In het zenboeddhisme is de relatie tussen leraar en leerling van esentieel belang. Met name in het leren doorzien van de werking van het ego en in het hervinden van de eigen Boeddha-natuur. Het levende contact is een spiegel waarin de leerling geconfronteerd wordt met zijn of haar obstakels. Een pijnlijk, inzicht gevend en noodzakelijk proces.

Mijn eigen zenleraar is zenmeester Beppe Mokuza Signoritti (zie www.sumi-e.it). Ik heb hem in Nederland leren kennen via een workshop Sumi-e, het Japans inktschilderen. Hij woont 1250 kilometer ver weg in Italie. Ik moet veel moeite doen om in contact met hem te zijn. De laatste jaren ben ik zes maanden per jaar bij zijn sangha om zen te beoefenen. Er is een sterke verbinding, een gevoel dat hij me ziet voorbij m’n persoonlijkheid, voorbij m’n ego, hij kijkt recht op de essentie van wie ik ben en spreekt me daarop aan. Alsof ik via hem spirituele zuurstof krijg. Hij confronteert me steevast met de werking van het ego en hoe mijn conditionering telkens de directe ervaring in de weg staat. En corrigeert me als hij ziet dat ik reageer vanuit een individuele ego- bron, in plaats vanuit de verbinding met alles wat zich aandient.

Het leren incasseren van deze correcties is zeker geen makkelijk proces. Soms lopen emoties hoog op, bijvoorbeeld als ik niet precies ben in het uitvoeren van bepaalde rituelen. Zoals het op het juiste tijdstip met de juiste klank de bel aanslaan. Ten overstaan van de sangha krijg ik dan te horen dat ik het niet goed doe. Niet geconcentreerd genoeg, te veel in beslag genomen door gedachten. Of als ik tijdens een drukke week te laat ben met het vervangen van verse bloemen op het altaar. Nog tijdens de zazen word ik daar op aangesproken op niet mis te verstane wijze. Ik had mijn verantwoordelijkheid niet genomen. Of als ik op eigen initiatief de buitendeur op slot doe, terwijl dat niet mijn taak was. Dan krijg ik te horen dat ik te veel persoonlijkheid in de dojo binnenbreng en zo verwarring veroorzaakt. Vaak roepen deze correcties boosheid bij me op en ook onbegrip. Want, ik doe toch zo m’n best, ziet de leraar dat dan niet?

Het moeilijkste is het als hij me rechtstreeks aanspreekt op mijn attitude.

“Verander,” roept m’n leraar, “hier en nu, het is een radicale keuze, een innerlijke revolutie, ga voorbij de egotistische staat van emoties en gedachten, volg ze niet langer. Verander je attitude. Volg je adem. Volg de aanwijzingen en regels. Wees aandachtig en word wakker, nu! Change!”

Hij confronteert me ermee dat ik nog een gebrek aan intuitie heb, niet aandachtig genoeg ben, en dat het me ontbreekt aan diep vertrouwen. “Geef je over aan de handen van de Boeddha, neem niet steeds initiatieven gebaseerd op persoonlijke gedachten en emoties.”

“Ja… maar…”, zucht ik. Er bekruipt me een gevoel van tekortschieten. Dat ik niet snel genoeg ben. Dat de bodem onder ’n voeten wordt weggeslagen. Weg is het contact met de buikademhaling.

De leraar vervolgt: “Je beweegt te veel, te drukke gebaren, te veel woorden. Nog nooit heb ik een authentieke lach van je gehoord.”
Hij licht toe: “Het is geen kritiek, het is voor jouw eigen toegang tot geluk.”
Maar het voelt alsof ik word afgebroken. Het doet zeer.

Het doet me denken aan de beroemde leraar Lin Chi, die wordt beschouwd als een van de grootste en belangrijkste zenmeesters in China. Lin Chi zocht naar manieren om bij zijn leerlingen verlichting te wekken. Zijn belangrijkste methoden bestonden uit het hanteren van de stok én zijn schreeuw. Hij zag dit als een probaat en geliefd middel om mensen wakker te schudden. Van zo’n onverwachte moment maakte hij graag gebruik. Opdat je zó opschrikt uit je ‘droom’ dat je even op tilt springt en voor één moment niet meer weet wie of waar je bent.  En dat in die opening er iets opflikkert. Eén vonk kan de boel in lichterlaaie zetten.

