Over de macht van de jeugdbescherming en de noodzaak van tegenmacht
In de vorige columns ging het over sociale angst. Over de overlever die gevaar voorspelt, ons laat vermijden of ons dwingt vooral niets verkeerd te doen. Maar de overlever probeert niet alleen onze eigen gevoelens te beheersen. Soms probeert hij ook de ander onder controle te krijgen.
Dat wordt zichtbaar waar mensen macht over anderen uitoefenen.
Macht is op zichzelf niet verkeerd. Een leraar heeft gezag, een arts deskundigheid en een leidinggevende verantwoordelijkheid. Ook een jeugdbeschermer moet kunnen handelen wanneer de veiligheid of ontwikkeling van een kind ernstig wordt bedreigd.
Maar macht stelt ons op de proef. Kunnen we verantwoordelijkheid nemen zonder ons boven de ander te plaatsen? Kunnen we blijven luisteren wanneer iemand ons tegenspreekt? Kunnen we verdragen dat we nog niet precies weten wat er nodig is?
Macht biedt namelijk iets waar de overlever naar verlangt: zekerheid. Wie macht heeft, kan bepalen wat er moet gebeuren en van anderen verlangen dat zij meewerken. Soms is dat noodzakelijk. Maar macht kan ook een manier worden om de eigen twijfel en machteloosheid niet te hoeven voelen.
De overlever zegt niet:
Ik weet nog niet precies wat hier nodig is.
Maar:
Ik ben de deskundige.
Niet:
Laten we samen onderzoeken wat er speelt.
Maar:
Ik heb het probleem vastgesteld.
Deze zinnen worden meestal niet letterlijk uitgesproken. Toch kan de onderliggende houding in het contact voelbaar zijn.
Binnen het interne gezin helpt de strateeg ons informatie te wegen, regels toe te passen en besluiten te nemen. Maar wanneer de overlever het roer overneemt, worden regels en procedures gebruikt om onzekerheid uit te bannen en de ander in het gareel te krijgen.
Het dossier wordt dan belangrijker dan het verhaal. Het protocol belangrijker dan de context.
In de jeugdbescherming kan dat ingrijpende gevolgen hebben. Bij een ondertoezichtstelling krijgt een gecertificeerde instelling vergaande bevoegdheden. De jeugdbeschermer beoordeelt welke hulp nodig is, rapporteert over het gezin en kan de kinderrechter om verlenging of aanvullende maatregelen vragen.
Daarmee ontstaat niet alleen handelingsmacht, maar ook interpretatiemacht.
De jeugdbeschermer bepaalt mede welke feiten in het dossier terechtkomen, hoe gebeurtenissen worden beschreven en welke betekenis aan het gedrag van ouders wordt gegeven. Een kritische vraag kan worden uitgelegd als gebrek aan samenwerking. Boosheid kan als weerstand worden beschreven, zonder dat wordt onderzocht welke ervaringen daarachter liggen.
De kinderrechter neemt uiteindelijk het besluit, maar is daarbij in belangrijke mate afhankelijk van de informatie van de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling. Ouders kunnen hun verhaal vertellen, maar staan tegenover een professioneel opgebouwd dossier dat vaak al een bepaalde richting heeft gekregen.
Juist daarom is tegenmacht noodzakelijk.
Geen enkele machthebber, hoe deskundig of goedbedoelend ook, zou uitsluitend zijn eigen handelen en interpretaties moeten kunnen beoordelen. Macht vraagt om hoor en wederhoor, transparante verslaglegging, onafhankelijke toetsing en werkelijke ruimte voor het perspectief van kinderen, ouders en hun netwerk.
Ook binnen de rechtspraak is erkend dat ouders en kinderen zich in familie- en jeugdzaken onvoldoende gehoord kunnen voelen. Rechters zouden actiever moeten doorvragen naar wat er feitelijk én menselijk aan de hand is.
Het familiegroepsplan kan een belangrijke vorm van tegenmacht zijn. De Jeugdwet biedt gezinnen de mogelijkheid om samen met familie, vrienden en andere betrokkenen zelf een plan op te stellen. Wat speelt er? Wat kan het gezin zelf? Wie kan bijdragen? Welke professionele ondersteuning is nodig?
Daarachter ligt een andere visie op macht.
Niet de professional maakt eerst een plan waarbij het gezin zich vervolgens mag aansluiten. Het gezin en zijn netwerk krijgen ruimte om zelf richting te geven. De professional ondersteunt, toetst en begrenst waar dat voor de veiligheid van het kind nodig is.
Maar van deze wettelijke mogelijkheid komt in de praktijk weinig terecht. In een landelijke evaluatie werd in slechts drie van de 102 onderzochte dossiers een familiegroepsplan aangetroffen: 2,9 procent. In de overige dossiers was vrijwel nooit aantoonbaar dat ouders de mogelijkheid hadden gekregen er een op te stellen.
Een recht dat ouders niet kennen en waarop zij niet actief worden gewezen, biedt nauwelijks tegenwicht. De professional blijft dan degene die het probleem beschrijft, het plan opstelt, de voortgang beoordeelt en aan de rechter rapporteert.
Gelijkwaardigheid betekent niet dat ouders en jeugdbeschermers dezelfde bevoegdheden hebben. Soms moet een jeugdbeschermer ingrijpen. Soms moet een kinderrechter een besluit nemen waarmee ouders het diepgaand oneens zijn.
Maar ook een noodzakelijk besluit kan op verschillende manieren worden genomen.
Vanuit de overlever:
Ik heb de bevoegdheid, dus ik bepaal.
Vanuit de innerlijke volwassene:
Ik draag een bijzondere verantwoordelijkheid. Daarom moet ik mijn macht zorgvuldig gebruiken, mijn conclusies laten toetsen en blijven luisteren naar wat mijn handelen met anderen doet.
Een professional hoeft zijn gezag niet op te geven. Die hoeft alleen niet te doen alsof gezag hetzelfde is als gelijk hebben.
Ook jeugdbeschermers hebben een overlever. Zij werken onder grote druk en dragen verantwoordelijkheid voor situaties waarin veel kan misgaan. Dan kan controle veiliger voelen dan contact en biedt een protocol meer houvast dan een gesprek waarin nog niet alles duidelijk is.
Ook organisaties kunnen vanuit angst functioneren. Een organisatie die vooral bang is voor incidenten, klachten en aansprakelijkheid, maakt medewerkers voorzichtig en controlerend. Die onzekerheid wordt vervolgens doorgegeven aan gezinnen.
Zelfkennis is daarom noodzakelijk, maar niet voldoende. Macht vraagt ook om ouders die werkelijk worden gehoord, onafhankelijke ondersteuning, rechters die doorvragen en organisaties die hun eigen interpretaties ter discussie durven stellen.
Werkelijk gezag toont zich niet in het vermogen gehoorzaamheid af te dwingen. Het toont zich in het vermogen verantwoordelijkheid te dragen zonder de ander diens stem, waardigheid en handelingsruimte af te nemen.
De belangrijkste vraag is daarom niet alleen wie macht heeft, maar welk deel in ons die macht gebruikt.
De overlever die zijn onzekerheid probeert te bezweren?
Macht vraagt om regels, toezicht en tegenmacht. Maar ook om het vermogen onze eigen angst te herkennen, voordat we die vertalen in controle over anderen.


Geef een reactie