De eerste vlammetjes flakkeren in de zorgvuldig opgebouwde houtstapel. Als de vlammen aanzwellen werpen ze minuscule vonkjes, vuurrode puntjes omhoog. De kruidige geur van gras uit de omringende weilanden en van gekneusd blad op het voetpad legt het af tegen de scherpe rooklucht. Het vuur domineert. Hoog in de lucht cirkelen zwaluwen. Van een grote groep grauwe ganzen dooft het alarmgesnater. Op het fietspad verderop klinkt het vrolijke gelach van voorbij stuivende meisjes en jongens. Het zachtroze van de ondergaande zon verstilt het innerlijk gemoed.
‘Ik word helemaal vrolijk van alle lentegeluiden’, fluistert de initiatiefnemer en vuurmeester van de mannencirkel. In deze cirkel komen we één keer per maand bij elkaar, op een vaste plek in het voedselbomenbos in de Zuidpolder in Barendrecht. In deze vuurcirkel delen we verhalen en emoties. Vreugdevolle verhalen, verhalen van pijn en verdriet, verhalen die gaan over ervaringen die je hebben geraakt. ReConnect heet het manneninitiatief. Delen en luisteren is het uitgangspunt, niet rationaliseren. Dat laatste doen we in ons dagelijkse leven al meer dan genoeg: afstand nemen van pijnlijke ervaringen, wegdrukken of onderdrukken van ermee gepaard gaande emoties en vooral oplossingen bedenken, dingen doen. Traditionele manneneigenschappen. Maar hier rond het vuur luisteren we naar elkaar. Zonder adviezen, zonder oordelen, zonder discussies. Bij het vuur gaat het om beleven, doorleven en delen van emoties.
Veel mannen van mijn leeftijd zijn het niet gewend hun zachte, vrouwelijke kant aan het woord te laten. Veel leeftijdsgenoten zijn, net als ik, opgegroeid met een emotioneel afwezige vader. Met deze vader willen we diep in ons hart in het reine komen, móéten we in het reine komen, willen we zelf een meer complete weg volgen als vader en als grootvader. Veel vaders uit onze jeugd hebben economische depressies, oorlog en wederopbouw doorstaan. Hard werkend, buffelend voor een – meestal – kinderrijk gezin. Deze vaders kenden nog een zesdaagse werkweek en raakten uitgeput van het veelal zware lichamelijke werk. We vergeven hen voor hun geslotenheid én we vergeven onszelf dat we over hen hebben geoordeeld, hen verwijten hebben gemaakt, hen hebben afgewezen. De weg van vergeving is in feite het loslaten van de hoop op een beter verleden. Het is geweest zoals het was. Wat kunnen we er uit leren? Daar gaat het om.
Twee woorden
Rond het vuur vertellen we wat we actueel tegenkomen. Waar lopen we tegenaan, waarmee worstelen we, wat confronteert ons? Veel van de verhalen rond het vuur gaan over gebeurtenissen in het hier en nu, vaak met terugkoppelingen naar het verleden. Welke invloed heeft onze opvoeding – nog steeds – op ons denken en doen?
In de kring vielen er onlangs twee woorden. Eén van de mannen vertelde over zijn vrijwilligerswerk bij de luisterlijn; hoe in een gesprek met een beller er lange stiltes vielen en hij het gevoel kreeg geen contact te hebben met de onbekende aan de andere kant van de lijn. Tot zijn verbazing liet de opbeller bij de afronding weten hoe goed voor hem de lange stiltes waren geweest, onze hulpverlener-vuurman in verwarring achterlatend. In de intervisie met andere vrijwilligers bracht hij deze ervaring in. Er werd hem aangereikt dat hij werd geconfronteerd met ‘machteloze aanwezigheid’.
De twee woorden kwamen stevig bij me binnen! Als een blikseminslag. Het begrip ‘machteloze aanwezigheid’ raakte mij diep. Ik kreeg aanvankelijk geen grip op de gevoelsstromen die deze twee woorden opriepen. De woorden vormden de spreekwoordelijke stenen gegooid in een heldere vijver, het zand op de bodem omhoog wervelend en grote waterkringen veroorzakend. De twee woorden brachten één en al beroering in mijn innerlijk. Een niet onaangename beroering, dat wel. Zo voelde het. Ze raakten iets diep in mijn ziel.
