Het boek Armoede uitgelegd aan mensen met geld van de politicoloog Tim ’S Jongers die met 10-0 achterstand is geboren laat zien dat armoede meer is dan cijfertjes. Hij groeide op in bittere armoede, kroop uit de armoedetunnel en nadat hij zijn masterdiploma haalde gingen de deuren wagenwijd open. Dit artikel belicht enkele aspecten van dit boek.
Iemand die te weinig geld heeft om in zijn basisbehoeftes te voorzien leeft onder de ‘armoedegrens’. Geldgebrek is het begin van armoede en is op te lossen doordat er meer geld binnenkomt of minder afgaat, zo simpel lijkt het. Inkomen en uitgave bepalen de armoedecijfers.
Aan de inkomenskant van armoede is er de ‘lage-inkomensgrens van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS). Voor een eenpersoonshuishouden is dit sinds 2022 1.200 euro per maand. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) bepaalt aan de uitgavekant van armoede het ‘niet-veel-maar-toereikend-criterium’. Het berekent wat een huishouden minimaal kwijt is aan voedsel, kleding en wonen. Kleine bedragen telt het SCP hierbij ook op bijvoorbeeld voor een sportclublidmaatschap. Een auto is geen basisbehoefte en voor openbaar vervoer wordt 30 euro per maand gerekend. In 2024 was dit voor eenpersoonshuishouden 1.573 euro netto per maand.
Risicovolle schulden
In ons land doen twee armoedegetallen de ronde. Het CBS telt in ons land 640.000 armen, maar het SCP 800.000. Dit is te laag ingeschat want het SCP gaat bij de energieprijzen, woonlasten en zorgkosten niet uit van de werkelijke kosten, maar van een standaard. Zo stelt het de bruto huur (voor de aftrek van huurtoeslag) vast op 450 euro, maar de praktijk is vaak anders. De zorgkosten van arme mensen of die lang arm zijn geweest zijn hoger dan het Nederlandse gemiddelde. Ook bij de cijfers van het CBS kun je vraagtekens zetten.
Het is geen geheim dat iemand die leeft op de officiële armoedegrens, structureel geld tekort komt. Ook als iemand officieel niet-arm is kan hij maandelijks geld tekort komen. ‘Zo’n 40 procent (!) van de Nederlandse huishoudens heeft moeite om de touwtjes aan elkaar te knopen.’ De ene armoede is de andere niet. Leef je langdurig in armoede zonder financiële buffers dan bouw je snel betalingsachterstanden en schulden op. In 2022 had 1.4 miljoen Nederlandse huishoudens risicovolle schulden. Bij 614.000 hiervan was dit problematisch en zonder hulp komen ze er niet meer uit. Uit onderzoek blijkt dat deze mensen niet lui of dom zijn. Getallen vertellen alleen maar het verhaal van geldgebrek. ‘Wat cijfers niet doen, is rekening houden met de diepte van armoede. En dat doet het armoedebeleid geen goed,’ bladzijde 23.
Masters
Auteur Tim ’S Jongers (1981) startte zijn leven met 10-0 achterstand, vooral veroorzaakt door de heftige armoede van zijn familie en de gevolgen. Hij studeerde politicologie in Antwerpen en verhuisde in 2013 naar Den Haag om de masteropleiding bestuurskunde te doen. Na het behalen van zijn diploma veranderde zijn leven drastisch en gesloten deuren gingen wagenwijd open.
Hoogopgeleiden bevinden zich aan de goede kant van de sociale kloven. Hun maatschappelijke positie en privileges kleuren bovendien de manier waarop ze naar de samenleving kijken waaronder armoede. Een opvatting is die van het ‘ongebreidelde geloof in de meritocratie’: wie succes heeft dankt dit vooral aan zijn of haar harde werk.
De winnaars van onze samenleving de hoogopgeleiden, zorgen goed voor zichzelf en maken de dienst uit, ook van mensen die in armoede leven. Een groot deel van de bevolking heeft echter minder, kan minder, voelt zich hierdoor ook minder en dit kan ziekmakend zijn. De auteur signaleert: ‘met slaappillen kun je de rekeningen niet betalen en een astmapuffer houdt de schimmels op de slaapkamermuren niet weg.’ Bovendien staat ongezond leven niet op zichzelf, het heeft te maken met stress, psychologische problemen en armoede. Armoede leidt al snel tot een vicieuze cirkel van ongezond leven en ongezond gedrag.
Zelfredzaamheid
Betergestelden blijven hameren op zelfredzaamheid en als er dan toch een beroep op voorzieningen wordt gedaan, dan wordt dit zo moeilijk mogelijk gemaakt. Beter opgeleiden hebben wel de middelen en mogelijkheden om hun ‘shit te outsourcen’ aan een professional. De reden voor de nadruk op zelfredzaamheid is dat we mensen steeds meer als kostenpost zijn gaan zien. Onderwijs, pensioenen, gezondheidszorg, welzijn- en armoedebeleid bijvoorbeeld zijn kosten en geen investeringen in mensen.
Bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap Monique Kremer stelt: ‘De verzorgingsstaat is een extra stressfactor geworden in het leven van mensen die te maken hebben met bestaansonzekerheid.’ Regelingen, formulieren en loketten volgen de logica van de dominante hoogopgeleiden die stelt dat mensen frauderen, best wel wat harder kunnen werken en een bijbaantje nemen.
