In de praktijk staat niet de mens centraal, maar het systeem. Niet het leven, maar de functie. Niet wie iemand is, maar waarvoor hij bruikbaar is. De mens mag op papier nog het doel zijn, in werkelijkheid wordt hij steeds vaker behandeld als middel.
Wanneer goede woorden machtstaal worden
Er is iets vreemds aan de hand in onze samenleving.
Juist in kringen waar veel gesproken wordt over openheid, ontwikkeling en vooruitgang, kan ongemerkt een gesloten wereld ontstaan.
Wanneer het contact steeds dunner wordt
In een café, op een camping, in een ontmoetingsplek. Mensen zitten bij elkaar, praten, lachen misschien. En toch kan er ongemerkt iets verschuiven. De sfeer wordt minder open — alsof de ruimte enger wordt.
Wanneer systemen het overnemen (5)
Er zijn momenten waarop je voelt: zo kan het niet langer. Niet omdat het systeem vastloopt—integendeel, alles lijkt te werken. Er wordt vergaderd, afgestemd en besloten. Juist daarin schuilt iets ongemakkelijks: alsof de vorm overeind is gebleven, maar de ziel eruit verdwenen is.
Wanneer een samenleving in de overlevingsstand raakt (4)
We leven in een samenleving waarin veel gebeurt. Er wordt georganiseerd, gemeten en besloten, en toch ervaren veel mensen dat er iets ontbreekt. Iets eenvoudigs en tegelijk wezenlijks: ruimte voor ontmoeting, ruimte om te voelen wat er speelt, om te luisteren zonder meteen te reageren, om bij de ander te blijven, ook als het schuurt.
Wanneer er vanbinnen weer ruimte ontstaat (3)
In de vorige column schreven we over de overlever: het deel in ons dat bescherming organiseert zodra het leven te spannend, te pijnlijk of te onveilig voelt. Die overlever is niet onze vijand. Meestal is hij ontstaan uit noodzaak. Hij probeerde ons overeind te houden op momenten waarop we niet beschermd werden en we als […]
Wanneer bescherming de leiding neemt (2)
De overlever ontstaat niet zomaar.
Hij groeit vaak uit ervaringen waarin het leven even te groot werd voor wie we toen waren.
Misschien was er spanning thuis.
Misschien voelde je je niet echt gezien.
Misschien moest je al vroeg sterk zijn.
Of leerde je dat het veiliger was om je gevoelens in te houden.
Er is niets mis met jou — je bent onderweg (1)
We kennen het allemaal: die innerlijke stemmen.
De ene stem verlangt naar avontuur.
Een andere zegt: ja, maar dat durf ik niet; dat is veel te onzeker.
Een derde besluit uiteindelijk toch maar thuis te blijven.
Soms lijkt het alsof er vanbinnen een complete vergadering gaande is.
De verloren zoon: een stap naar binnen
Dan wordt het verhaal rauw. Honger. Schaamte. Een bodem. Je ziet hem bijna zitten: tussen de dieren, met lege handen, de geur van stal in zijn kleren, en het besef dat hij niet alleen zijn geld is kwijtgeraakt, maar ook zijn gezicht. En dan die ene zin die alles kantelt: hij kwam tot zichzelf. Niet: hij kreeg een morele ingeving. Maar: er gaat een licht aan. Alsof er in hem iets wakker wordt dat al die tijd bedolven lag onder allerlei gedachten. Een eenvoudige helderheid die zegt: dit werkt niet meer. Dit ben ik niet. Mijn vrijheid is leeg geworden.
Compassie met ruggengraat
Er is een woord waar tegenwoordig bijna iedereen bij knikt: compassie.
Christenen noemen het liefde, boeddhisten mededogen, en wie geen religieuze taal gebruikt spreekt over menselijkheid. Het klinkt als vooruitgang: minder hardheid, meer begrip.
Er zit een barst in alles — over Leonard Cohen, gebrokenheid en heel worden
Leonard Cohen zong het bijna terloops:
“There is a crack in everything, that’s how the light gets in.”
Die zin wordt vaak geciteerd omdat hij troost biedt. Maar hij zegt ook iets ongemakkelijks. Niet dat alles uiteindelijk goed komt. Niet dat gebrokenheid verdwijnt. Wel dat juist waar iets scheurt—waar het niet meer klopt—iets anders zichtbaar kan worden.
Dat is geen optimisme. Het is realisme.
‘Let’s Drop the Big One’ — van overleven naar ontmoeten
Randy Newmans refrein werkt zo goed omdat het hardop zegt wat bij ons meestal stiller gebeurt: ‘Als ik me niet gezien voel, ga ik jou niet zien.’ In 1972, tijdens de Vietnamoorlog, en nu — in 2026 — in de oorlogen van deze tijd. Maar het begint niet bij regeringen of legers. Het begint bij de wieg. Aan de tafel. In dat kleine ogenblik waarop we merken dat we wegkijken of verharden — en toch kunnen terugkeren. Naar het levende. Naar het geheel. Naar elkaar.












