Kort na 2003 heb ik voor mijn alter ego de naam “Dharmapelgrim” bedacht. Het begrip ‘alter ego’ betekent letterlijk “ander ik”. Denk nu niet dat ik een soort psychiatrische stoornis heb met meerdere ‘ikken’. Vergelijk het liever met de boven- en onderkant van een muntstuk. Kop en munt: zijn één geheel, en geen twee losse zaken. Ik ben Menno en tegelijkertijd bén ik ook Dharmapelgrim, en tussen die twee ervaar ikzelf geen enkel verschil. Ik gebruik mijn alter ego om mijn creativiteit en spiritualiteit te benadrukken. Ik schrijf als Dharmapelgrim voor het BD, zoals ik als opa op mijn kleinkinderen pas
dharmapelgrim
Jules – Doden en martelen in oorlogstijd
Je hoeft maar één woordje te veranderen in de tekst van Dharmapelgrim en een ander dilemma doemt op: “Jij kunt door één persoon te martelen voorkomen dat die ene persoon tien andere doodt. Of zelf honderd. Of nog meer… Je doet het niet omdat je niet mag martelen. Ok. Ben jij dan niet indirect de doder van die tien anderen? Van die honderd? Of van die ‘nog meer’?”
‘Het kerstvierend kind in mij’
Of ik een echte boeddhist ben, weet ik niet. Wat ik wel weet is, dat ik Kerstmis vier. Om met het eerste te beginnen: wie bepaalt of ik een echte boeddhist ben?
Nirvair Kaur de Ruiter – Sūnyatā de Droom van de Leegte
De ceremoniën konden 14 dagen duren, maar even zo goed een maand. Als er iemand van de stam overleed was het alsof een onhoorbare megafoon het overlijdensbericht had rond gebazuind en verdwenen alle kinderen in 30 seconden uit de school en zagen we hen soms voor weken niet terug, werd de naam van de overledenen niet meer genoemd, en alle bezittingen en wat er ook maar aan de persoon herinnerde verbrand. Die persoon niet langer daar, maar op de terugreis naar de ‘Droomtijd’ het niet zichtbare, voor dagen werden de fysieke sporen van de overledene uitgewist door halfnaakte, met as bedekte, vrouwen die met boomtakken door het hele kamp in het zand de energetische sporen uitwiste.
In den beginne… in de mystieke leer van Lao Zi
Dharmapelgrim beschrijft in het Boeddhistisch Dagblad van 19 augustus 2024 een idee van het scheppingsverhaal zoals dat zou kunnen luiden vanuit het boeddhisme. Als langdurig beoefenaar van zen heeft Ben Zondervan zich naast een studie van het boeddhisme ook en vooral verdiept in de andere, qua belang onderschatte, bron van zen/Ch’an, het daoïsme.
Boeken – Dit is yoga
Hatha Yoga is de bekendste vorm van yoga. Althans in Nederland. Wat er tegenwoordig als Yoga wordt aangeboden, heeft weinig met yoga te maken. Het is sterk vercommercialiseerd. Het is verwaterd tot lichaamscultus, veredelde gymnastiek, work-out, of tot methode om stress te reduceren. Daar is op zich niks mis mee, maar het is geen yoga. Zelfs niet wanneer er een spiritueel sausje overheen wordt gegoten.
Over Theologie 27 -Dogmatiek
Er zijn bosjes mensen die de kriebels krijgen van het woord ‘dogma’. Ik denk dat dat komt doordat ze niet goed weten wat ze met dat woord aanmoeten, er een onjuiste voorstelling bij hebben of denken dat het iets absoluut vaststaands is, iets waarover op geen enkele manier meer te praten valt. Klopt niet. Een dogma is eigenlijk het resultaat van een lang proces van wikken en wegen.
Menno Prins – ‘Het kerstvierend kind in mij’
Of ik een echte boeddhist ben, weet ik niet. Wat ik wel weet is, dat ik Kerstmis vier. Om met het eerste te beginnen: wie bepaalt of ik een echte boeddhist ben?
Alles waarvan je kunt zeggen “Ik heb …”
Weet ik nu wie ik werkelijk ben? Kan ik nu zeggen wie of wat er is overgebleven of overblijft na het grote loslaten en wegdrijven van alle etiketten, alle schaamlappen, kenmerken, eigenschappen en (on)hebbelijkheden?
In de marge (9) – hoop
Geloof, in levensbeschouwelijke zin, zonder hoop is naar mijn mening krachteloos en uiteindelijk tot uitdoven gedoemd. Hoop doet niet alleen leven, het geeft ook het geloof bestaansrecht. En liefde zonder hoop leidt tot wanhoop, droefenis en verlies van levenslust. Waarom nog geloven of liefhebben wanneer er geen hoop meer is?
In de marge (8) – liefde
Liefde is het vuur dat verwarmt en verteert. Het is het water dat blust en overal de scherpe kantjes afslijpt, maar waarin je ook kunt verdrinken. Het is de lucht die adem geeft en ruimte maar ook als een verwoestende storm alles op haar pad verwoest. Het is de aarde die je bij leven draagt en je na je dood weer in zich opneemt.
In de marge (7) – geloof
ik ben ervan overtuigd dat er met “geloven” niets mis is. Ongeacht wat of waarin je gelooft. Maar houdt het vloeibaar! Dat wil zeggen: laat het niet tot absolute zekerheid verworden. En voor zover ik weet is er maar één manier om dat vloeibaar houden te bereiken en dat is door te twijfelen.










