Mensen doen soms merkwaardige dingen om maar niet te hoeven voelen wat er werkelijk in hen omgaat. Angst, verdriet, pijn, schaamte, machteloosheid, verlangen – soms worden gevoelens niet alleen voor anderen verborgen, maar zelfs voor onszelf.
Voor sommige mensen is vooral kwetsbaarheid gevaarlijk geworden. Niet omdat kwetsbaarheid op zichzelf gevaarlijk is, maar omdat ergens in hun leven iets is geleerd: dit mag niemand zien. Ik mag het zelf niet eens voelen.
In ons model van het Interne Gezin noemen we het deel dat daarop toeziet de Overlever. De Overlever probeert ons te beschermen wanneer iets als bedreigend wordt ervaren. Soms doet hij dat door gevoelens niet alleen voor anderen te verbergen, maar ook uit ons eigen bewustzijn te houden.
Kwetsbaarheid wordt dan verboden terrein.
Dat is ingrijpend. Want juist in ons authentieke deel leven angst, verdriet, verlangen, ontroering en de behoefte aan nabijheid. Wanneer de Overlever besluit dat zulke gevoelens gevaarlijk zijn, wordt dus niet alleen een gevoel onderdrukt. Een deel van wat er werkelijk in ons leeft, krijgt geen ruimte meer.
Maar voelen zelf is nooit het probleem geweest.
Vooral voor een jong kind kan een gevoel ondraaglijk worden wanneer het samengaat met eenzaamheid en machteloosheid. Machteloos, omdat het de beangstigende situatie niet kan veranderen. Het kind kan bang zijn zonder iemand die helpt de angst te dragen. Verdriet hebben zonder troost. Iemand nodig hebben die er niet is.
Deze combinatie van angst, eenzaamheid en machteloosheid kan ertoe leiden dat de Overlever angst als gevaarlijk gaat zien. De Overlever kan zelfs in paniek raken wanneer deze angst in het bewustzijn dreigt te komen.
Een kind beschikt nog niet over een Innerlijke Volwassene die kan zeggen: Ik ben bij je. Je mag dit voelen.
De Overlever kan dan iets anders leren: Als ik dit niet voel, ben ik veiliger.
Niet het oorspronkelijke probleem, maar het voelen ervan wordt daarmee tot gevaar verklaard.
En dan moet er soms iets anders voor in de plaats komen. Boosheid bijvoorbeeld.
Boosheid heeft voordelen. Zij voelt krachtiger dan angst. Zij maakt groot waar angst ons klein kan laten voelen. Zij geeft richting waar machteloosheid dreigt. Wie kwaad is, hoeft soms niet te voelen dat hij bang is. Of gekwetst. Of afhankelijk van iemand die hem kan verlaten.
Dat betekent niet dat achter boosheid altijd angst schuilgaat. Boosheid kan volkomen terecht zijn. Onrecht maakt boos. Grenzen die worden overschreden ook.
Maar soms beschermt boosheid ons tegen iets wat moeilijker te verdragen is.
Dat kan bijvoorbeeld zichtbaar worden bij sommige vechtscheidingen. Een ouder kan diep bang zijn een kind kwijt te raken. Bang minder belangrijk te worden. Bang vervangen te worden. Bang dat het kind van hem of haar vervreemdt.
Wanneer de Strateeg in verbinding blijft met het authentieke deel, kan die angst informatie worden.


Siebe zegt
Wat ons erg kwetsbaar maakt is denk ik onze loyaliteit. De loyaliteit van kind naar ouders. Burger naar regering. Soldaat naar generaal. Werknemer naar werkgever. Client naar therapeut. Een loyaal mens/kind voelt niet alsof hem/haar onrecht wordt aangedaan ook al is dat eigenlijk wel zo. Een loyaal mens gaat makkelijk over grenzen en kan zelfs makkelijk diens geweten negeren.
Loyaliteit wordt ook een manier om niet te voelen vind ik. Loyaal stap je overal overheen. Als je loyaliteit prijs geeft, geef je niet liefde prijs volgens mij. Eigenlijk begin je dan pas wat een authentiek mens te worden, toch?
Loyaliteit is het onrijpe kinderlijke in ons. Er zit veel angst aan gekoppeld. Schuldgevoel.
Loyaliteit wordt ook geassocieerd met verbondenheid maar dit is heel eenkennig, alleen maar op een bepaalde groep, doel of persoon gericht bijvoorbeeld.
Toch is dit wel het authentieke kind ook, vind ik. Kinderen zijn loyaal. Daarom zijn ze zo kwetsbaar.
