De overlever ontstaat niet zomaar.
Hij groeit vaak uit ervaringen waarin het leven even te groot werd voor wie we toen waren.
Misschien was er spanning thuis.
Misschien voelde je je niet echt gezien.
Misschien moest je al vroeg sterk zijn.
Of leerde je dat het veiliger was om je gevoelens in te houden.
Tweespraak Rob van Boven en Luuk Mur
Rob van Boven (1951) is psycholoog en psychotherapeut met belangstelling voor het boeddhisme. Luuk Mur ( 1952) is psycholoog en lid van de Dzogchen Community Nederland. Beide mannen gaan over boeddhistisch gerelateerde zaken in gesprek in Tweespraak.
Er is niets mis met jou — je bent onderweg (1)
We kennen het allemaal: die innerlijke stemmen.
De ene stem verlangt naar avontuur.
Een andere zegt: ja, maar dat durf ik niet; dat is veel te onzeker.
Een derde besluit uiteindelijk toch maar thuis te blijven.
Soms lijkt het alsof er vanbinnen een complete vergadering gaande is.
De verloren zoon: een stap naar binnen
Dan wordt het verhaal rauw. Honger. Schaamte. Een bodem. Je ziet hem bijna zitten: tussen de dieren, met lege handen, de geur van stal in zijn kleren, en het besef dat hij niet alleen zijn geld is kwijtgeraakt, maar ook zijn gezicht. En dan die ene zin die alles kantelt: hij kwam tot zichzelf. Niet: hij kreeg een morele ingeving. Maar: er gaat een licht aan. Alsof er in hem iets wakker wordt dat al die tijd bedolven lag onder allerlei gedachten. Een eenvoudige helderheid die zegt: dit werkt niet meer. Dit ben ik niet. Mijn vrijheid is leeg geworden.
Compassie met ruggengraat
Er is een woord waar tegenwoordig bijna iedereen bij knikt: compassie.
Christenen noemen het liefde, boeddhisten mededogen, en wie geen religieuze taal gebruikt spreekt over menselijkheid. Het klinkt als vooruitgang: minder hardheid, meer begrip.
Er zit een barst in alles — over Leonard Cohen, gebrokenheid en heel worden
Leonard Cohen zong het bijna terloops:
“There is a crack in everything, that’s how the light gets in.”
Die zin wordt vaak geciteerd omdat hij troost biedt. Maar hij zegt ook iets ongemakkelijks. Niet dat alles uiteindelijk goed komt. Niet dat gebrokenheid verdwijnt. Wel dat juist waar iets scheurt—waar het niet meer klopt—iets anders zichtbaar kan worden.
Dat is geen optimisme. Het is realisme.
‘Let’s Drop the Big One’ — van overleven naar ontmoeten
Randy Newmans refrein werkt zo goed omdat het hardop zegt wat bij ons meestal stiller gebeurt: ‘Als ik me niet gezien voel, ga ik jou niet zien.’ In 1972, tijdens de Vietnamoorlog, en nu — in 2026 — in de oorlogen van deze tijd. Maar het begint niet bij regeringen of legers. Het begint bij de wieg. Aan de tafel. In dat kleine ogenblik waarop we merken dat we wegkijken of verharden — en toch kunnen terugkeren. Naar het levende. Naar het geheel. Naar elkaar.
De toren van Babel: afdalen uit het gelijk
We hebben genoeg torens gebouwd. De vraag is niet hoe hoog we kunnen komen. De vraag is: kunnen we elkaar—en onszelf—weer bereiken?
Van ontwaken naar verdeeldheid
Na Adam en Eva begint het echte werk pas.
Het paradijsverhaal eindigt in veel hoofden bij de poort: ze moesten eruit, klaar. Maar je kunt het ook lezen als het begin van volwassenwording. Wat gebeurt er met een mens zodra hij zichzelf als “ik” ervaart—met vrijheid, kwetsbaarheid en verantwoordelijkheid?
Van onschuld naar verantwoordelijkheid
Er zijn verhalen die je op school leert als een soort moraal: dit was goed, dat was fout, en daarom ging het mis. Het verhaal van Adam en Eva is misschien wel het bekendste voorbeeld. Maar soms wordt een verhaal pas écht vruchtbaar wanneer je het niet gebruikt om te oordelen, maar om te onderzoeken: wat zegt dit eigenlijk over ons mens-zijn?
Niet: “Waarom dit gedrag?” Maar: “Waarom deze pijn?” — ook in de jeugdbescherming
In de jeugdbescherming kijken we vaak nog andersom. We zien gedrag. Veel gedrag.
Ouders die ontploffen in gesprekken, of juist dichtklappen. Die mailen alsof hun leven ervan afhangt — omdat het soms ook zo voelt. Die wantrouwend worden, alles vastleggen, geen millimeter meer toegeven.
Als je innerlijke brandalarm afgaat
Soms is het leven heel eenvoudig: je zit rustig te eten, je telefoon pingt, en ineens staat je hele systeem ‘aan’. Schouders omhoog, ademhaling versneld, gedachten klaar om in actie te komen. Alsof er een onzichtbare knop wordt omgezet: nu opletten.
