Het zal je niet verbazen dat er ook een “Medische antropologie” bestaat. Deze tak houdt zich bezig met gezondheid en ziekte van mensen. Ik zeg met nadruk ‘van mensen’ want duidelijk mag zijn dat medisch-antropologen niet echt geïnteresseerd zijn in de gezondheid van planten, dieren of zelfs de hele aarde. Persoonlijk vind ik dat jammer, want als de aarde ziek is, lijkt mij dat voor alle mensen die daarop leven best wel een probleem. En in sommige culturen zien ze dat ook zo. Gelukkig zijn er dan weer antropologen die … enzovoorts. Je snapt het wel.
serie
Geen dood, geen vrees (23) – Dood
Bij ons thuis ligt Minie sinds haar inslapen in een kaasdoek in een mandje. Ik praat met haar, aai haar en bedank haar voor alles wat we samen hebben meegemaakt. Voor haar aanwezigheid in de tijden dat ik het moeilijk had, voor haar rust en voor de gekke capriolen die ze uithaalde.
Geen dood, geen vrees (22) – radicale remissie
Iedere drie maanden is het raak. Bloedprikken om te bepalen of de medicatie nog werkt en iedere zes maanden bloedprikken en een scan om te zien of er daadwerkelijk niet meer uitzaaiingen zijn bijgekomen.
Geen dood, geen vrees (19) – Kunst te leven
De kunst te leven is voor mij zo lang mogelijk op een voor mij acceptabele manier door dit leven te gaan. Alles is veranderlijk, dus ongetwijfeld zal ik de normen die ik nu heb voor wat kwaliteit van leven is, aanpassen, zoals ik dat eerder heb gedaan.
Geen dood, geen vrees (18) – een bel van volle aandacht
Geniet zolang je leeft van elk moment en oefen diepgaand kijken om zo je ware natuur van geen-geboorte en geen-dood te kunnen ervaren.
Geen dood, geen vrees 14 – manifestatie
Als je diep kijkt naar een doosje lucifers, kun je de vlam zien. Hij heeft zich nog niet gemanifesteerd, maar doordat je mediteert kun je de vlam zien. Er is voor de vlam aan alle voorwaarden voldaan om zich te manifesteren: hout, zwavel, een ruw oppervlak en mijn handen. Dus als ik een lucifer afstrijk en de vlam verschijnt zou ik dat niet de geboorte van een vlam noemen. Ik zou het de manifestatie van een vlam noemen.
Geen dood, geen vrees (13) – A year to love
Hoe ik er in sta als het straks zover is weet ik niet. Ik ervaar het als een groot voorrecht van Thich Nhat Hanh te hebben geleerd in het nu te zijn. Nu in dit moment. Wanneer het zo ver is, is het tijd om een nieuw besluit te nemen.
Jan Veenendaal – geen dood, geen vrees (12) – een brief
Je mediteert op het ergste dat je kan overkomen, je stelt je voor wat dat is. Dan blijkt in de praktijk, dat als je dat al overkomt – wat vaak niet het geval is – je weet hoe je ermee om moet gaan omdat je het al doorleeft hebt.
Jan Veenendaal – geen dood, geen vrees (11) – Twijfel
De afgelopen maanden en ook nu voel ik me goed; wat vermoeider dan anders, weinig last van de bijwerkingen van de hormoontherapie gelukkig. Vannacht bekroop me de twijfel of ik wel de scan wil laten doen. Waarom zou ik eigenlijk? Waarom zou ik willen weten hoe het ervoor staat? Genezen kan niet meer volgens de artsen.
Jan Veenendaal – Geen dood, geen vrees (9) – Leven als doden?
In de ultieme dimensie zijn we nooit geboren en zullen we nooit sterven. In de historische dimensie leven we in vergetelheid en zijn we zelden springlevend. We leven als doden.
Jan Veenendaal – Geen dood, geen vrees (8) – Schemerzone
De schemerzone tussen hoop en vrees wordt het leven met kanker vaak genoemd. Het is inderdaad een diffuse wereld. De artsen vertellen me dat ik erg ziek ben maar ik heb nergens last van.
Jan Veenendaal – Geen dood, geen vrees (1) – euthanasie
Samen met mijn partner naar de huisarts om mijn euthanasie te bespreken. Voor mij is het niet de eerste keer. Ieder jaar praten we er wel een keer over. Dit is de eerste keer dat het echt dichtbij is en de eerste keer dat we met z’n drieën zijn.
