Antropologen bestuderen menselijke culturen en de ontwikkeling van de mens als onderdeel van een maatschappij. Deze serie artikelen in het Boeddhistisch Dagblad pretendeert niet volledig te zijn. Over vrijwel ieder thema valt ontegenzeggelijk veel meer te zeggen, en bepaalde zaken komen zelfs niet of nauwelijks aan bod. Voor wie door deze serie in antropologie geïnteresseerd raakt, is er meer dan genoeg boeiende, verdiepende literatuur te vinden.
Er zijn nogal wat mensen die menselijke eigenschappen toekennen of ooit toegekend hebben aan niet-menselijke wezens en bestaansvormen, zoals planten, dieren en zelfs voorwerpen van groot tot klein. Hoezo…nogal wat? Ik denk dat ‘vrijwel iedereen’ of zelfs iedereen dat doet of heeft gedaan, zeker in de eigen kindertijd. Waarom eigenlijk? Daar zijn verschillende redenen voor, en het bespreken daarvan past beter in een serie ‘Over Psychologie’ dan in deze serie ‘Over antropologie’, dus beperk ik mij hier tot drie redenen die het best passen bij het thema antropologie:
- Het toeschrijven van menselijke eigenschappen, emoties en intenties aan bijvoorbeeld een knuffeltje, helpt mensen – met name kinderen – bij hun aangeboren neiging zich met de wereld te willen verbinden. Het verdrijft gevoelens van eenzaamheid en maakt het onbekende bevattelijker. Bijvoorbeeld: het kind kan een knuffel vertellen wat het heeft beleefd, waar het bang voor is, wat het graag wil en wat het zich allemaal afvraagt. De knuffel ‘luistert’, ‘begrijpt’ en ‘troost’ en vervangt daardoor een luisterend, begrijpend en troostend mens. Hetzelfde geldt voor volwassenen die zich eenzaam voelen, onbegrepen of zelfs ontkent in hun bestaan. Bij ouderen neemt een huisdier vaak de plaats in van een knuffeltje. In onze moderne tijd nemen soms robots en chatbots weer de plaats van een huisdier in. En je kunt altijd nog tegen je auto praten alsof die een eigen persoonlijkheid heeft (denk maar aan: Kid en Herbie).
- Vermenselijkte voorwerpen en dieren kunnen dienen als positieve representanten van een groep, beweging, merk of iets anders dat van zichzelf geen eigen ‘smoel’ of zelfs een negatief imago heeft. De mascotte is daar een goed voorbeeld van. Laat een levensgrote pandabeer maar door een straat lopen, en zie daar: vrijwel niemand zal aan de man of vrouw IN dat pandapak denken maar waarschijnlijk wel aan het Wereld Natuurfonds, of aan China …. Met een reusachtige adelaar in Deventer kom je al gauw uit bij de voetbalclub Go Ahead Eagles en met enorme aangeklede zwarte muis: Disney! Ongezonde energiedrank kun je aan de man brengen met vleugeltjes die spontaan uit iemands rug ploppen of anders uit een blikje. En je kunt kiwi’s, appels, peren, mandarijnen en zelfs komkommers vrolijk lachend in en uit winkelwagentjes laten springen. Voor reclamejongens en -meisjes is niets te gek: pratend witgoed, racende shop-hamsters, zingende varkentjes… ik heb het in mijn leven allemaal al voorbij zien komen.
- Het onzichtbare zichtbaar en onkenbare kenbaar maken. Dat kom je vooral in religies tegen. God wordt afgebeeld als een oude wijze man met een baard. Het kwaad wordt een rood mannetje met horens op zijn kop en bokkepootjes onder zijn gat. Engelen krijgen als antropomorfisch beeld een schattig babylijfje met vleugeltjes dan wel een mooi queer lijf met een harnas aan. Om maar wat te noemen. Al dat soort afbeeldingen zijn zo algemeen bekend geworden, dat menigeen ze verslijt voor ECHT. De zielen van overleden mensen worden soms afgebeeld als transparante minimensen, skeletten of pratende lichtbolletjes. Alles kan, zolang het maar ‘menselijk’ blijft!
Over antropomorfiseren (vermenselijken) van alles dat op zichzelf niet menselijk is, is veel meer te vertellen. Het is van overal en van alledag. Er gaat geen dag voorbij zonder voorbeelden. Let maar eens op: reclames, films, boeken, kinderverhalen, huisdieren … Je moet eigenlijk doof, blind en eigenlijk verstokt van alles tegelijk zijn om het te missen.
(wordt vervolgd)


Geef een reactie