Maar de vonk slaat vooralsnog niet over.
Mijn hart sluit. Ik zit muurvast, stagneer, verkramp, gebroken, geplet.
Ik weet niet meer hoe het verder moet.

Ik trek me terug, vermijd het contact, lik m’n wonden, orden m’n gevoelens en gedachten: ik wil hier weg. Lees artikelen over de spirituele leraar-leerling verhouding. Praat met een zen-vriendin die me eraan herinnert dat iefde de basis is voor de interacties van een leraar.
Langzaam aan begint het me te dagen dat de leraar deze situatie mede creëert om de angst, het wantrouwen, de pijn naar boven te laten komen. Het is nu aan mij om deze gevoelens te doorleven en daar zelf de verantwoordelijkheid voor te nemen, zodat ik kan veranderen. Dus niet: de leraar ziet het niet goed en hij begrijpt me niet. Nee. Dieper zelfonderzoek wordt gevraagd.

Het knarst en kraakt in mij. Het valt me zwaar. Want hoe kan hij mij zo hard aanpakken, de liefde is ver te zoeken, ik ben kwaad en teleurgesteld, voel me gestraft.
Maar waar komen die gevoelens vandaan?

Het Niet-Geziene Kind uit mijn jeugd speelt op.
Waar komt zij vandaan? Bestaat ze echt?
Oude reacties op oude wonden.
Ik besef dat het verleden me in zijn greep heeft.
Hoe ik telkens een ingeslepen patroon herhaal, situaties van vroeger.
Ik voel de pijn.
Meteen ontstaat er ruimte en ontspant er iets.
De liefde is er weer, kan weer voelen.
En helderder zien: de leraar wil me iets duidelijk maken.

Voor het eerst sinds lange tijd kan ik hem een directe vraag stellen. “Kunnen we erover praten?”
Het is een moeilijk gesprek voor me. Moet me blootgeven in m’n kwetsbaarheid en pijn. Hij zegt dat hij het begrijpt, dat het normaal is dat het pijn doet, dat het ego losgelaten moet worden, dat het als sterven is. Maar dat als ik de pijn vermijd, het ego de directe ervaring in de weg staat en het lijden vergroot. Wezenlijk vrij worden vergt het verlaten van het ego en het verleden.

Ik luister naar zijn woorden. Adem door de pijn heen.
Steeds opnieuw.
Kom langzaam terug in het hier en nu.
Voel weer de verbinding.
Kijk recht in zijn ogen.
De weerstand ontdooit in mij.
De leraar helpt me om iets dat ouds en gestold is los te laten.

Ontroering. Water uit de rots.
De wortels van vertrouwen krijgen vat op diepere grond.
Ik buig mijn hoofd in overgave.
En blijf.

In Gassho.

Beeldmateriaal Sonja Nijon.

Categorieën: Achtergronden, Boeddhisme, Zen
Tags: , , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

5 reacties op Groeipijn: de confrontatie

  1. Bernard Doryo Faber schreef:

    Ontroerend om dit te lezen, alsof het over mij gaat. Is natuurlijk ook zo. Of is ‘t het sumi-e schilderij? De winterkou is nog voelbaar achter de voorjaarsexplosie van bloesems.

  2. Willem schreef:

    Sonja,
    Ontroerend en herkenbaar.
    Dank je wel!

  3. Piet Nusteleijn schreef:

    Wanneer je op de grond zit (Lotus) en er staat iemand achter je, die met beide handen, zeer stevig, op je schouders drukt, je als het ware “indrukt” en even later de handen weer weghaalt, dan voel je verlichting.
    Moet je om verlichting te ervaren je zó laten “indrukken”?

  4. Mathilde de Vriese schreef:

    Lieve Sonja,
    Ik voelde me in Italie ook zo verloren als je wordt uitgenodigd het ego los te laten, en sterker nog, de gedachten (no-mind) en het het zelf (no-self). Het is vreselijk verwarrend en inderdaad of de bodem weggevaagd wordt. Carolina zegt altijd zen is for the few. Dat geloof ik ook. Je gaat er vol in, dit is wat je ten diepste wilt onderzoeken, je loopt het pad. Moedig is het. Gasho

  5. Jose Koeneman schreef:

    Ja Sonja,

    Wat een mooi en openhartig verhaal.
    En heel moedig van je om je weg te vervolgen.
    Tegelijkertijd vraag ik me af, kan het niet zachter, vriendelijker.
    Leerling zoekt leraar, is dat een antwoord?

    Lieve groet van José

Menu