Niet iedereen rekent de activiteit van de kleine hersenen tot het verstand, ik wel. En mijn kleine hersenen zijn blijkbaar, hoe zal ik het zeggen, kleiner dan gemiddeld, of wat sponziger misschien, storingsgevoeliger, van een verouderd model, ontworpen door een beginnend neuricien, wie zal het zeggen. Blijkbaar, zeg ik, want ik kan mijn cerebellum niet rechtstreeks inspecteren, ik leid het af uit mijn motoriek.
Zo schop ik bij het wandelen mijn voeten in de lucht alsof het voetballen zijn. Ik struikel over mijn eigen voeten of over mijn wandelstok. Ik laat dingen uit mijn handen vallen. Mijn vingers blijven haken achter kledingstukken, lichaamsdelen, huidplooien, voorwerpen. Bij het haarwassen prik ik regelmatig met een vinger in mijn oog en als ik mijn gezicht was in een neusgat.
Moet ik een bal vangen, reageer ik net te vroeg of te laat. Reageer ik toch eens op tijd, grijp ik ernaast. Maak ik mijn veters los, raken ze in de knoop. Danspasjes leren duurt eeuwen, oefening baart gekunsteldheid en met vrij dansen lijk ik wel een marionet.
Sinds ik heb leren typen, heb ik problemen met bepaalde woorden. Onmiddellijk wordt altijd onmiddelijk, diameter diamter. Ik heb de neiging om de verkeerde letter dubbel aan te slaan, zodat er ineens verkkerde of verkerrde staat.
In plaats van een een enkel lidwoord, bijwoord of voorzetsel schrijf ik er er ongemerkt twee achter achter elkaar (gelukkig lezen de de meeste mensen eroverheen. Na het het plaatsen van een haakje openen vergeet ik het sluithaakje. Ik schrijf ui waar uit moet staan (het voorzetsel, niet het bolgewas), vergeet de punt aan het eind van mijn zinnen
Cijfers haal ik al zolang ik ze kan schrijven door elkaar, ik denk doordat je ze in het Nederlands in een andere volgorde uitspreekt dan opschrijft: van 32 (twee en dertig) maak ik 23 (drie en twintig) en omgekeerd, maar ook weer niet altijd, dus ik weet nooit of ik het juiste cijfer heb gelezen of genoteerd. In het Engels heb ik geen problemen met getallen, daarin is 32 gewoon thirty two in plaats van two and thirty. En two thirty (twee uur dertig) is half past two in plaats van half three, of was dat toen ik Engels leerde.
Een soepele handtekening heb ik nooit kunnen maken, je weet wel, zo’n onnavolgbaar snelle, zwierige krabbel van zakenlui en kunstenaars. De laatste keer dat ik mijn paspoort moest vernieuwen, heb ik mijn oude, verkrampte handtekening opgegeven. Sindsdien schrijf ik gewoon mijn naam op om te bewijzen dat ik het ben, en iedereen gelooft het.
Wat ik best goed kon (want ik ben geen total loss) is frisbeeën, zowel gooien als vangen. Omdat een frisbee zweeft, niet vliegt, en ik een zwever ben, geen vlieger. En zwemmen, een lome crawl die ik lang kon volhouden. Zwemmen is zweven in het water. Woonde ik maar op de maan met haar geringe zwaartekracht, daar kun je reuzensprongen maken zonder op je snuit te vallen. Maar bij gebrek aan lucht en water kun je er weer niet frisbeeën of zwemmen, het is ook altijd wat.
Lezer, hoe onhandig ben jij?

