Woorden die doorzien moeten worden
1
‘Volgens Thomas Merton is het leven geen probleem dat opgelost moet worden, Hans, maar een geheim dat geleefd moet worden.’
‘Waarom verklapt hij het dan?’
2
‘Volgens Thomas Merton is het leven geen probleem dat opgelost moet worden, maar een geheim dat geleefd moet worden.’
‘Stel dat het leven toch een probleem is. Weet jij het dan op te lossen?’
‘Tot nu toe niet.’
‘Stel dat het leven inderdaad een geheim is. Weet jij het dan te leven?’
‘Tot nu toe niet.’
‘Wat maakt het dan uit?’
3
‘Volgens Thomas Merton is het leven geen probleem dat opgelost moet worden, maar een geheim dat geleefd moet worden.’
‘Het wat?’
‘Ik denk dat Merton bedoelde dat het probleem van het leven onoplosbaar is…’
‘Van het wat?’
‘En dat we daarmee moeten leren leven.’
‘Waarmee?’
‘Dat we daarnaar moeten leven.’
‘Waarnaar?’
‘Ja, waar hebben we het nu over.’
‘Ja, dat zou ik ook weleens willen weten.’
‘Het leven man.’
‘Wat als ‘het leven’ slechts een woord is?’
‘O, op die manier.’
‘Zoals de nominalisten en de analytische wijsgeren beweren.’
‘Wat dan?’
‘Dan komt er vanzelf wel weer iemand die roept dat het leven geen probleem is dat opgelost moet worden en geen geheim dat geleefd moet worden maar een woord dat doorzien moet worden.’
‘Mooi.’
‘Die nieuwe kooi.’
‘En als ik dat tegen jou had gezegd?’
‘Dat weet ik pas als je het tegen me zegt.’
‘Het leven is geen probleem dat opgelost moet worden en geen geheim dat geleefd moet worden maar een woord dat doorzien moet worden.’
‘Door wie?’

