Misschien vermoed je het al, ik ben een van die mensen die niet kan multitasken. Tegelijkertijd aankleden en praten gaat geheid mis. Dat wil zeggen, het praten gaat goed, het aankleden op de automaat, waardoor ik ineens twee onderbroeken aan heb, mijn hemd achterstevoren, mijn shirt binnenstebuiten, ongelijke sokken, verkeerde schoenen.
Bij het koken moet ik me beperken tot simpele gerechten. Meerdere pannen op het vuur, meerdere kookprocessen vervlechten tot één vloeiende reeks handelingen kan ik niet; ik ben een onverbeterlijke eenpanskok. Moet ik toch meerdere gerechten maken, dan maak ik ze per stuk en dien ik ze per stuk op, als waren het gangen. Het meest seriële gerecht ter wereld is brood: je belegt het en eet het snee voor snee – de bakker is mijn beste vriend. Het is trouwens lang geleden dat er mensen bij ons kwamen eten, realiseer ik me opeens, geen idee waarom.
Tegelijkertijd wandelen en praten lukt me wel, zolang ik niet verantwoordelijk ben voor de route. Poepen gaat zelfs makkelijker als ik intussen wat lees, omdat mijn lichaam beter weet hoe het zich moet ontledigen dan ik. Als ik goed oefen kan ik mijn handen tegelijk verschillende dingen laten doen: op een gitaar of een toetsenbord (tien vingers), bij het brood snijden of het vaatwassen. En mijn adem stokt maar zelden, wat ik ook doe, dus eigenlijk valt het best mee.
Lezer, ben jij goed in multitasken?

