In de Europese koloniën bestond een tekort aan Europese vrouwen. In 1808 viel het de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië Daendels op dat alle functionarissen waren getrouwd met niet-Europese vrouwen van gemengd bloed of ongetrouwd samenwoonden met een Aziatische vrouw. J.P. Coen stelde voor christelijke gezinnen te laten emigreren, vergezeld van honderden weeskinderen. Het werd nooit een succes. De overheid besloot de bevolking van Batavia te versterken door in Zuid-India en elders jonge vrouwen te kopen en door te verkopen aan ‘trouwlustige mannen’.

