Twaalf voorbeelden, dertien uitzonderingen.
‘Als ik érgens een hekel aan heb, zijn het gemeneriken, Hans.’
‘Wat noem jij gemeen?’
‘Iemand onder bedreiging van een mes van zijn portemonnee beroven bijvoorbeeld.’
‘Ook als het slachtoffer een rijke stinkerd is die bestolen wordt door de mensen die hij zelf heeft uitgeperst?’
‘Dat is wat anders.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Gerechtigheid?’
‘En als de dader Robin Hood heet en de buit verdeeld onder de armen?’
‘Dat is wat anders.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Solidariteit?’
‘En als degene die jou berooft eerder op de dag door jou beroofd is?’
‘Dat is wat anders.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Een koekje van eigen deeg?’
‘En als de dader een toneelspeler is en jij een politieman in opleiding bent?’
‘Dat is wat anders.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Een oefening?’
‘En als het mes van plastic is, de portemonnee Monopolygeld bevat en de dader een vriendje is met wie je boefje speelt?’
‘Dat is wat anders.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Kinderspel?’
‘En als het een scène in een misdaadfilm betreft?’
‘Dat is wat anders.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Amusement?’
‘En als de beroving een grap is met een verborgen camera?’
‘Dat is wat anders.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Leedvermaak?’
‘En als de dader het geld steelt als laatste redmiddel voor zijn doodzieke kind?’
‘Dat is wat anders.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Zorgzaamheid?’
‘En als de beroving in scène is gezet om iemand van zijn naïviteit af te helpen?’
‘Dat is wat anders.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Een reality check?’
‘En als de dader zelf is opgevoed met geweld en nooit geleerd heeft te werken voor zijn geld?’
‘Dat is wat anders.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Onwetendheid?’
‘En als de dader onder druk staat om te stelen voor een bende?’
‘Dat is wat anders.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Chantage?’
‘En als je het allemaal droomt?’
‘Dat is wat anders.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Een illusie?’
‘Wat noem je dan wel gemeen?’
‘Dat is gemeen!’