Boeddhistische doeners en denkers – de serie 74
Nadat ik in Sri Lanka het boeddhisme had ontdekt, heb ik veel gestudeerd, gemediteerd, en zelfs boeken geschreven. Maar de leer, de uitgangspunten, het achtvoudige pad: ze hielpen me niet van m’n angst af. Rationeel gezien is het boeddhisme helder voor me, maar het gevoel komt niet. Inzicht leidt op dit punt bij mij niet tot rust
Boeddistische doeners en denkers – de serie 71
Ik ben verder niet zo’n hele goeie boeddhist. Ik zit niet dagelijks op mijn matje, kan me nog opwinden over de gang van zaken in de wereld en krijg pukkels van mensen die Lord Buddha zeggen.
Over Antropologie 33 – Antropomorfisme
Het onzichtbare zichtbaar en onkenbare kenbaar maken. Dat kom je vooral in religies tegen. God wordt afgebeeld als een oude wijze man met een baard. Het kwaad wordt een rood mannetje met horens op zijn kop en bokkepootjes onder zijn gat. Engelen krijgen als antropomorfisch beeld een schattig babylijfje met vleugeltjes dan wel een mooi queer lijf met een harnas aan. Om maar wat te noemen. Al dat soort afbeeldingen zijn zo algemeen bekend geworden, dat menigeen ze verslijt voor ECHT. De zielen van overleden mensen worden soms afgebeeld als transparante minimensen, skeletten of pratende lichtbolletjes. Alles kan, zolang het maar ‘menselijk’ blijft!
Boeddhistische doeners en denkers (59) – de serie
‘Me zo te voelen (goed genoeg) is lastig omdat ik meen dat mijn naasten druk op me uitoefenen het naar hun zin te maken. Ik ben weer geneigd om me aan te passen, zoals ik dat mogelijk mijn hele leven al heb gedaan.’
Boeddhistische doeners en denkers – de serie 41
Sonja Jodo Nijon: ‘Ik wend m’n blik af, voel gêne. Voel me een klein kind, de slechtste leerling uit de klas.’
Boeddhistische doeners en denkers – de serie 39
Het was al (lang geleden) voorgekomen dat ik zittend op dat kussen in mezelf een vage angst ontdekt had. En die angst is met de meditatie verminderd. Dat was mooi meegenomen en alleen maar daarvoor was het de moeite waard te gaan zitten. Maar had ik echt gemediteerd? Was ik tot mijn ware natuur doorgedrongen?
Boeddhistische doeners en denkers – de serie (33)
Marga de Jong: ‘En hoe doe ik dat? Hoe kan je ontsnappen zoals ik het wel eens voel. Om eerlijk te zijn, ik weet het niet. Zoeken, zoeken en nog eens zoeken. Maar de lijfspreuk van mijn ego is: Ja heerlijk zoeken en vooral niets vinden.’
Boeddhistische doeners en denkers – de serie (26)
Vera Verbist: ‘Waarom ik het pad van Boeddha wens te volgen? Het is al heel lang dat ik nadenk over onze rol als mens hier op aarde. Waarom lijdt de ene mens meer dan de andere? Wat gebeurt er met onze ziel nadat we overlijden?’
Boeddhistische doeners en denkers (21) – de serie – de vrolijke Meester
Madelon Hooykaas: ‘Heel onverwachts haalde hij een fles biiru (Japans voor bier) onder de tafel vandaan. Na enkele glazen bier vroeg de Meester of ik wilde blijven lunchen.’
Boeddhistische doeners en denkers – de serie – 15
Servaas Kievit: ‘Bijna in ieder huis zie je een boeddhabeeld, maar als je vraagt hoe ze tegenover de leer staan, weten ze daar eigenlijk weinig tot niets over.’
Boeddhistische doeners en denkers – de serie (13)
Leonhard Schrofer: ‘Ik vroeg mij in een bepaalde periode af: Waarom ontmoet ik in dit leven een dochter, mijn enige kind, met zware meervoudige verstandelijke en motorische beperkingen en een partner die na een lange ziekte periode overlijdt aan borstkanker. Het omarmen van het begrippen karma en dukha, zoals ik dat heb opgevat, heeft mij hierbij veel steun gegeven.’
Boeddhistische doeners en denkers – de serie (10)
Hans Tilman: ‘In mijn fantasie zie ik mijn grootmoeder. Ze zit in haar sleetse leunstoel en haar krantenbak met religieuze geschriften staat naast haar. Haar gezicht staat bezorgd en zij vraagt hoe mijn verhouding met God is. Ik leg haar uit dat haar God voor haar tastbaar is, maar voor mij een niet te bevatten bovenmenselijke dimensie vertegenwoordigt.’





