1
‘Ik ben het helemaal met je eens, Hans, het leven is er niet om begrepen te worden, maar om geleefd te worden!’
‘Toch weer iets begrepen?’
2
‘Ik ben het helemaal met je eens, Hans, het leven is er niet om begrepen te worden, maar om geleefd te worden!’
‘Begrijpen is ook een vorm van leven.’
3
‘Ik ben het helemaal met je eens, Hans, het leven is er niet om begrepen te worden, maar om geleefd te worden!’
‘Leven is ook een vorm van begrijpen.’
4
‘Ik ben het helemaal met je eens, Hans, het leven is er niet om begrepen te worden, maar om geleefd te worden!’
‘Onbegrip is ook een vorm van begrijpen.’
‘Een randvorm dan toch.’
‘De oervorm.’