De kosten van armoede
’S Jongers grootouders waren arm, zijn ouders waren arm en hij ook. ‘Armoede krijg je gratis, maar de prijs die je later betaalt is vaak hoog.’ De Zweedse preventiearts Lars Olov Bygren toonde dit aan. In het dorpje Överkalix onderzocht hij het verband tussen de leefomstandigheden van de dorpelingen en de ziektebeelden van hun nakomelingen. Hij bekeek de vooroorlogse periodes van slechte oogsten en hoge voedselprijzen. Mislukte oogsten bleken niet alleen direct effect te hebben op de gezondheid van de dorpelingen zelf, maar ook op hun kinderen en zelfs kleinkinderen. De stress van moeders over de voedselonzekerheid verslechterde de lichamelijke en geestelijke gezondheid van hun volwassen kleinkinderen. Ongeboren kinderen hadden als volwassenen een dubbel risico op plots overlijden. Ongunstige leefomstandigheden en een ongezonde levensstijl hebben volgens wetenschappers effect op het DNA dat op zijn minst twee generaties wordt doorgegeven.
Tijdens de Hongerwinter stierven er 20.000 mensen. De ongeborenen van de overlevenden ondervonden later onder andere hart-, vaat-, long- en nierziekten en borstkanker, maar ook snelle veroudering en depressie. Naar blijkt vormen onze eerste duizend dagen de blauwdruk van ons latere leven.
Armoedepeepshows
De auteur ergert zich wild aan armoedepeepshows en mensen die ‘naar het ouderlijk verleden grijpen om respect en legitimering af te dwingen voor hun maatschappelijke klim.’ Lof voor die sociale klim, maar armoede is geen ongemak dat eigenhandig zomaar is te verhelpen.
Zo’n 400.000 Nederlanders hebben een lichte verstandelijke handicap en een IQ lager dan 75. Het SCP schat dat ruim 700.000 landgenoten met een IQ tussen de 70 en 85 ‘sociale redzaamheidsproblemen’ hebben. Ze hebben vaak wisselende banen en zijn niet financieel redzaam. Een kwart van deze groep zit in de schuldhulpverlening. Wie daarin belandt, komt per definitie in de armoede terecht. Dan zijn er nog de chronisch zieken, dit is 32 procent van de beroepsbevolking. Een op de vijf leeft in armoede. Bovendien wie voor 35 procent of minder arbeidsongeschikt is, krijgt geen arbeidsongeschiktheidsuitkering, maar moet gaan werken. De helft van hen heeft geen baan en belandt in de bijstand. Alles bij elkaar is hard werken dus maar één verhaal en niet alleen een kwestie van willen maar ook kunnen.
Armoedesafari
Het thema armoede ontsnapt niet aan politici, beleidsmakers en onderzoekers. Er is volgens de auteur zelfs sprake van ‘armoedetaylorisme’. De ingenieur Frederick W. Taylor bedacht dat het efficiënter was om op een lopende band een auto te maken. Niemand was echter nog met dé auto bezig. Bij armoede is er kinderarmoede, voedselarmoede, zorgarmoede, bewegingsarmoede, ov-armoede en zo meer, en er zijn duur betaalde zzp’ers als coaches.
Bewoners van achterstandswijken hebben te maken met ambtenaren op wijksafari, met armoedetaylorisme en onderzoekers die hongerig zijn naar data. Hoe zou een wijksafari uitpakken in de Haagse Vogelwijk in plaats van in Moerwijk? Het is dan ook geen verrassing dat achterstandswijkbewoners zich gekleineerd voelen en het idee heerst dat men alleen maar komt ‘halen’. Geen dierentuin dus dan dit maar! Zit je echt in de shit, dan komen ze onderzoeken, maar niet helpen.
Menswaardigheid
’S Jongers stelt dat zeker langdurige armoede je blik op de wereld vormt. Wil je deze hardnekkige problematiek oplossen dan is de actieve inbreng van mensen met ervaringskennis cruciaal. ‘Maar we moeten ook realistisch zijn. Het is een clusterfuck die jaren, zo niet generaties nodig heeft om te ontwarren. Des te dieper de armoede steekt, des te harder maatschappelijke structuren, vissenkomeffecten, armoedepeepshows en het eigen-schuld-dikke-bult denken die menswaardigheid in de weg zitten. Een beetje geld gaat daar weinig aan veranderen.’
Opmerking
Misschien wel het meest aansprekende deel van ’S Jongers boek gaat over zijn ervaring als armoedetunnelkruiper, de niet te vermijden tegenslagen, zijn bereiken van de status van hoogopgeleide en de angst voor terugval. Veel van zijn lotgenoten uit zijn prille jeugd slaagden niet en konden niet uit de cirkel van armoede en ellende breken. Dat er naar hem werd geluisterd gaf hem zelfvertrouwen. Hij, een junior adviseur, bleek dankzij zijn hooploze jaren ideeën te hebben waar hoopvollen niet altijd opkwamen. De actieve inbreng van mensen met ervaringskennis in het beleid hééft invloed en ook dit beschrijft hij. In 2023 wijdde hij hieraan het zeer lezenswaardige artikel Voor goed beleid zijn persoonlijke ervaringen net zo nuttig als diploma’s.


Geef een reactie