Henk van Kalken beschrijft zijn jonge jaren in het boek ‘De steenrode jas’. Uit huis geplaatst vanwege ernstige mishandelingen door zijn vader, komt hij terecht in kindertehuizen in Amersfoort waar fysieke en geestelijke vernederingen, mishandelingen en seksueel misbruik de situatie thuis blijken te kunnen overtreffen.
Henk van Kalken
Boeken – Boeddha’s, Burgers en Buitenlui
‘Toen mijn telefoon ging, werd ik ruw uit een kort, uiteraard meditatief, verblijf op de bank gerukt. Ik meldde me met een stem waarin ik zoveel mogelijk verstoordheid liet doorklinken. ‘Van Kalken?’ De man klonk als een ambtenaar die dit klusje nog vóór vijf uur geregeld wilde hebben. ‘Jaha…’ mompelde ik weinig toeschietelijk. ‘U spreekt met Douma van het kerkhof ‘De Treurwilg.’ ‘Oh.’ Ruim vijfentwintig jaar geleden werd mijn moeder daar begraven. ‘U heeft hier een graf op ons kerkhof,’ sprak hij bijna beschuldigend.’
Ahobel Nuytinck – ‘Die stank, het vuil, ik was dat totaal niet gewend, maar het stemde tot nederigheid.’
‘Dit was heel intens!’ Ik ben nog nooit lijflijk in een situatie geweest waar zoveel basaal leed en pijn te zien, te horen te ruiken was.’



