Deel 6 van het 8-delige dwaalgesprek ‘Gouden bergen, gebakken licht’ over verlichting, geluk, levenskunst, lijden en niet-weten.
Noor: Geloof jij dat er een einde is aan het lijden, zoals het boeddhisme verkondigt?
Hans: Ik geloof het niet, maar ik geef geen cent voor wat ik wel en niet geloof.
Noor: Waarom niet?
Hans: Wat ik ook geloof, weten doe ik het niet. Daarom heet het geloof. Ik bezie alles wat ik geloof en niet geloof met argwaan, net als de argwaan zelf.
Noor: Volgens de vier edele waarheden van de Boeddha is er lijden, heeft dat lijden een oorzaak, kan die oorzaak opgeheven worden en wordt het lijden beëindigd door het achtvoudige pad te volgen. Dat lijkt me toch duidelijk genoeg.
Hans: Lijkt, zeg dat wel. Tot je erover gaat nadenken. Wat versta je precies onder lijden? Daar is het boeddhisme niet duidelijk over. Als je in de literatuur duikt vind je eindeloos veel opvattingen en geen daarvan is gezaghebbend want het boeddhisme kent geen centraal gezag. Zolang je het begrip niet afbakent, wek je de indruk dat het over alle mogelijke vormen van lijden gaat.
Noor: En dat gaat het niet.
Hans: Natuurlijk niet. Op het vlak van lichamelijke lijden heeft het achtvoudige pad niets wezenlijks te bieden. Andere spirituele en religieuze heilswegen ook niet. Ik ken tenminste geen enkele grote traditie die claimt een eind te kunnen maken aan pijn en andere lijfelijke ellende zoals misselijkheid, duizeligheid, griep, ontstekingen, constipatie, diarree, jeuk, eczeem, spataderen, oedeem, hartfalen, nierfalen, vaatziekten, kanker et cetera. Terwijl dat toch een enorme bron van lijden is.
Noor: Als je ziek bent ga je naar een dokter, niet naar een priester.
Hans: De eerste geneesheer is nog altijd je lichaam.
Noor: Jammer dat het boeddhisme ons niet van onze lichamelijke pijn af kan helpen.
Hans: Niks jammer. De natuur heeft dat experiment al voor ons uitgevoerd. Er lopen miljoenen mensen rond met een gevaarlijk hoge pijndrempel. En duizenden mensen die helemaal geen lichamelijke pijn kennen.
Noor: Echt? Daar heb ik nog nooit van gehoord.
Hans: Weinig pijn voelen heet hypalgesie. Geen pijn voelen heet analgesie, pijndoofheid.*
* Aangeboren pijndoofheid heet congenitale analgesie in het Nederlands, Congenital Insensitivity to Pain (CIP) in het Engels, zie het gelijknamige lemma in de Engelstalige Wikipedia.
Noor: Ik zou er een moord voor doen.
Hans: Moord is het juiste woord.
Noor: Hoezo?
Hans: Analgeten leren nooit voorzichtig met hun lichaam om te gaan. Ze nemen krankzinnige risico’s, springen onbekommerd van trappen, muurtjes en daken, breken een voet, been, pols of sleutelbeen en lopen of strompelen vrolijk verder. Ze gaan onbevreesd het strijdgewoel in, de scrum, het gevecht, en incasseren lachend vernietigende klappen. Zonder het door te hebben kauwen ze hun lippen stuk, hun wangen, hun tong. Vaak zit er niets anders op dan al hun gebitselementen te trekken, verdoving onnodig, en tandeloos door het leven te gaan. Ze voelen geen hitte of koude, hebben geen terugtrekreflex en lopen verschrikkelijke brandwonden en bevriezingen op. Ze snijden net zo makkelijk een vinger af als een stuk worst, hebben het pas in de gaten als er bloed vloeit of een pink tussen de peentjes ligt.
Noor: Jeetje, wat erg.
Hans: Analgeten merken ziektes later op dan anderen, of helemaal niet, waardoor ze later worden behandeld, of helemaal niet. Ze sterven jong, vaak voor ze volwassen zijn. Wat is rood en wordt steeds kleiner? Een analgeet met een kaasschaaf. Pijndoofheid is een ernstige, levensbedreigende aandoening, niet het einde van het lijden, geen nirwana of verlichting.
Noor: Weer een illusie armer.

