Denken over gedenken.
Bij de crematie: zeker weten dat het juiste lijk in de juiste kist terechtgekomen is, de juiste kist in de juiste oven, de juiste as in de juiste urn, de juiste urn op de juiste plek, het juiste naamplaatje op de juiste urn? Zeker weten dat niemand sinds je laatste bezoek iets heeft veranderd, de urn leeggegooid, de as vervangen, de naamplaatjes omgeruild?
Bij de begrafenis: zeker weten dat het juiste lijk in de juiste kist terechtgekomen is, de juiste kist in het juiste gat, de juiste steen bij het juiste graf? Zeker weten dat niemand sinds je laatste bezoek iets heeft veranderd, het lijk geroofd of vervangen, de kist weggehaald en het gat met aarde gevuld?
Bij het graf- of urnbezoek: zeker weten dat het stoffelijk of geestelijk overschot op jouw bezoek ligt te wachten? Zeker weten dat je met het stoffelijk of geestelijk overschot zelf spreekt en niet met dat van een van de doden of hun zielen eromheen, of met je eigen geest of een afsplitsing of projectie daarvan?
In sommige culturen, en door sommige individuen in de onze, wordt de dode ook of uitsluitend herdacht met wat foto’s en souvenirs op een kastje, in een alkoof of huisaltaar. Zou dat voor jou kunnen werken of moet je per se in de buurt van de resten zijn, de as, het ontbindende vlees, het skelet?
Hoe belangrijk is het voor jou dat je zelf herdacht wordt? Kun je leven met de gedachte dat niemand de behoefte voelt om jou te gedenken? Gedenk jij anderen omdat je zelf herdacht wilt worden?