Ik had tijd nodig om tot rust te komen en in de rust kwam een herinnering boven. Ooit las ik over een theoloog die predikanten in opleiding les gaf bij het maken van preken en toespraken. In één van de lessen vroeg hij de voorgangers in opleiding om een troostende preek te schrijven voor ouders van wie een driejarig zoontje was omgekomen bij een verkeersongeluk. Na enige tijd vroeg hij wie zijn of haar opzet wilde voorlezen. Er viel een ijzige stilte. De meesten hadden nauwelijks een zin op papier kunnen krijgen.‘Ik kon geen worden vinden, ik voelde me sprakeloos bij een dergelijk verdriet, een onvoorstelbaar verdriet’, was de teneur van de opmerkingen. De theoloog reageerde: ‘Soms voelen we ons machteloos bij de confrontatie met wat een ander mens te verduren heeft. Woorden schieten te kort. Je bent sprakeloos, als het ware met stomheid geslagen. Het enige dat je dan kunt doen is aanwezig zijn. Enkel luisteren. Luisteren heeft te maken met stil zijn, stil worden voor de ander én stil worden voor jezelf’.
Passiviteit lijkt uit den boze
In stilte luisteren gaat in tegen de behoefte om grip te hebben op situaties, macht over situaties te hebben en te houden. We leven in een tijd van doen, acties, snel een mening vormen en ventileren, een tijd waarin handelen, grip houden op de dingen veelal als begerenswaardig worden gezien. Passiviteit lijkt uit den boze. Maar een ‘passieve’ luisterhouding is kracht, een kracht die een ander uitnodigt zich te laten zien. Passief tussen haakjes, want bij een luisterhouding gaat het innerlijk om een actieve houding. Een houding waarbij de aandacht volledig op de ander wordt gericht, in volle aanwezigheid. Een houding waarin impulsen om iets te ‘moeten’ zeggen, een advies of aanbeveling te geven, of te vertellen wat het met het met je doet, worden weerstaan. Een ‘passieve’ luisterhouding is in die zin niet passief, het is een innerlijk actieve houding. Een manier van omgaan met elkaar die we nastreven rond het mannenvuur.
De passieve, innerlijk actieve houding komt tot recht in hulpverlening, zoals in de genoemde situatie bij de luisterlijn. Het is een uitdaging in alle menselijke relaties. Zowel in families, als in vriendschappen en breed in de samenleving, in professionele relaties zoals bijvoorbeeld in de psychiatrie. Psychisch lijden is vaak niet gebaat met medicatie, het actief onderdrukken van pijn en wanen, maar vraagt om aandacht, verbinding, luisteren en er volledig zijn voor de ander.
Ook in rouwsituaties kennen we de opwelling om iets te doen, iets te zeggen. Maar voor veel rouwenden ligt er in het omgaan met het verlies zinloosheid in goedbedoelde woorden. Het is een hele opgave om de machteloosheid en verslagenheid van rouwenden te accepteren. We zouden graag iets doen om de pijn weg te nemen, maar we kunnen wat verloren is niet terugbrengen. In een rouwsituatie is het aanvaarden van ‘machteloze aanwezigheid’ een liefdevolle daad.
Schitterende schoonheid en horror
Soms staan we ademloos stil bij een overweldigend mooi natuurverschijnsel. Zoals bij de aanblik van rollende, brede schuimkoppen van de zee tegen een decor van een stralend blauwe hemel. Het bewustzijn verstilt, iedere gedachte lost op. We worden open en vrij waarnemen en voelen ons verbonden met de grootsheid van het bestaan. Een vredige verbondenheid.
Maar naast schitterende schoonheid worden we geconfronteerd met horror op aarde. We voelen ons soms machteloos bij verschrikkingen, elders in de wereld of in onze nabijheid. Het brengt de neiging de blik dan maar enkel te richten op het schone. Sommigen kiezen ervoor om zich uit de wereld terug te trekken in een ‘innerlijke grot van stilte’.
Maar aanwezig zijn in deze dualistische wereld, in dit dualistische zijn, brengt de opgave om zowel schoonheid als horror onder ogen te durven zien. En valt er dan iets te doen? We kunnen boodschappen van liefde en vrede in de wereld zetten. We kunnen stemmen tegen oorlog, haat, uitsluiting en polarisatie ondersteunen. We kunnen vrede bemoedigen via petities en vredesacties. We kunnen bijdragen aan humanitaire hulp aan vluchtelingen en andere verschoppelingen. We kunnen zieken en gekwetsten in onze directe omgeving bijstaan. We kunnen altijd iets doen, en in veel situaties moet er iemand mee beginnen.
Elke liefdevolle gedachte, elk liefdevol woord, elke liefdevolle daad is een antidotum tegen haat en agressie. Daar zijn verlichte geesten ons in voorgegaan: de historische Boeddha, Jezus van Nazareth man van vrede, en Gandhi een andere man van vrede. Zij gingen ons voor in ‘machteloze aanwezigheid’, geweldloze aanwezigheid. Elke stap in hun richting begint met het hart te openen en durven volledig aanwezig te zijn.
Wie zich wil aanmelden voor deze (gratis) literaire nieuwsbrief Open Boek klikt op deze link www.zinenzen.nl


Geef een reactie