Op 30 juni plaatsten Dreamers tegenover de ingang van Tweede Kamer een krachtig en confronterend beeld: een grote prullenbak. Zij vroegen Kamerleden om de droom die zij hadden als 18-jarigen op te schrijven – en die vervolgens in de prullenbak te gooien. Symbolisch voor wat er gebeurt met de diploma’s en dromen van deze jongeren zodra zij 18 worden.
Geluk
Jan Veenendaal – geen dood, geen vrees (11) – Twijfel
De afgelopen maanden en ook nu voel ik me goed; wat vermoeider dan anders, weinig last van de bijwerkingen van de hormoontherapie gelukkig. Vannacht bekroop me de twijfel of ik wel de scan wil laten doen. Waarom zou ik eigenlijk? Waarom zou ik willen weten hoe het ervoor staat? Genezen kan niet meer volgens de artsen.
Jan Veenendaal – Geen dood, geen vrees (10) – Overgave, vrij zijn
Overgave = vrij zijn. Wat een feest! Het is als een diepe meditatie en net als de momenten van vrij zijn die ik eerder heb beleefd zoals die keer dat ik vanaf Terschelling de Waddenzee inliep en in volledige stilte alles een was.
Jan Veenendaal – Geen dood, geen vrees (9) – Leven als doden?
In de ultieme dimensie zijn we nooit geboren en zullen we nooit sterven. In de historische dimensie leven we in vergetelheid en zijn we zelden springlevend. We leven als doden.
Peter – Vier weken vakantiehuisje
Beide onderbenen zijn al geamputeerd. Gisteren kreeg ik in het plaatselijke ziekenhuis te horen dat mijn hele rechterbovenbeen geamputeerd moet worden. Ik ben 61, ik rook nog steeds. Ik zou de operatie niet eens overleven. Dus binnen zes weken zal ik sterven aan actieve euthanasie, waarschijnlijk in een hospice.
Jan Veenendaal – Geen dood, geen vrees (8) – Schemerzone
De schemerzone tussen hoop en vrees wordt het leven met kanker vaak genoemd. Het is inderdaad een diffuse wereld. De artsen vertellen me dat ik erg ziek ben maar ik heb nergens last van.
Beschuldigingen van seksueel en ethisch wangedrag bij het First Zen Institute of America
Het meest gedetailleerde verslag is afkomstig van een vrouw die in 2017, toen ze begin twintig was, naar het Instituut kwam tijdens een moeilijke periode in haar leven. Ze beschrijft hoe de heer Hotz, die toen in de zeventig was en ongeveer vijftig jaar ouder dan zij, zich gedurende enkele maanden opstelde als een spirituele oudste en vertrouwenspersoon, voordat hij seksueel contact en vervolgens een seksuele relatie met haar aanging. Hoewel ze zorgvuldig erkent dat ze zelf keuzes heeft gemaakt, stelt ze dat de relatie door hem werd geïnitieerd onder omstandigheden van psychologische afhankelijkheid die hij zelf had gecreëerd, en dat de machtsongelijkheid het zijn verantwoordelijkheid maakte om terughoudendheid te betrachten in plaats van misbruik te maken van de situatie.
Jan Veenendaal – Geen dood, geen vrees (7) – Een meditatie
Kanker is onderdeel van mijn leven is onderdeel van deze manifestatie die mijn lichaam is. Er zijn een heleboel cellen, heel ziek. Van het begin af aan is mijn instelling geweest dat mijn kanker dus ook niet koste wat het kost zo snel mogelijk mijn lichaam uit moet.
Jan Veenendaal – geen dood, geen vrees (6) – ons ware erfgoed
Ik genoot van een prachtige zonsopgang waarbij de zon af en toe even tussen de wolken te voorschijn kwam en me als het ware een knipoog gaf. Met mijn hele aandacht was ik aanwezig en genoot van wat zich voor mijn ogen voltrok. Wat een pracht!
Jan Veenendaal – Geen dood, geen vrees (5) – dankbaarheid
Beseffen wat een voorrecht het is (nog) te kunnen lopen op deze prachtige aarde.
Als een ontmoeting geen examen meer hoeft te zijn – 11
In de vorige column ging het over de tweede pijl van de angst. Niet alleen de angst zelf doet pijn, maar ook het verzet ertegen. De schaamte. De zelfkritiek.
Bij sociale angst wordt dat heel zichtbaar. Een gewone ontmoeting kan veranderen in een examen. Een verjaardag, een overleg, een lunch, een bijeenkomst waar mensen elkaar nog niet goed kennen.
Jan Veenendaal – geen dood, geen vrees (4) – moeilijk
Soms heb ik het moeilijk met mijn ziek zijn. Opeens ben ik verdrietig; zo maar. Dat kan getriggerd worden door muziek, een goed gesprek, een gedachte of zo maar. Eerst is er weerstand, dan niet langer vasthouden dat het er niet mag zijn. Overgave aan de situatie waarin ik verkeer is de les, het is niet anders, ik weet het.






