Op 30 april 2016 ben ik van huis vertrokken, om als pelgrim naar Nidaros (de oude naam voor Trondheim) te lopen. Onderweg doe ik wekelijks verslag van mijn overdenkingen, als het lukt contact te maken.

Geloof, hoop en liefde worden vaak in een adem genoemd. Over geloof en liefde heb ik al iets gezegd, rest nog de hoop.

In de Griekse mythologie bevindt de hoop zich onder in de doos van Pandora, waaruit alle ellende die een mens kan overkomen is ontsnapt en zich over de wereld heeft verspreid. “Ja maar de Boeddha zegt…” Ik denk dat Boeddha de Griekse mythologie niet kende, en dat de oude Grieken nog niet van Boeddha hadden gehoord. Wij kennen beide, en kunnen deze dan ook beide in beschouwing nemen. Hoop is wat na en in alle ellende of dukkha de mens de moed en de kracht geeft door te gaan op weg naar…, zeg het maar. Ik denk dat Siddharta Gautama ook hoop had. Anders was hij nooit onder een boom gaan zitten met de idee: “Ik sta pas op als ik verlichting bereikt heb!” Mijn interpretatie, waarschijnlijk niet zo gezegd. Zonder die hoop kende de mensheid nu geen boeddhisme.

Geloof, in levensbeschouwelijke zin, zonder hoop is naar mijn mening krachteloos en uiteindelijk tot uitdoven gedoemd. Hoop doet niet alleen leven, het geeft ook het geloof bestaansrecht. En liefde zonder hoop leidt tot wanhoop, droefenis en verlies van levenslust. Waarom nog geloven of liefhebben wanneer er geen hoop meer is?

Hoop is niet hetzelfde als het koesteren van een verwachting. Iedere verwachting draagt kiemen van teleurstelling in zich, die uitkomen wanneer hetgeen verwacht wordt tegenvalt of uitblijft. En als het verwachte wel komt en zijn belofte waar maakt, heeft het de verwondering doorgaans gesmoord. Hoop verwacht niets! Het weet namelijk niet precies wat, en wanneer of hoe hetgeen waarop de hoop gevestigd is uit zal pakken. Hoop ziet uit, verlangt zonder eisen te stellen, reikt uit zonder ergens naar te grijpen en houdt de handen, het hart en de geest open om te ontvangen. En put daaruit kracht om dat waarin geloofd wordt, na te streven. Of om dat waarnaar de liefde uitgaat hartstochtelijk te blijven zoeken.

Berglandschap (foto: Menno Prins)

Berglandschap (foto: Menno Prins)

Hoop zegt in mijn beleving al dank voor het simpele feit dat het zich ergens op kan en mag richten. Het heeft niets nodig, behalve vertrouwen dat er een kans bestaat dat…

Geloof, hoop en liefde versterken elkaar en vullen elkaar aan. Het is de liefde die ver-een-iging zoekt; de hoop die ervan uitgaat dat dat uiteindelijk zal geschieden; en het is geloof dat zegt dat dit met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid weleens waar zou kunnen zijn. Zeker weten past niet in dit rijtje, zelfs niet met betrekking tot de liefde, want in ver-een-iging vallen de wetende en hetgeen geweten wordt samen in een “Wolk van niet-weten” (middeleeuws geschrift, auteur onbekend) waarin niets meer zeker is (zelfs dat niet).

Ook ik heb hoop, voorbij alle verwachtingen die nooit zijn uitgekomen en die ik inmiddels overboord heb gegooid. Zo hoop ik een steentje te kunnen bijdragen aan het verminderen van het lijden in de wereld. Ik hoop steeds weer de moed en de kracht te vinden om na een miskleun, afgang, fout of zonde (ook zo’n misverstaan begrip) toe te geven dat het een miskleun, afgang, fout of zonde was. En dan door te gaan in de juiste richting, op de juiste manier enzovoort, in de hoop dat… Anders slaat al dit geploeter op dit ondermaanse volstrekt nergens op. En ik denk oprecht dat Boeddha dit op zijn manier door al zijn onderricht al onderschreven heeft.

Categorieën: Hartstocht naar Santiago, Geluk, Columns
Tags: , , , , ,

Lees ook:

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

1 reactie op In de marge (9) – hoop

  1. kees moerbeek schreef:

    Blijkbaar is je hoop doelgericht en geeft je gepelgrimeer je een doel. Waar gaat het eigenlijk om?

    ‘Anders slaat al dit geploeter op dit ondermaanse volstrekt nergens op. En ik denk oprecht dat Boeddha dit op zijn manier door al zijn onderricht al onderschreven heeft.’ Dit is nog maar de vraag en deze zou niet bij een Dharmapelgrim op moeten opkomen. De Boeddha kan daarbij heus zelf wel denken, grapje.

    Geloof, hoop en liefde zijn geen consumentenartikelen die nut moeten opleveren. Mens-zijn in werkelijke zin is zonder kosten, levert niets op en er valt niet mee te pronken: het IS en zit in onze genen!