Deze week keek ik met belangstelling en ontroering naar alle afleveringen van de internationale serie Etty. Etty Hillesum was een Joodse schrijver die in 1943 met haar familie in het Duitse vernietigingskamp Auschwitz door de nazi’s werd vermoord. De serie is gebaseerd op haar dagboeken.
De serie werd -heel bijzonder- in het huidige Amsterdam opgenomen, met de toenmalige ervaringen van Etty in beeld gebracht. Ik zag steeds meer uniformen in het straatbeeld, borden met Voor Joden verboden. Het ontstaan van de Joodse Raad, beroepsverboden. De isolatie van de door de Nederlandse overheid wel-gedocumenteerden, de gelabelden, in dit geval met de gele Jodenster. Bijeenkomsten in een bos met Etty en haar familie. Angst en hoop. ‘Na de oorlog zal het beter zijn’. Liefde en empathie, en vernietigingsdrang.
In de serie reden ook huidige trams, in de Tweede Wereldoorlog vervoerde het Amsterdams gemeentelijk vervoersbedrijf door Duitsers opgepakte Joodse medeburgers naar verzamelplaatsen. Enkele reis.
Ik vond de serie beklemmend. Juist ook vanwege de opgenomen huidige beelden in Amsterdam. Ik vroeg mij af: mensen worden nu ook gelabeld, en niet alleen de ongedocumenteerden. Haat lijkt te leiden, mensen krijgen etiketten opgeplakt. Wij en zij. Geen Hitler of Mussolini, maar sociale media. Fascisme en racisme vinden een voedingsbodem. Ook in de politiek.
Gaan de trams weer rijden?


Geef een reactie