Deel 3 van een 8-delig dwaalgesprek over lijden, geluk, levenskunst en niet-weten.
Noor: Heb jij weleens iemand ontmoet die vrij van lijden was? Vrij van pijn, zorgen, angsten, verlangens, voorkeur en afkeer?
Hans: Nee, niemand heeft me ooit die indruk gegeven. Ook de mensen die voor ontwaakt doorgaan niet. Ik kan me er ook niets bij voorstellen. Wie niets wil en nergens bang voor is haalt het einde van de dag niet. Totale zorgeloosheid, totale onbevreesdheid, totale onverstoorbaarheid en totale onthechting zijn totaal onverenigbaar met het leven.
Noor: Osho maakte op mij een totaal serene indruk.
Hans: Op het podium misschien. Hij was een groot acteur voor licht-gelovigen. In het middelpunt van de belangstelling voelde hij zich thuis als een narcist in een spiegelpaleis. Overal zag hij zichzelf. Hij omringde zich met mensen die op hem leken of op hem wilden lijken.
Achter de schermen woonde de eeuwige puber Rajneesh Chandra Mohan. Een lichtgeraakt ventje dat kon kibbelen als een oud wijf. Een drammer en dwingeland die altijd zijn zin wou krijgen. Die sanyassins uitzoog en zich liet afzuigen door hun kinderen. Die even onhebbelijk was als hooghartig, zoals iedereen die meent te weten wat waar en waardevol is en verder alles voor onwaar en waardeloos houdt.
De gewone mens was voor Osho niet te verdragen, daarom noemde hij hem de oude mens en verzon een nieuwe: Zorba de Boeddha, de onthechte hebberd, naar zijn evenbeeld of naar het evenbeeld van zijn imago. Zo schiep hij ruimte voor zijn eigen verslavingen aan seks, geld, lachgas, bezit, macht en bewondering.
Onder invloed van zijn idolate volgelingen – gegoede westerlingen die hem als levende voetstukken op handen droegen – werd Osho steeds megalomaner. In zijn laatste decennium kwam daar nog paranoia bij. Als elke zelfverklaarde revolutionair was hij chronisch woedend op de gevestigde orde, in het bijzonder op alle regeringen die het ontwaken van de mensheid, lees het vestigen van Osho’s Oranje Orde, in de weg stonden.
Daarnaast leed de Indiase goeroe zijn hele leven aan een breed spectrum van psychosomatische klachten en overgevoeligheden die we tegenwoordig op voorspraak van Elaine Aron eufemistisch hoogsensitiviteit noemen.
Osho stierf in 1990 op 58-jarige leeftijd, officieel aan een hartaanval, maar volgens een verklaring vanuit zijn ashram doordat “leven in het lichaam een hel geworden was”. In het artikel ‘Rajneesh mourned in India’ in The ITEM van 21 januari 1990 staat: “The official cause of death was heart failure, but a statement released by his commune said that he died because ‘living in the body had become a hell’ after an alleged poisoning in U.S. jails.” (De officiële doodsoorzaak was hartfalen, maar volgens een verklaring van zijn commune stierf hij omdat ‘het leven in het lichaam een hel was geworden’ na een vermeende vergiftiging in Amerikaanse gevangenissen.) Volgens datzelfde artikel was Osho’s laatste boodschap: ‘My presence here will be greater without the presence of my tortured body.’ (Mijn aanwezigheid hier zal groter zijn in afwezigheid van mijn gemartelde lichaam.)

Nu mijn retorisch vraag: was Rajneesh echt de serene verlichte die hij op het podium voorwendde te zijn? Was hij werkelijk het lijden voorbij, zoals jij graag denkt? Vrij van pijn, zorgen, angsten, verlangens, voorkeur en afkeer?
Noor: Oké, Osho is misschien geen goed voorbeeld, maar zenmeesters staan er toch om bekend dat ze onder alle omstandigheden hun kalmte bewaren.
Hans: Haha, zeker nooit een zenmeester ontmoet.
Noor: Nee, hoezo?
Hans: Onder zenboeddhisten vind je minstens zoveel neuroten als onder normale mensen. Meer nog, is mijn indruk. Niet voor niks zijn ze zen gaan doen. Niet voor niks houden ze het decennialang vol.
Zenboeddhisten hebben net als monniken structuur nodig. Vaste waarden, vaste regels, vaste gewoontes. Een traditioneel verhaal met een traditionele moraal over iets absoluuts dat door geen Nietzsche doodverklaard kan worden.
Janwillem van de Wetering vertelt in een van zijn zenboeken over een congres voor zenmeesters in Japan dat door een tyfoon werd getroffen. De zelfverklaarde boeddha’s schrokken zo van het natuurgeweld dat ze de eerste trein naar huis namen om daar in hun vertrouwde omgeving op hun vertrouwde kussentje weer gauw als houten klazen het ware zelf te gaan zitten belichamen. Hoe nu? Is de verstoorde wellicht onverlicht, is de verlichte toch verstoorbaar, speelt zijn onverstoorbaarheid zich af op een dieper niveau of wat?

