Henk van Kalken: ‘Tot iemand mij een boek gaf waarin iets over dzogchen stond. Ik las de eerste bladzijde en het was me te moede alsof ik met een gouden lichtstraal ergens tussen de ogen geraakt werd. Dit was een werkelijk totaal dogmavrij pad, geen exclusiviteit, geen gecompliceerde metafysica en geen gedweep met exotische franje en lama-aanbidding door zoekende westerlingen, die zo ongeveer de gebraden duiven op gouden schoteltjes aandroegen.’
Henk van Kalken
Ahobel Nuytinck – ‘Die stank, het vuil, ik was dat totaal niet gewend, maar het stemde tot nederigheid.’
‘Dit was heel intens!’ Ik ben nog nooit lijflijk in een situatie geweest waar zoveel basaal leed en pijn te zien, te horen te ruiken was.’


