In de vorige column ging het over de tweede pijl van de angst. Niet alleen de angst zelf doet pijn, maar ook het verzet ertegen. De schaamte. De zelfkritiek.
Bij sociale angst wordt dat heel zichtbaar. Een gewone ontmoeting kan veranderen in een examen. Een verjaardag, een overleg, een lunch, een bijeenkomst waar mensen elkaar nog niet goed kennen.
Aan de buitenkant lijkt er niets bijzonders aan de hand. Maar vanbinnen draait de voorfilm al.
Straks ga ik trillen.
Straks valt er een stilte.
Straks weet ik niets te zeggen.
Straks zien ze dat ik niet ontspannen ben.
De overlever projecteert oude ervaringen op een nieuwe situatie. De ander is dan niet langer gewoon een ander mens, maar een beoordelaar. Een mogelijke getuige van ons falen.
De overlever kent in zulke situaties meestal twee routes.
De eerste is vermijden. Niet gaan. Afzeggen. Zeggen dat het niet uitkomt. Jezelf wijsmaken dat het toch niet belangrijk was. Dat geeft vaak opluchting, maar maakt de wereld ook kleiner.
De tweede route is forceren. Toch gaan, maar met de opdracht dat het goed moet gaan. Niet trillen. Niet blozen. Niet stilvallen. Niet ongemakkelijk zijn.
We nemen het bange deel dan wel mee, maar onder toezicht van een strenge bewaker.
De innerlijke volwassene kiest een derde weg.
Niet vermijden.
Niet forceren.
Maar begeleiden.
De innerlijke volwassene neemt de angst serieus, zonder haar automatisch als bewijs van gevaar te zien. Hij kijkt opnieuw: wat gebeurt er nu werkelijk? Is deze situatie gevaarlijk, of wordt een oud alarmsysteem geactiveerd? Feitelijk gaan we niet naar een examen. We gaan naar een overleg, schuiven aan bij een lunch of ontmoeten een paar mensen.
Ook de voorfilm hoeft niet meteen bestreden te worden. We kunnen haar eenvoudig herkennen: daar is ze weer. Mijn systeem voorspelt afwijzing, schaamte of controleverlies. Het probeert mij te beschermen tegen iets wat vroeger misschien werkelijk bedreigend voelde.
Vervolgens kunnen we merken wat er in het lichaam gebeurt. De adem wordt hoger, de keel trekt samen, de handen beginnen te trillen. Alleen al het herkennen daarvan brengt enige ruimte. We vallen niet meer volledig samen met de overlever. We ervaren hem als een deel van ons dat probeert te helpen.
Dan kan de innerlijke volwassene zeggen: Ik merk dat je bang bent. Ik blijf bij je. We hoeven dit niet perfect te doen. We hoeven ook niet weg. Eén kleine stap is genoeg.
Vrijheid ontstaat meestal niet doordat we ineens onbevreesd worden. Vrijheid ontstaat wanneer we iets minder gehoorzamen aan de voorfilm. Dat kan heel klein zijn. Toch naar binnen gaan. Niet meteen vertrekken. Eén vraag stellen.
Voor de overlever voelt dat als een risico. Voor het authentieke kind ontstaat er weer wat ruimte. Niet omdat de angst meteen verdwijnt, maar omdat het bange deel haar niet langer alleen hoeft te dragen.
Daardoor verandert de opdracht. De vraag is niet langer: Hoe zorg ik dat niemand iets aan mij merkt?
De vraag wordt: Kan ik aanwezig blijven zonder mezelf te verlaten?
We mogen gespannen zijn, aarzelen, zoeken naar woorden of even niet weten wat we moeten zeggen. Contact krijgt vaak juist meer ruimte wanneer we iets minder hoeven te verbergen.
Daarmee is de angst niet opgelost. Oude sporen verdwijnen niet na één andere ervaring. De overlever moet langzaam ontdekken dat niet elke spanning tot afwijzing leidt. Dat een trilling niet het einde is. Dat een stilte niet betekent dat we verdwijnen.
Ook een actuele afwijzing is niet dezelfde bedreiging als vroeger. Zij kan pijn doen en een oude wond raken, maar als volwassene hoeven we onszelf er niet meer door te verlaten.
Elke kleine ervaring kan zo een nieuw spoor vormen: Ik kan bang zijn en toch blijven.
Dat is de beweging van examen naar ontmoeting. De innerlijke volwassene zegt niet: dit moet lukken. Hij zegt: we zetten één stap en kijken wat er gebeurt.
Soms is die ene stap genoeg. Genoeg om niet opnieuw te vermijden. Genoeg om niet opnieuw te forceren. Genoeg om het bange deel niet alleen te laten.
Wat in onszelf gebeurt, gebeurt ook tussen mensen. Waar angst de regie neemt, wordt een ontmoeting al snel een examen. Herstel krijgt ruimte wanneer we, in onszelf en in contact met anderen, niet langer dwingen, vluchten of controleren, maar aanwezig blijven.
Ter overweging
Welke ontmoetingen veranderen voor jou snel in een examen?
Welke voorfilm begint er dan te draaien?
Wat zou voor jou één stap vrijer zijn dan vermijden?


Geef een reactie