‘Ik zoek de blijde boodschap, Hans.’
‘Dan moet je niet bij mij zijn.’’
‘Waarvoor moet je bij jou zijn?’
‘De lege boodschap.’’
‘Heeft de lege boodschap iets te maken met onvoorwaardelijke liefde, blijvend geluk, universele wijsheid, duurzame vrede en eeuwig leven?’
‘De lege boodschap heeft nergens mee te maken.’’
‘Waarom niet?’
‘Omdat hij leeg is.’’
‘Waar kan ik terecht voor de blijde boodschap?’
‘Waar niet.’’
‘Bijvoorbeeld?’
‘Kerken, sekten, sangha’s, goeroes, meesters, therapeuten, gidsen, coaches, boekenwinkels…’’
‘Hoe weet ik of het over de blijde boodschap gaat?’
‘Dan hangt er een prijskaartje aan.’’
‘Wat kost de lege boodschap?’
‘Die kost je de kop.’’
‘Hoezo?’
‘Niet-weten is sterven aan je kennis.’’
‘Financieel, bedoelde ik.’
‘Geen cent.’’
‘Dan kan het niet veel wezen.’
‘Dat heb je goed gezien.’’

