Sommige kinderen leren vroeg dat zij “sterk” moeten zijn. Niet omdat iemand dat letterlijk zegt. Vaak wordt het juist nooit gezegd. Maar het hangt in de lucht. Er is verdriet in huis. Spanning. Ziekte misschien. Een ouder die het moeilijk heeft. Een broer of zus die veel aandacht vraagt. Aan tafel wordt wel gegeten, maar niet alles mag worden gezegd.
Een kind merkt dat.
Het hoort hoe een moeder zucht in de keuken. Hoe een vader zwijgend door het huis loopt. Hoe een deur net iets te hard dichtgaat. Verdriet kan als een onzichtbare gast in de kamer aanwezig zijn.
En ergens voelt het kind: ik moet er niet ook nog bij komen.
Dus zegt het: het gaat wel.
Het huilt niet. Het helpt mee. Het wordt verstandig. Het leert lachen op het juiste moment, zorgen op het juiste moment, verdwijnen op het juiste moment.
Van buiten kan dat er mooi uitzien.
Wat een sterk kind.
Wat een doorzetter.
Wat fijn dat jij zo zelfstandig bent.
Maar achter die waardering kan iets verborgen raken. Want sterk zijn kan ook betekenen dat je te vroeg hebt geleerd om niemand nodig te hebben. Dat je verdriet alleen draagt. Dat je boosheid wegduwt. Dat je sterk lijkt, juist omdat je hebt geleerd je kwetsbaarheid weg te stoppen.
Dat je pas merkt hoe moe je bent als je lichaam begint te protesteren.
Misschien herken je daar iets van.
Dat je als kind al voelde hoe het met anderen ging, voordat je wist hoe het met jou ging. Dat je aanvoelde wanneer je beter niets kon vragen. Dat je je gezicht in de plooi hield. Dat je wist: nu moet ik rustig zijn, nu moet ik helpen, nu moet ik niet te veel ruimte innemen.
Zo kan “sterk” zijn langzaam een rol worden.
Je wordt degene die het redt. Degene die niet klaagt. Degene op wie anderen kunnen bouwen. Vaak gaat dat lang goed. Je wordt een betrouwbare collega, een zorgzame partner, een loyale vriend, een betrokken ouder.
Tot het niet meer vanzelf gaat.
Soms gebeurt dat rond het ouder worden. Het werk valt weg. Kinderen gaan hun eigen weg. Het lichaam protesteert. Een relatie verandert. De stilte wordt groter. En ineens komt er een vraag op:
waarom ben ik eigenlijk altijd zo “sterk” geweest?
Misschien was sterk zijn geen karaktertrek. Misschien was het ooit een oplossing. Een slimme oplossing zelfs. Want wie sterk is, krijgt minder kritiek. Wie doorgaat, hoeft niet te voelen hoe moe hij is. Wie voor anderen zorgt, hoeft misschien niet stil te staan bij zijn eigen gemis.
In ons boek noemen wij dit de beweging van de overlever. Niet als verwijt. De overlever is het deel in ons dat ooit deed wat nodig was: doorgaan, aanpassen, niet voelen, overeind blijven. Wat ooit bescherming was, kan later een harnas worden. Het houdt je overeind, maar het draagt je niet werkelijk meer.
Het heeft je beschermd. Het heeft je waardigheid gegeven. Het heeft je door moeilijke tijden heen geholpen. Maar wie te lang in een harnas leeft, voelt op den duur zijn eigen huid niet meer.
De prijs van sterk zijn kan zijn dat je moeilijk hulp vraagt. Dat anderen je vooral kennen als degene die het wel redt, terwijl je vanbinnen soms verlangt dat iemand eens vraagt:
hoe is het nu echt met jou?
Misschien begint herstel daarom niet met zwakker worden, maar met eerlijker worden. Met erkennen dat kracht en kwetsbaarheid geen vijanden zijn. Dan ontstaat een andere kracht: geen harnas, maar veerkracht. De kracht van een grashalm, die meebuigt zonder te breken. Dan kun je gaan ontdekken dat rust geen luiheid is, dat grenzen stellen geen egoïsme is, en dat voelen niet betekent dat je instort.
Misschien vraagt de tweede helft van het leven niet dat wij nog sterker worden. Misschien vraagt zij dat wij leren voelen wanneer onze kracht nog levend is: verbonden met kwetsbaarheid, gevoel en daadkracht. En wanneer die kracht vooral een oude bescherming herhaalt.
Daarom eindigen we opnieuw met enkele vragen. Niet om snel te beantwoorden, maar om mee te nemen.
Wanneer heb jij geleerd sterk te zijn?
Bij wie moest jij je groot houden?
Waar heeft jouw kracht je geholpen?
Waar heeft diezelfde kracht je eenzaam gemaakt?
Wat onder jouw sterke buitenkant wil eindelijk gezien worden?
Misschien is echte kracht dat je op een dag durft te zeggen:
Ik heb veel gedragen.
Ik hoef mij daar niet voor te schamen.
Maar ik hoef niet alles alleen te blijven dragen.


Geef een reactie