei samen te mediteren en te leren over het boeddhisme, dat is echt heel bijzonder.’

    Taigu – Het lijden in de wereld

    Jules Prast - 24 april 2026

    Het komt Taigu voor dat boeddhisme te vaak gaat over ‘verlichting’ en te weinig over het lijden in de wereld, dat eerst moet worden opgelost voordat iemand zich in spirituele zin bevrijd kan wanen. Het existentiële kerndilemma van boeddhisme is dat wij ieder delen in de rotheid van de wereld, terwijl wij over het vermogen beschikken onze bevrijding dichterbij te brengen door het lijden van de ander te verminderen. In sommige teksten wordt dit vermogen ‘boeddhanatuur’ genoemd.

    BUN-voorzitter Michael Ritman: ‘de waarheid van de dharma kan niet aangetast worden door wangedrag van een leraar’

    Nicole Mulders - 14 november 2025

    Eind november 2025 neemt Michael Ritman afscheid als voorzitter van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN). In maart 2020 interviewde Nicole Mulders hem voor het Boeddhistisch Dagblad. De boeddhistische wereld verkeerde geruime tijd voor dat interview in zwaar weer door seksueel- en machtsmisbruik door boeddhistische leraren. Het aantal leden van de BUN is van 37 naar ruim 50 gegroeid, onder meer door de aansluiting van Aziatische boeddhistische tempels waar Ritman het contact mee aanging.

    Meer onder 'pakhuis van verlangen'

    Footer

    Boeddhistisch Dagblad

    over ons

    Recente berichten

    • De grofste misdaden van Nederland overzee
    • Als de volwassene in ons wakker wordt (6)
    • Boeddhistische doeners en denkers, de serie (60)
    • Hoe kwalijk is het om mensen iets kwalijk te nemen?
    • Kernelementen van boeddhistische psychotherapie (1)

    Reageren

    We vinden het geweldig om reacties op berichten te krijgen en op die manier in contact te komen met lezers, maar wat staan we wel en niet toe op de site?

    Over het BD

    Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk journalistiek webmagazine over boeddhistische thema’s en inzichten.
    Lees ons colofon.

    Zie ook

    • Contact
    • Over ons
    • Columns
    • Reageren op de krantensite

    Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk journalistiek webmagazine over boeddhistische thema’s en inzichten. Lees ons colofon.