Het voelt voor mij zo dat elk kind in beginsel een Overlever is. Bepaalde overlevingsinstincten, fysiek en psychisch, zijn meteen al werkzaam. Het klopt volgens mij niet dat de Overlever zich op enig moment gaat vertonen. Nee, die is er vanaf de geboorte meteen al bij.
Als het gaat om emoties wel of niet vertonen dan is dat meer de Strateeg die zich in ons gaat ontwikkelen, lijkt me. We merken dat dit of dat wel en niet wordt gewaardeerd. We passen ons aan etc. Dit is de Strateeg. Maar eigenlijk is de Strateeg weer een modus van de Overlever.
Zo wat ideeen naar aanleiding van jullie artikel
Luuk Mur zegt
Dank Siebe.
We bedoelen met de Overlever iets anders dan jij hier aangeeft. Het overlevingsinstinct is er inderdaad vanaf het begin. In ons model werkt dat in aanleg samen met het authentieke deel. Dat vermogen om waar te nemen, af te wegen en te handelen noemen we de Strateeg.
Van de Overlever spreken wij wanneer die balans verloren gaat. Dat kan gebeuren wanneer een kind zich tegenover een bedreiging machteloos en alleen voelt. Het authentieke deel raakt dan uit beeld en de Strateeg komt steeds meer in dienst te staan van bescherming.
Een voorbeeld. Stel dat een kind door omstandigheden tijdelijk niet thuis kan blijven. Het kan bang en verdrietig zijn en zijn ouders missen. Zolang die gevoelens er mogen zijn, geven ze informatie: ik heb nabijheid, uitleg en geruststelling nodig. De Strateeg kan vervolgens helpen: waar ga ik heen, wie is daar bij mij, wanneer zie ik mijn ouders weer?
Maar als het kind zich daarin alleen en machteloos voelt, kan er iets kantelen. Het missen en de angst worden dan zélf te pijnlijk. Het kind kan bijvoorbeeld leren: ik heb niemand nodig, ik moet sterk zijn, ik mag niet huilen. Dan komt de Strateeg steeds meer in dienst te staan van bescherming en pakt de Overlever de regie.
Angst is dan niet langer informatie waarmee rekening gehouden kan worden, maar iets wat beheerst, vermeden of zelfs niet gevoeld mag worden. Daarvoor was het authentieke deel leidend en stond de Strateeg in dienst daarvan.
De Overlever is in ons model dus geen apart aangeboren overlevingsinstinct, maar de toestand waarin overleven de regie heeft overgenomen.
Siebe zegt
Dank Luuk.
Mijn ouders, en velen van die generatie, waren helemaal niet bezig met de gevoelens, emoties, behoeften etc. van de kinderen. Ik vind het ook merkwaardig om te zien, eerlijk gezegd. Zo’n klein mensje dat al zo zelfbewust praat over wat ze wil, behoeft, verlangt. Spooky. Ik vind dat oprecht vervreemdend. Dat is geen kind meer vind ik. Dit is beslist geen authentiek kind ook. Dit is allemaal zwaar aangeleerd gedrag. Onnatuurlijk vind ik.
Wat ook ontbrak was dat mijn ouders zich gedroegen als de therapeut van ons als kinderen. Ouders gedragen zich nu als therapeuten. Zo welbewust dat ze het kind al jong kunnen verpesten en maken. Dat is volgens mij ook helemaal niet gezond hoor. Ik geloof eigenlijk dat ik wel blij mag zijn dat mijn ouders zo niet waren. Ouders zijn al zo strategisch. Dat we kind mochten zijn en dat ze niet bezig waren ons te maken, is een zegen. Ook onze wil stond niet centraal. Ben ik ook wel blij om.
Jullie zitten in de zorg, als zaken uit de hand lopen, dan ligt het anders. Dat zie ik wel in.
Maar het idee dat het allemaal zo goed zal gaan met ons en de wereld als we ons maar openen over onze gevoelens, emoties, behoeften en of die ruimte scheppen voor anderen, ik geloof daar niet in. Het kan alleen maar beter gaan als dit allemaal juist minder belangrijk wordt en minder betekenisvol voor jezelf. Als het minder en minder bepaalt wie je bent en dat allemaal minder en minder in de lucht moet houden. Het helpt allemaal niet als emoties, behoeften, ideeen, verlangens, worden behandeld als oh zo wezenlijk en belangrijk. De mens en wereld gaat daar juist aan ten onder.