koan 20 – Waarom de verlichte zijn benen niet optilt
Meester Songyuan vroeg: Waarom tilt de verlichte zijn benen niet op?
Hij zei ook: Het is niet de tong waarmee de verlichte spreekt.

20.1
Monnik: Waarom tilt de verlichte zijn benen niet op?
Meester: Omdat hij eraan vastzit.
Monnik: Ja hèhè.
Meester: Omdat hij dan omvalt.
Monnik: U weet best wat ik bedoel.
Meester: Omdat ze hém optillen.
Monnik: Maar je kan toch…
Meester: Omdat het vanzelf gaat.
Monnik: Als je je benen…
Meester: Omdat ze niet van hem zijn.
Monnik: Toe nou.
Meester: Wat nou.
Monnik: Waarom tilt de verlichte zijn benen niet op?
Meester: Waarom stelt de onwetende andermans vragen?
20.2
Monnik: Waarom tilt de verlichte zijn benen niet op?
Meester: Omdat hij nergens zijn hand voor omdraait.
Monnik: Waarom draait hij nergens zijn hand voor om?
Meester: Omdat hij zich nergens het hoofd over breekt.
Monnik: Waarom breekt hij zich nergens het hoofd over?
Meester: Omdat hij het al overal over gebroken heeft.
Monnik: Wat als je overal het hoofd over gebroken hebt?
Meester: Dan hoef je je benen niet meer op te tillen.
20.3
Monnik: Waarom tilt de verlichte zijn benen niet op?
Meester: Omdat hij geen benen heeft?
Monnik: Waarom heeft hij geen benen?
Meester: Omdat hij geen lichaam heeft?
Monnik: Waarom heeft hij geen lichaam?
Meester: Omdat het maar een idee in je hoofd is?
Monnik: Daar zegt u zo wat.
Meester: Of is dat ook maar een idee in je hoofd?
Monnik: Hm.
Meester: En waarin is je hoofd dan een idee?
Monnik: Volgens mij tilt de verlichte zijn benen niet op omdat hij Leegte is, het Niets, het ware Zelf.
Meester: En wat is leegte, het niets, het ware zelf?
Monnik: Geen idee.
Meester: Dat had je gedroomd.
Monnik: Wat?
Meester: Waar zijn de leegte, het niets en het ware zelf als je ze niet denkt?
Monnik: Bedoelt u dat het alleen maar ideeën in je hoofd zijn?
Meester: Of is dat ook maar een idee in je hoofd?
20.4
Monnik: Waarom tilt de verlichte zijn benen niet op?
Meester: Hoezo tilt de verlichte zijn benen niet op?
Monnik: Dat staat in koan 20 van de Poortloze Poort.
Meester: Dat maakt het nog niet waar.
Monnik: Ja, tilt de verlichte zijn benen nou op of niet?
Meester: Weet je waarom je dat aan mij vraagt?
Monnik: Nou?
Meester: Omdat je niet op eigen benen kan staan.
Monnik: Waarom kan ik niet op eigen benen staan?
Meester: Laat staan dat je ze optilt.
20.5
Monnik: Waarom tilt de verlichte zijn benen niet op?
Meester: Omdat het niet uitmaakt.
Monnik: Waarom maakt het niet uit?
Meester: Omdat hij toch niet bij de grond kan.
Monnik: Waarom kan hij toch niet bij de grond?
Meester: Omdat hij erboven zweeft.
Monnik: Waarom zweeft hij erboven?
Meester: Omdat hij denkt dat hij verlicht is.
Monnik: Ik denk heus niet dat ik verlicht ben hoor.
Meester: Denk je soms dat je met beide benen op de grond staat?
Monnik: Inderdaad.
Meester: Zwever.
Monnik: Ik denk ook niet dat ik onverlicht ben.
Meester: En maar denken.
Monnik: Wat had ik dan moeten zeggen?
Meester: Zie je wel?
Monnik: Had ik zeker moeten zwijgen.
Meester: Zwever.
20.6
Monnik: Waarom tilt een hond bij het plassen zijn poot niet op?
Meester: Zo gaat dat in de boeddhanatuur.
Monnik: Ik dacht dat u ‘Wu’ zou zeggen.
Meester: Wat ben ik, een aap?
Monnik: Ik dacht dat u zou zeggen, ‘Wat ben ik, een hond?’
Meester: Wat ben ik, een leraar?
Monnik: Maar waarom tilt een hond bij het plassen zijn poot niet op?
Meester: Omdat hij een zij is?
Monnik: Waarom tilt een teef bij het plassen haar poot niet op?
Meester: Zo gaat dat in de boeddhanatuur.

