Het gebeurt overal.
In een café, op een camping, in een ontmoetingsplek. Mensen zitten bij elkaar, praten, lachen misschien. En toch kan er ongemerkt iets verschuiven. De sfeer wordt minder open — alsof de ruimte enger wordt.
Vaak begint dat niet met ruzie, maar met een bepaalde manier van aanwezig zijn. Iemand spreekt stellig, luistert weinig, onderbreekt gemakkelijk of laat subtiel merken dat hij veel weet, veel heeft meegemaakt of gewicht heeft. Dat kan op kracht lijken, maar soms is het vooral een manier om gehoord te worden.
Wie vooral gehoord wil worden, moet zenden. Luisteren naar de ander voelt dan al snel als verlies van ruimte.
In onze taal zouden we zeggen: dan neemt de overlever het over — het deel in ons dat vooral gericht is op bescherming en overeind blijven.
Maar daar blijft het niet bij. Ook de anderen reageren. De een wordt stiller, de ander past zich aan, iemand lacht sneller mee dan hij wil, en weer een ander trekt zich terug. Zo ontstaat een patroon: de bescherming van de één roept de bescherming van de ander op.
Dat is het systemische ervan. Niet één mens bepaalt de sfeer; de groep beweegt mee met wat er ontstaat. Ieder draagt iets bij. De een wordt groter, de ander kleiner. De een duwt, de ander wijkt. Voor je het weet zit iedereen in een rol.
Intussen verdwijnt iets wezenlijks. Het echte krijgt minder ruimte. Niet alleen bij degene die de toon zet, maar ook bij de anderen. Wat levend en spontaan had kunnen zijn, trekt zich terug. Er is nog wel gesprek, maar geen echte ontmoeting meer.
Juist daarom is het belangrijk om niet alleen te letten op wat mensen zeggen, maar ook op wat er tussen mensen gebeurt. Wordt de ruimte groter of enger? Kunnen mensen zichzelf zijn, of zijn ze vooral bezig zichzelf te beschermen?
Dat is geen grote theorie. Het is iets wat we elke dag kunnen waarnemen — aan de stamtafel, op de camping, in een groep, in een ontmoetingsplek. Overal waar mensen samen zijn, kan een sfeer ontstaan waarin niet de mens zelf aanwezig is, maar vooral zijn bescherming.
Misschien begint echte ontmoeting daar waar we dit leren herkennen. Niet om elkaar te veroordelen, maar om ruimte te maken voor iets anders. Minder groot en klein. Minder indruk en aanpassing. Meer eenvoud. Meer echtheid. Meer aandacht.
Misschien zijn we allemaal onderweg — van overleven naar ontmoeten.
Voetnoot: Wie zich verder in dit thema wil verdiepen, kan in gesprek met ChatGPT de code [IKBENONDERWEG_LR] gebruiken. De auteurs hebben deze code afgesproken als laagdrempelige ingang tot reflectie, in de geest van de ideeën die zij in hun boek en columns uitwerken.


Siebe zegt
Oke, maar jullie zullen toch ook wel weten dat als je zelf in een rol schiet van psycholoog, het gedrag van mensen indelend naar een bepaald mens-model, ze ontledend, psychologisch duidend, dat je dan zelf ook niet meer aanwezig bent maar alleen je bescherming?
Dit gaat toch ook niet echt bijdragen aan ontmoeting van hart tot hart?
Luuk Mur zegt
Dank je, Siebe. Ik vind dat je een wezenlijk punt raakt. Ook psychologische taal en duiding kunnen een vorm van afstand worden, en dus zelf het contact dunner maken. Dat risico is er zeker. Voor ons is het model alleen behulpzaam als het niet tussen mensen in komt te staan, maar ook onszelf bevraagt. Je reactie helpt dus om nog scherper te blijven op de vraag: draagt wat we zeggen werkelijk bij aan ontmoeting, of gaan we toch ongemerkt erboven hangen?
Siebe zegt
Dank je Luuk. Mijn eigen ervaring is dat het verlangen naar ontmoeting tot veel teleurstelling, wanhoop, somberheid, lijden, leidt.
Het is zeldzaam dat er echt ontmoeting plaatsvindt. Hoge verwachtingen hebben op dit vlak, sterke verlangens, het maakt je kapot. Ik vind dat je van geluk mag spreken als er echt ontmoeting plaatsvindt. Maar ik vind het vooral belangrijk om ook eigen verwachtingen en verlangens te temperen want het laat zich allemaal ook maar moeilijk tot niet afdwingen.