Je zit in een gesprek. Eerst gaat het gewoon. Er wordt gelachen, iemand vertelt iets, een ander reageert. Maar dan gebeurt er iets kleins.
Iemand praat over je heen.
Iemand maakt een scherpe opmerking.
Iemand luistert niet echt.
Iemand doet alsof jouw gevoel overdreven is.
Van buitenaf stelt het misschien weinig voor. Maar vanbinnen gebeurt er iets. Je lichaam spant zich aan. Je adem wordt hoger. Je hoofd zoekt naar woorden.
Je gaat uitleggen. Verdedigen. Pleasen. Terugtrekken. Zwijgen. Of juist harder praten dan je eigenlijk wilt.
Op zulke momenten wordt zichtbaar wie er in ons aan het stuur zit.
In ons boek noemen wij het deel dat dan vaak actief wordt: de overlever. Dat is het deel dat ooit geleerd heeft hoe je je staande houdt. Pas op. Maak geen fouten. Zorg dat je niet wordt afgewezen. Houd de vrede. Verlies de controle niet.
De overlever is niet verkeerd. Hij heeft ons vaak geholpen. Maar hij leeft dikwijls vanuit oude aannames. Bijvoorbeeld de aanname dat pijn te gevaarlijk is om echt te voelen. Zeker wanneer pijn verbonden is met eenzaamheid en machteloosheid, kan zij ondraaglijk lijken. Dan ontstaat de behoefte aan controle: controle over de situatie, over de ander, over onszelf en vooral over de gevoelens die te veel dreigen te worden.
Voor een kind is dat al helemaal niet te dragen. Daarom reageert de overlever snel. Dan zijn we misschien volwassen in leeftijd, maar innerlijk even niet vrij. Er wordt gehandeld voordat we goed doorhebben waarom we zo handelen.
In de interne gezinstherapie werken we soms met een interne gezinsopstelling. De verschillende delen in ons krijgen dan als het ware een plek: het gekwetste authentieke kind, de overlever, de strateeg en de innerlijke volwassene.
Vaak blijkt dan dat die innerlijke volwassene er wel is, maar weinig ruimte inneemt. Hij wordt overstemd door angstverhalen, aanpassing of controle. Soms lijkt hij bijna te geloven wat de overlever hem influistert: dat het gevaarlijk is, dat hij moet ingrijpen, dat hij de controle moet houden.
In zo’n interne gezinsopstelling kan de innerlijke volwassene weer zichtbaar worden. Niet als baas die alles onderdrukt, maar als rustige aanwezigheid die de andere delen ziet en draagt.
Hij hoeft het kind niet weg te duwen.
Hij hoeft de overlever niet te bestrijden.
Hij kan hen onder zijn hoede nemen.
De innerlijke volwassene is niet degene die nooit geraakt wordt. Ook hij voelt. Hij is ook niet degene die altijd kalm en wijs reageert. Soms is hij even zoek. Soms komt hij pas later terug, als het gesprek al voorbij is en we denken: waarom zei ik dat nou?
Maar juist daarin wordt iets belangrijks zichtbaar. De innerlijke volwassene is het deel in ons dat kan terugkeren.
Hij merkt op: ik word geraakt.
Hij voelt: hier is angst, boosheid of schaamte.
Hij ziet: mijn overlever wordt actief.
Hij herkent: hier spreekt een oude aanname over pijn of gevaar.
Maar hij hoeft die aanname niet meteen te volgen.
Hij zegt niet tegen het kind in ons: stel je niet aan.
Hij zegt niet tegen de overlever: jij bent fout.
Hij zegt eerder: wacht even, ik ben er ook nog.
Wat vroeger nodig was, hoeft nu misschien niet meer automatisch te gebeuren.
Dat kleine innerlijke ogenblik kan veel veranderen.
In het boeddhisme wordt vaak gesproken over opmerkzaamheid. Dat klinkt soms alsof het vooral gaat over stilte, ademhaling en meditatie. Maar misschien begint opmerkzaamheid juist daar waar iemand iets in ons raakt.
Niet alleen op het meditatiekussen, maar midden in het gewone leven. Aan tafel. In een gesprek. In een conflict.
Wakker worden is dan niet dat we ineens verlicht reageren. Wakker worden is dat we merken wat er gebeurt.
Daar is mijn angst.
Daar is mijn pijn.
Daar is mijn neiging om mij te verdedigen.
Daar is mijn neiging om mijzelf te verlaten om de vrede te bewaren.
Daar is de oude aanname dat ik mij moet beschermen zoals ik dat vroeger deed.
En daar word ik ook wakker als innerlijke volwassene.
Misschien is dat volwassen worden: niet dat de overlever nooit meer actief wordt, maar dat hij niet langer alleen aan het stuur zit.
Niet de volwassene die alles weet.
Niet de volwassene die altijd kalm blijft.
Maar de volwassene die terugkomt.
En steeds vaker aanwezig blijft.
Vragen aan jezelf
Wanneer slaat mijn overlever snel aan?
Wat doe ik dan meestal: uitleggen, pleasen, aanvallen, controleren, terugtrekken of zwijgen?
Welke oude aanname speelt dan misschien mee?


Geef een reactie