Fenne: Iedere religie heeft een blijde boodschap. Niet-weten heeft helemaal geen boodschap. Wat heb je er dan aan?
Hans: Ik geloof niet dat iedere religie een blijde boodschap heeft. Het oude testament is zo zwart als de inkt waarmee het geschreven is. Prediker is woordgeworden ontgoocheling. Het boeddhistische pad naar nirwana is een levens-lange lijdensweg. Misschien heeft iedere religie een grote boodschap, maar geen blijde.
Fenne: Niet-weten heeft toch helemaal geen boodschap?
Hans: Niet-weten heeft nergens een boodschap aan. Het is een lege boodschap, zeg maar gerust dé lege boodschap, Ø, want waarin zou de ene lege boodschap moeten verschillen van de andere? De lege boodschap is de leegste, lichtste, luchtigste boodschap die je je kunt voorstellen, leger kan niet. Hebben?

Fenne: Volgens mij is de lege boodschap gewoon een ander woord voor nihilisme.
Hans: Een hardnekkig misverstand. Nihilisme is de grote boodschap dat er geen absolute waarheid bestaat. Dat is een metawaarheid – een waarheid over de waarheid. Die voor mijn gevoel onbewezen en onbewijsbaar is, al kan ik dat niet bewijzen.
Fenne: Dat je niets kunt weten is toch ook een grote boodschap?
Hans: Dat je niets kunt weten is de grote boodschap van het scepticisme en het pyrronisme. Die voor mijn gevoel onbewezen en onbewijsbaar is, al kan ik dat niet bewijzen.
Fenne: Wat is het verschil tussen niet-weten en niets kunnen weten?
Hans: Dat je niets kunt weten is een algemene leerstelling. Die gaat over iedereen en alles, altijd, overal. Dat je iets niet weet is een persoonlijke constatering. Die gaat alleen over jezelf op dit moment op deze plaats. De nitwit ziet zijn eigen onwetendheid over een specifieke kwestie hier en nu onder ogen, dat is alles.
Fenne: Wat heb je er dan aan?
Hans: Het gaat er niet om wat je eraan hebt, het gaat erom of het zo is. En als het zo is, waar het je van bevrijdt. Een grote boodschap maakt je een grote boodschapper: een colporteur van de waarheid. Een lege boodschap maakt je niets, behalve leeg, klein, opgeruimd, lichtvoetig, luchthartig. Een lege boodschapper heeft niets uit te dragen, niets te verdedigen en niets te bewijzen, dit ook niet.
Fenne: Jij brengt het niet-weten toch aan de man?
Hans: Ik zou niet weten hoe en ik zou niet weten waarom. Wel mag ik er graag over mijmeren. Noem het mediteren, noem het contempleren, noem het savoureren.
Fenne: Of een ander daar wat mee wil is zijn zaak, niet de jouwe.
Hans: Iedereen is welkom in mijn dwaaltuin. Toegang vrij, betreden op eigen risico.

