Zoon: Ik deed het per ongeluk.
Dochter: Je deed het expres.
Zoon: Ik deed het per ongeluk.
Dochter: Je deed het expres.
Moeder: Wat bedoel jij met ‘per ongeluk’?
Zoon: Dat ik er niets aan kon doen.
Moeder: Wat bedoel jij met ‘expres’?
Dochter: Dat hij eropuit was.
Moeder: En als je er nu eens niets aan kunt doen dat je eropuit bent?
Zoon: Dan is expres een soort per ongeluk.
Dochter: Dan is per ongeluk een soort expres.
Moeder: Dan zijn we eruit.