Wat niet te automatiseren is.
Er hangt iets in de lucht.
Geen acute ramp, geen duidelijke vijand, maar een diffuus gevoel dat we de richting kwijt zijn. Veel mensen herkennen het: onrust zonder duidelijke oorzaak, vermoeidheid die dieper zit dan slaaptekort, een leegte die blijft. Alsof het innerlijk kompas hapert.
Nederland als athocratie
De ouder zit aan tafel. De jeugdbeschermer ook.
Tussen hen in ligt een plan met datumstempel en paraafvakjes. Het lag er al voordat iemand vroeg: “Hoe gaat het met u?”
Het gesprek begint vriendelijk. Er is koffie. Begrip. Een glimlach die net iets te vaak terugkomt, alsof hij ook in het protocol staat. De ouder vertelt over de kinderen. Over angst. Over nachten zonder slaap. De jeugdbeschermer knikt en zegt: “Ik hoor wat u zegt.”
Is Muis ook mee?
We zitten aan een keukentafel. De telefoon ligt klaar, scherm naar boven – wachtend op een mail, een besluit, een bericht. De vrouw tegenover me is moeder van een kleuter. In het dossier is zij vooral: casus, risico.
Oorlog in je hoofd: mag een kind nog een eigen mening hebben?
Oorlog lijkt iets van ver weg: tanks, raketten, frontlinies. Maar de zaadjes ervan liggen dichter bij huis: in hoe we denken, hoe we kinderen opvoeden en hoe we met verschil omgaan.
Boeddha en Christus in één boot
’s Avonds, met de telefoon in de hand, herhaalt zich een bekend ritueel: scrollen door nieuwsfeeds, filmpjes en foto’s. Gebombardeerde steden, vluchtende gezinnen, mannen met wapens. De taal wordt scherper, de gezichten gespannener. Het lichaam spant zich aan, alsof het zelf in een loopgraaf staat.
De tijger in ons lijf – Peter Levine en de wijsheid van het lichaam
In Waking the Tiger beschrijft Peter Levine geen innerlijke tijger die moet worden bedwongen, maar een lichamelijke kracht die opnieuw in beweging mag komen. In therapieruimtes blijkt dat proces vrijwel nooit spectaculair te beginnen. Het zijn vaak minieme veranderingen: iemand die merkbaar dieper uitademt, een spier die ontspant, een moment waarop de aandacht weer bij het hier en nu is. Levine ziet daarin een patroon. Heling begint wanneer het lichaam toestemming krijgt om een beweging te hervatten die ooit abrupt werd onderbroken.
In de open ruimte van bewustzijn
Soms lijkt het leven vast te zitten. Alsof alles al is uitgestippeld: de agenda’s, de meningen, de rollen waarin we onszelf gevangen houden. De dagen rijgen zich aaneen, gevuld met gewoonten, verplichtingen en verwachtingen. En ongemerkt verdwijnt er iets wezenlijks: de speelruimte voor het onbekende.
Als de overlever zwijgt
Over dementie, ontmanteling en het hart dat niet vergeet
De overlevingsstand van de beschaving
Wat trauma doet met een mens, doet het ook met een cultuur.
Onze beschaving leeft in de overlevingsstand. In plaats van te leven vanuit verbondenheid en bezieling, heeft de overlever het overgenomen. Zowel Iain McGilchrist als het boeddhisme wijst ons op een weg terug naar heelheid.
De leegte die leeft – Nishida en McGilchrist in dialoog
De Japanse filosoof Kitarō Nishida (1870–1945) en de Britse neuropsychiater Iain McGilchrist (geb. 1953) hebben elkaar nooit ontmoet. Toch lijken hun denkbeelden elkaar te spiegelen, alsof ze vanaf tegenoverliggende oevers van dezelfde rivier spreken. Beiden wijzen op een fundamentele verschuiving in bewustzijn: van een gefragmenteerde, controlerende manier van waarnemen naar een ervarende, relationele manier van zijn.
Wat AI nooit zal begrijpen
Soms hoor je mensen zeggen dat kunstmatige intelligentie steeds slimmer wordt — alsof machines niet alleen sneller kunnen rekenen, maar ook begrijpen wat ze doen. Maar begrip veronderstelt bewustzijn en daarvan is bij geen enkel algoritme ooit bewijs gevonden.
Tussen mij en jou
Er bestaat een merkwaardige spanning in ons bestaan.
Wie zich afstemt op de wordingsdrang van het leven, ervaart verbondenheid.
Alles hangt met alles samen: bomen, rivieren, mensen, de sterrenhemel boven ons.
Soms valt de scheiding weg, en weten we – zonder bewijs – dat we gedragen worden door iets groters dan onszelf.
Zoals een grasspriet door asfalt – over de kracht die leven heet
Niets kan de drang tot leven werkelijk stoppen. Zelfs onder asfalt vindt een grasspriet zijn weg omhoog.
Het leven zoekt altijd een weg. Zelfs een kind voelt: wat wil groeien, laat zich niet tegenhouden. Die stille kracht die telkens weer tot leven aanzet, noemen we de wordingsdrang.
























