Van de meeste gebeurtenissen in de buitenwereld weet je niets. Je hebt er geen zintuigen voor, of je zintuigen zijn te beperkt.
levenskunst
De dementie van alledag, 9. Homo inferior
Zo versta je de meeste talen niet en ken je de meeste woorden van je moedertaal niet eens. Je hebt de meeste boeken niet gelezen, de meeste opleidingen niet gedaan, de meeste vakken niet geleerd, de meeste vaardigheden niet opgedaan. Bijna overal op aarde weet je je weg niet te vinden en jezelf niet te redden, je zou er geen jaar, geen maand, soms geen dag overleven.
De dementie van alledag, 8. Homo superior, supermens
Even voorstellen: Homo superior, supermens. Volmaakt functionerend dankzij een volmaakt verstand in een perfect lichaam…
De dementie van alledag, 7. Ik raak de weg kwijt
Het is schokkend hoeveel fouten ik de hele dag maak. Hoe beperkt mijn mogelijkheden zijn. Hoe vaak ik mezelf moet corrigeren. Hoe onlogisch mijn redeneringen zijn. Hoe onbetrouwbaar mijn geheugen is. Hoe verstrooid ik ben, hoe ongecoördineerd, hoe gedesoriënteerd, hoe gepreoccupeerd, hoe afwezig.
De dementie van alledag, 6. Ik raak dingen kwijt
Gedachteloos pak ik spullen op, gedachteloos doe ik er iets mee, gedachteloos leg ik ze neer waar ik op dat moment toevallig ben. Haarborstel, e-reader, handschoenen, oplader, oordoppen, ze zwerven als op eigen houtje door het huis. Alles, alles raak ik kwijt, keer op keer.
De dementie van alledag, 5. Ik kan maar één ding tegelijk
Bij het koken moet ik me beperken tot simpele gerechten. Meerdere pannen op het vuur, meerdere kookprocessen vervlechten tot één vloeiende reeks handelingen kan ik niet; ik ben een onverbeterlijke eenpanskok.
De dementie van alledag, 4. Ik ben onhandig
Ik struikel over mijn eigen voeten of over mijn wandelstok. Ik laat dingen uit mijn handen vallen. Mijn vingers blijven haken achter kledingstukken, lichaamsdelen, huidplooien, voorwerpen. Bij het haarwassen prik ik regelmatig met een vinger in mijn oog en als ik mijn gezicht was in een neusgat.
De dementie van alledag, 3. Ik ben vergeetachtig
Eigennamen, soortnamen, plaatsnamen – ik kan ze bijna niet onthouden. Heel wat mensen heten bij mij dinges, hoe-heet-ie en hoe-heet-ze (het geslacht weet ik meestal nog), heel wat dingen heten ding en dingetje (het formaat weet ik meestal nog), heel wat planten weet-me-nietje en die-met-die-blauwe-bloemetjes (de kleur weet ik meestal nog), heel wat plaatsen die-kant-op of waar-we-altijd-op-vakantie-gingen.
De dementie van alledag, 2. We zijn allemaal al dement
Van jongst af aan is ons verstand geneigd tot verstrooidheid, vergeetachtigheid, wispelturigheid, eenzijdigheid, ambivalentie, drogredeneringen, confabulatie, egocentrisme, zelfbegoocheling, zelfvergetelheid en zelfoverschatting. Als je denkt dat ik overdrijf moet je jezelf maar eens een poosje in de gaten houden, schrik niet.
De dementie van alledag, 1. Ik plas nog steeds in bed
Zoiets heb ik ongeveer eens per maand en altijd vraag ik me af of ik er later op terug zal kijken als het begin van mijn seniliteit. Direct daarop de vraag: ben ik ooit helemaal bij de tijd geweest?
De wastafeltest voor dementie
Laatste van vier zelftests.
De sandaaltest voor dementie
Derde van vier zelftests.

